Door:
Nadine van Dijk

18 augustus 2011

Categorieën

De stijgende vraag naar voedsel en biobrandstoffen maakt Afrikaanse landbouwgrond bijzonder gewild. Sommige Afrikaanse overheden stimuleren stadse elites om grote stukken land op te kopen. Deze elites worden gezien als vernieuwers die de voedselzekerheid zullen garanderen. In werkelijkheid kleven er serieuze risico’s aan deze investeringen. Het beeld van internationale bedrijven die land opkopen in Afrika is bekend. Deze ontwikkeling is onmiskenbaar, hoewel het merendeel van het Afrikaanse platteland nog niet wordt overspoeld door buitenlandse investeerders, aldus Joost Nelen, ontwikkelingsdeskundige van SNV in Burkina Faso. Onlangs verscheen een rapport van de hand van Nelen, Nata Traoré van SNV en Thea Hilhorst van het KIT, waaruit blijkt dat  het aandeel van lokale investeerders in de race om grondbezit minstens zo omvangrijk is als die van buitenlandse investeerders. Deze trend werd eerder al gesignaleerd. Zo blijkt uit een dit jaar verschenen rapport van de Wereldbank dat het aandeel van lokale investeerders in grote landovernames in sommige ontwikkelingslanden hoog is. In Nigeria kwam tussen 1990 en 2006 zelfs 97% van de totaal verkochte grond in handen van ondernemers uit datzelfde land[1]. Nelen en Hilhorst deden onderzoek in Benin, Burkina Faso en Niger. De werkelijke omvang van landovernames is volgens hen moeilijk te meten, doordat veel transfers onofficieel plaatsvinden. Duidelijk is wel dat de laatste tien jaar steeds vaker en grotere stukken land binnen de eigen economie worden opgekocht. Ongefundeerd In sommige landen, waaronder Burkina Faso, speelt de overheid een belangrijke rol in het stimuleren van landtransfers. Dit gebeurt vanuit de ideologie dat stadselites met hun welvaart de aangewezen groep zijn om het platteland zo te ontwikkelen, dat de toekomstige generatie gevoed kan worden. Nelen noemt deze aanname ongefundeerd. In de praktijk is tot nu toe weinig van innovatie terecht gekomen. Ook de claim dat de investeringen werkgelegenheid op zullen leveren blijkt vals. De meeste nieuwe grondeigenaren laten er familieleden wonen, of wachten met gebruik van het land totdat ze het aan een buitenlands bedrijf kunnen verkopen. De investeerders hebben geen agrarische kennis. Dat dit een gebrek is, blijkt uit de manier waarop de kersverse grondbezitters hun land bewerken, waarbij ze bestaande milieuwetgeving vaak negeren. Ze gebruiken ongeschikt materieel waardoor bomen en vruchtbare bovenlaag van het land verdwijnen. Nelen stelt dat overheden te weinig toezien op het naleven van de regels. Hoewel in sommige landen, zoals Niger, sinds lange tijd wetgeving rondom landtransfers bestaat, knijpen andere overheden een oogje toe, soms onder druk van investeerders met politieke invloed. Spelen met vuur Hoewel overheden heil zien in de landtransfers, kunnen dorpsbewoners legitieme redenen hebben om overdracht te weigeren. Zo heeft de productiviteit te lijden onder de grootschalige verkoop van land. Het aanhouden van landreserves is een voorwaarde voor duurzame landbouw: braakgronden garanderen bodemopbouw en zijn essentieel voor veehouderij en bosproducten. Met het verkopen van die reserves wordt de toekomst van jonge boeren op slot gezet, aldus Nelen Bovendien kan de verkoop van land tot uitsluiting van sociaal zwakkere groepen leiden. In de Sahel is het gebruikelijk dat meerdere groepen mensen van hetzelfde land gebruik maken, dorpsleiders fungeren daarbij als rentmeesters. Wanneer een investeerder land opkoopt wordt hij de rechtmatige eigenaar daarvan, en verliezen lokale vrouwen en veehouders het recht tot toegang. Zij moeten dan op zoek naar andere plaatsen om hout en vruchten te verzamelen en vee te laten grazen. Het uitsluiten van deze groepen is in sommige gevallen het directe doel van de verkoper van het land. Sommige dorpsleiders maken misbruik van leemtes in wetgeving, waarin geen verschil wordt gemaakt tussen ‘rentmeesterschap’ en ‘eigendom’. Zij grijpen hun kans om via verkoop land dat soms decennia door verschillende ‘pachters’ wordt beheerd, formeel te claimen. Nelen noemt dat ‘spelen met vuur’: de verkoop van land creëert zo een mijnenveld van lokale conflicten. Lokale boeren Een mogelijke oplossing ligt in het erkennen van vakkennis. Boerenorgansaties worden in de landoverdracht weinig gekend. Volgens Nelen is het onbegrijpelijk dat degenen met verstand van landbouwinnovatie vaak pas in een laat stadium worden geraadpleegd over investeringen die in de naam van voedselzekerheid gebeuren. Hij noemt het een ‘gemiste kans’ dat overheden inzetten op externe investeerders, in plaats van het potentieel van lokale boeren te erkennen. Nelen: ‘Worden zij daadwerkelijk betrokkken bij investeringen op het platteland, dan maak ik me geen seconde druk over voedseltekort.’   Het onderzoek dat is uitgevoerd voor het rapport ‘Agrarian change onder radar screen’ werd gefinanceerd door de ‘IS Land Academie’ en SNV, en uitgevoerd door KIT en SNV in samenwerking met Agriterra en lokale boerenorganisaties.


[1] Rapport Wereldbank: Agriculture and Rural Development, overview XXXIII

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel