Skip to content

 

Door:
Michel Groenenstijn

3 augustus 2011

Categorieën

Is het CBF Keurmerk nog van deze tijd? Michel Groenenstijn meent van niet.  Het is de hoogste tijd voor andere meer transparante vormen om te beoordelen of een goede doelenorganisatie wel of niet goed werk verricht. Alle ‘grote jongens’ en talloze kleinen hebben het: een CBF-keurmerk. Al ruim 85 jaar hét teken dat een goed doel te vertrouwen is en je gift als donateur veilig is. De discussie over wat het CBF-keurmerk echt zegt over hoe goed je geld wordt besteed is al talloze malen gevoerd. Die over de kosten ervan eveneens. Deze herhalen heeft niet zoveel zin. Maar er zijn twee andere interessante aspecten die wel de moeite van het bespreken waard zijn. Steeds minder nodig De eerste is hoeveel bestaansrecht een keurmerk eigenlijk nog heeft. Van de ‘bewuste keuze’ in de supermarkt tot het ‘ANWB-erkend’ voor je camping, je komt ze overal tegen. Maar hun waarde neemt in rap tempo af. Met het alomaanwezige internet is een instituut dat vertelt of iets goed is of niet namelijk steeds minder nodig. Wat moet je met de semi-objectieve mening van één partij, als je ook de mening van tientallen, honderden (ervarings)deskundigen in een klik kunt raadplegen? Dat gaat in de eerste plaats op voor of een tandenborstel fijn poetst of niet, en of een merk stofzuiger het na een jaar nog doet. Daarvoor kijk je even op kieskeurig.nl. Maar het gaat ook steeds vaker over complexe zaken. Participatory urbanism helpt al de luchtkwaliteit te controleren, complexe financiële producten te raten (en uitleggen) en de negatieve impact van bedrijven publiek te maken. Gemeenschap van betrokken burgers We zouden veel meer gebaat zijn bij zo’n gemeenschap van betrokken burgers die goede doelen beoordelen. Waar je kan vragen, reageren en je mening kan geven – als organisatie en als buitenstaander. Waar je als deskundige een rol vervult (en met velen bent) en je als donateur echt kan zien hoe een organisatie het doet. Dat scheelt niet alleen de kosten voor CBF, het geeft ook veel meer organisaties de kans zich van hun goede kant te laten zien. Naast de waarde van een keurmerk is transparantie zelf een interessant aspect. “Het CBF bevordert de transparantie van de goededoelensector in Nederland”, staat er op cbf.nl te lezen. Want transparant zijn, dat willen we allemaal. Niet alleen als sector, ook donateurs en financiers verlangen dat van ons. Maar hoe transparant is het eigenlijk, je jaarrekening volgens richtlijn 650 opstellen (terwijl het overgrote deel van je achterban het verschil tussen activa en passiva niet weet)? Of het salaris van de directie publiceren, en het kunstmatig bedachte getal van “percentage kosten fondsenwerving” in de spotlight zetten? Iets zeggen over je “besteding van middelen” door “continu te werken aan optimale besteding, zodat doelmatig en effectief gewerkt kan worden”?* Showroom vol mooie spullen Als donateur, of willekeurige andere stakeholder, heb je weinig aan een transparante organisatie. Die is als een winkel met een grote glazen ruit voor een showroom vol mooie spullen, waar je niet naar binnen mag.  Je hebt veel meer aan een winkel met deuren waardoor je naar binnen kan. Waar je andere klanten die eerder iets kochten om hun mening kan vragen. Waar je iemand kan aanspreken. Een organisatie dus, die echt open is. Een organisatie die continu in gesprek is met haar omgeving. Waar je echt mee kan praten, en die bereid is haar kennis en expertise te delen met anderen die aan een vergelijkbaar doel werken. Die haar deuren open zet en iedereen die binnenwandelt serieus neemt. Die erop vertrouwt dat als de deuren open staan, mensen zelf kunnen beoordelen wat ze zien. En die niet haar pronkstukken in de etalage legt maar verder niks kan laten zien. Overbodig Met echt open organisaties wordt een keurmerk vanzelf overbodig. Dan kan ieder voor zich, goed geïnformeerd en met het internet als platform, een eigen mening vormen en bepalen waar zijn/haar tijd of geld wordt besteed. Dan verplaatst de discussie over onze sector zich naar in de winkel en kun je er tenminste aan deelnemen. De organisatie die zich dat realiseert, zou zichzelf een groot plezier doen. Niet alleen met donateurs, maar ook met toegang tot wat het publiek te bieden heeft aan kennis en ideeën. Kortom: laten we de CBF-sticker van de deur halen en deze openzetten voor het publiek. Het is hoog tijd dat het uitgesleten begrip transparant wordt vervangen door open – en er naar dat nieuwe streven wordt gehandeld.   * zie http://www.cbf.nl/Content/5/Besteding%20van%20de%20middelen

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel
Scroll To Top