Door:
Vera Hendriks

1 augustus 2011

Wat hebben de bezuinigingen in het nieuwe subsidiestelsel voor gevolgen voor de organisaties en mensen in ontwikkelingslanden waarmee medefinancieringsorganisaties (MFO’s) samenwerken? Hebben deze partners programma’s moeten schrappen en mensen moeten teleurstellen die de hulp eigenlijk niet konden missen? Of hebben ze de mogelijkheid gegrepen om nieuwe bronnen van financiering en ondersteuning aan te spreken, die misschien creatiever en ook duurzamer zijn? Vice Versa is op zoek naar verhalen uit het veld. Vandaag: Baptist Mission Integrated School (BMIS), Bangladesh “Het is erg zwaar, maar ik geef de moed niet op.” Dat is het eerste antwoord dat Sylvia Mazumder, hoofd van BMIS, geeft op de vraag hoe het met haar gaat. Sinds 2008 heeft ze de leiding over een school die onderdak en onderwijs geeft aan ongeveer 100 blinde meisjes tussen 4 en 18 jaar. Toen ze begon stond het er slecht voor, maar in de afgelopen jaren heeft ze hard gewerkt om alles terug op poten te krijgen. Nu ligt er een helder strategisch plan voor de komende jaren. Eén probleem is er wel: Stichting Dark & Light, die voorheen 40% van het totale budget dekte, heeft door bezuinigingen geen geld meer beschikbaar. En dat betekent dat de school gevaar loopt te moeten sluiten, als er niet gauw een nieuwe vaste donor wordt gevonden. Weinig interesse Natuurlijk kwam deze beslissing niet zomaar uit de lucht vallen en uiteraard heeft BMIS zich voorbereid. In het afgelopen jaar heeft Sylvia veel verschillende donoren benaderd: onder meer kerken, Rotary Clubs, de Deense en Japanse ambassades, lokale ondernemingen en gehandicapten-ngo’s. Donoren tonen echter weinig interesse voor het financieren van één school. Waar vroeger scholen, zeker die met een speciale missie zoals BMIS, op warme belangstelling konden rekenen, hebben onderwijs en kleinschaligheid afgedaan en plaatsgemaakt voor grootschalige multi-stakeholderprogramma’s en publiek-private partnerschappen. Scholen zoals die van Sylvia zijn daarom steeds meer aangewezen op kleinere ideële organisaties en de liefdadigheid van particulieren. Nadeel is dat deze zich het liefst richten op het sponsoren van individuele leerlingen, maar zich verre houden van het betalen van personeel, voedsel en slaapzalen. “Het is ongelooflijk frustrerend. Ik maak gebruik van promotiemogelijkheden waar ik maar kan, en mensen zijn ook erg begaan, maar ze willen ons niet structureel helpen.” Sylvia heeft ook kritiek op donoren die zo snel mogelijk waar willen zien voor hun geld: “Een school is een langetermijninvestering: eerst moeten de leerlingen tot de tiende klas studeren, en daarna pas zie je het resultaat.” Geen overheidssteun Op aanraden van Dark & Light is BMIS begonnen met het toelaten van niet-gehandicapte kinderen op een aparte afdeling. Waar de blinde meisjes vaak uit arme gezinnen komen of verstoten zijn door hun familie en geen eigen inkomsten hebben, kunnen de ouders van buurtkinderen juist bijdragen in de schoolkosten. Dat heeft wel een beetje gewerkt, maar helaas is de competitie tussen lokale scholen om leerlingen aan te trekken enorm. Daarbij willen ouders vaak niet dat hun kind naar dezelfde school gaat als blinde kinderen, vanwege het stigma. Voorlopig wil het dus nog niet lukken de school kostprijsdekkend te maken. Het liefst ziet Sylvia dat de overheid het onderwijs voor blinde meisjes op zich neemt, in plaats van haar privéschool.’ Maar de werkelijkheid is anders: “Meisjes met een visuele handicap kunnen in 99% van de gevallen niet naar school. Op overheidsscholen kunnen ze maar meedoen tot en met de vijfde klas, en zelfs dat gebeurt nauwelijks: ze worden niet toegelaten om hun blindheid, er is geen lesmateriaal en ouders besteden hun inkomen liever aan hun zonen dan hun dochters.” Ze vervolgt verontwaardigd: “Voor blinde en slechtziende meisjes rest vaak niets anders dan bedelen of prostitutie. Ze worden beschouwd als nutteloos. BMIS is de enige plek in Bangladesh waar ze hun opleiding kunnen afmaken en door kunnen stromen naar een college.” De beste kans ligt voorlopig bij het nieuwe bestuur van de Baptist Sangha, de protestante denominatie waaronder BMIS ook valt. Sylvia hoopt uit alle macht dat dit bestuur meer betrokkenheid toont dan het vorige en die betrokkenheid ook te gelde maakt. Verder kan ze via de contacten van haar man, die dominee is, veel baptistenkerken in het buitenland aanschrijven. Nog een bron van steun zijn vrijwilligers, zoals studenten van de lokale universiteiten, die in hun vrije uren wat hand- en spandiensten verrichten. Gewetensvragen Het mag duidelijk zijn dat BMIS inspringt op een grote nood. Des te schrijnender is het dat er nog geen nieuwe vaste donor is. Als er niet binnen afzienbare tijd een bron van inkomsten wordt gevonden, zal de school moeten sluiten en zal de toekomst van 100 kwetsbare meisjes er somber uitzien. Dit legt een extreem grote verantwoordelijkheid op de schouders van Sylvia en haar team. “Wie zorgt er anders voor mijn meiden?” vraagt Sylvia zich vertwijfeld af. Een situatie als deze roept gewetensvragen op voor noordelijke ngo’s die door bezuinigingen en veranderde prioriteiten hun partnerrelaties moeten beëindigen. Bepaalde ngo’s werken nu eenmaal met de allerzwaksten in de samenleving. Het stoppen van hulp aan zulke organisaties kan betekenen dat al het werk voor deze kansarmen teniet gedaan wordt en dat de mensen op straat komen te staan. Kun je met goed fatsoen wel weg gaan als je weet dat de organisatie het misschien wel niet zal redden? Te vaak wordt er gedacht dat een organisatie zichzelf wel kan bedruipen met geld van nieuwe donoren en eigen reserves. Door tijdsgebrek wordt er ook weinig tot geen contact onderhouden met de voormalige partner om te kijken hoe het er mee staat. Eigenlijk zouden donoren een goede exitstrategie moeten hebben, en niet moeten vertrekken voor er een helder financieel en technisch plan ligt. Maar door de bezuinigingen op MFS-II is het besluitvormingsproces vaak in een stroomversnelling geraakt. Sylvia, hoe dan ook, geeft niemand de schuld: “Dark & Light doet haar best voor ons en onderhoudt goed contact. Het is wel een heftige transitieperiode, maar deze bezuiniging maakt BMIS slimmer. Het is niet goed om altijd maar afhankelijk te zijn van donoren; we moeten het zelf gaan doen.” Hoe, dat blijft voorlopig nog de vraag. Wilt u ook een verhaal van een partnerorganisatie delen? Stuur dan een mail naar de redactie: redactie@viceversaonline.nl.

Curaçao op een tweesprong

Door Ayaan Abukar | 15 november 2019

De vlucht uit Venezuela gaat soms per bootje, naar het dichtbije Curaçao. Daar leidt het tot vertwijfeling: de weerslag is xenofobie èn solidariteit, een tekort aan kennis, vrees bij de Venezolanen – en stilte vanuit Den Haag. ‘Zonder politiek leiderschap gaan verhalen een eigen leven leiden.’ Ayaan Abukar vloog erheen en ging in gesprek.

Lees artikel

Hoe de ziel uit de ngo-sector verdwijnt

Door Marc Broere | 13 november 2019

Ze behoren tot de pioniers en innovators van de milieubeweging en ontwikkelingssamenwerking in Nederland en vormden decennialang een spraakmakend duo. Hoewel ze volop genieten van hun pensioen, luiden Ron van Huizen en Hans Guijt de noodklok over een ontwikkeling die hen zorgen baart: raden van toezicht die ontwikkelingsorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn. ‘Stop met de idiote doelstelling dat je altijd moet groeien.’

Lees artikel

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel