Ongeveer 15 procent van de wereldbevolking leeft met een beperking, meer dan een miljard mensen. Mensen met een beperking vormen één van de meest benadeelde groepen, ook in ontwikkelingssamenwerking. Dit moet snel veranderen, willen de Millenniumdoelen ooit werkelijkheid worden. Dat stelt het in juni verschenen “World Report on Disability”, samengesteld door de WHO en de Wereldbank op basis van de best beschikbare wetenschappelijke informatie. Door Marlies van der Kroft en Harriet de Jong (Dutch Coalition on Disability and Development) Het rapport is gestoeld op het ‘VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Beperking’. Dit Verdrag is inmiddels in meer dan 100 landen geratificeerd. Hoewel Nederland het Verdrag alleen heeft getekend, niet geratificeerd, zijn zowel het rapport als het Verdrag van grote invloed op de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Enerzijds is dat omdat Nederland in december 2009 de VN-resolutie heeft getekend, waarin gesteld wordt dat voor het bereiken van de Millenniumdoelen activiteiten en indicatoren ontwikkeld moeten worden om inclusie van mensen met een beperking te garanderen. Anderzijds vloeit uit Artikel 32 van het Verdrag voort dat ook landen die het Verdrag nog niet hebben bekrachtigd, verplicht zijn mee te werken aan de implementatie van het Verdrag in de landen die het wel hebben geratificeerd. Met andere woorden: Nederlandse organisaties die werkzaam zijn in landen waar het Verdrag van kracht is geworden, dienen passende en doeltreffende maatregelen te nemen ter verwezenlijking van de doelstellingen van dit Verdrag. Het onlangs verschenen World Report on Disability geeft aanbevelingen voor de implementatie van het VN-Verdrag op lokaal, nationaal en internationaal vlak. Meest benadeelde groep mensen Het rapport geeft een overzicht van de situatie van mensen met een beperking op het gebied van scholing, armoede, werk, gezondheid en discriminatie. De data in het rapport laten zien dat mensen met een beperking wereldwijd zich in de meest benadeelde positie bevinden. Twintig procent van de allerarmsten onder de wereldbevolking heeft een beperking. Kinderen met een beperking hebben een veel kleinere kans om naar school te gaan en de school af te maken dan kinderen zonder beperking. Deze correlatie is sterker dan de samenhang met andere karakteristieken zoals gender, wonen in een ruraal gebied of economische status. Een voorbeeld: ondanks succesvolle pilotprojecten op het gebied van inclusief onderwijs in Vietnam gaat 95% van de kinderen met een beperking in dit land nog steeds niet naar school. Dit verkleint later hun kansen op de arbeidsmarkt die toch al minder toegankelijk is voor mensen met een beperking. Ook worden ze vaak ondergewaardeerd en verdienen ze minder dan hun collega’s zonder beperking. Mensen met een handicap maken hogere kosten ten gevolge van de beperking en hebben daarom meer middelen nodig om hetzelfde te bereiken of te doen als mensen zonder handicap. Uit het onderzoek bleek dat de kosten in Vietnam van mensen met een beperking gemiddeld met 9% toenamen en in Bosnië-Herzegovina met 14%. Armoede betekent voor mensen met een handicap niet alleen een gebrek aan toegang tot basisbehoeften, maar ook sociale uitsluiting en beperkte mogelijkheden tot zelfredzaamheid en zelfverwezenlijking. Daarbij vergroot armoede de kans op het verkrijgen van een handicap (onder andere door onveilig werk, beperkte toegang tot gezondheidszorg, slechte voeding tijdens de zwangerschap) en omgekeerd vergroot een handicap de kans op armoede. Perceptie is het zwaarste obstakel De vicieuze cirkel lijkt een feit. Echter, het rapport maakt duidelijk dat deze negatieve spiraal in stand wordt gehouden door negatieve beeldvorming, discriminerende opvattingen en culturele percepties. Feliza vertelt in het rapport: “The hardest obstacle for my indepence has been the attitudes of people. They think that we can’t do many things”. Mensen kunnen leren leven met een handicap maar worden gehinderd of uitgesloten door de samenleving, niet door hun lichamelijke of verstandelijke beperking. Het is de plicht van de samenleving om een omgeving te creëren die voor iedereen toegankelijk is. Aandacht voor – en het accommoderen van – disability is een mensenrechtenkwestie en zoals de Verenigde Naties tijdens de Algemene Vergadering in september 2010 over de Millennium Doelen concludeerde: “policies and actions must also focus on persons with disabilities, so that they benefit from progress towards achieving the MDGs”. De kosten hiervoor? Het rapport stelt enerzijds dat kosten geen discussiepunt zouden moeten zijn omdat het een universeel mensenrecht is om op gelijkwaardige wijze deel te nemen aan de samenleving die dus de plicht heeft fysieke, sociale en discriminerende barrières te elimineren. Anderzijds blijken voorzieningen die ook toegankelijk zijn voor mensen met een handicap vaak goedkoper dan het instand houden of opzetten van aparte systemen. De eerder genoemde pilotprojecten in Vietnam lieten zien dat de gemiddelde kosten voor een leerling met een beperking in een inclusieve setting 58 US dollar per jaar kost, vergeleken met 20 dollar voor een leerling zonder beperking en 400 dollar voor scholing in speciale instituten. Inclusieve scholen spelen een centrale rol in het promoten van een gelijkwaardige samenleving omdat kinderen met en zonder handicap met elkaar vertrouwd raken waardoor vooroordelen verminderen. De feiten in het rapport bevestigen dat expliciete aandacht voor inclusie van mensen met een beperking in het bereiken van alle Millenniumdoelen een noodzaak is. Het is niet mogelijk om de levens van de meest kwetsbare groepen in de wereld te verbeteren zonder daarbij rekening te houden met de rechten en behoeften van mensen met een beperking. Sterker nog, de vicieuze cirkel tussen armoede en handicap kan alleen worden doorbroken door actieve participatie en zeggenschap van deze groep in alle ontwikkelingsprojecten. Disability moet een cross-cutting issue worden, ook binnen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Het rapport is te downloaden op: http:www.who.int/disabilities/world_report/2011/report/en. DCDD geeft u graag advies over hoe uw organisatie een inclusief beleid kan voeren.

Normal 0 21 false false false NL X-NONE X-NONE  

 

“Disability need not be an obstacle to success. I have had motor neurone disease for practically all

my adult life. Yet it has not prevented me from having a prominent career in astrophysics and a happy family life.[..] But I realize that I am very lucky, in many ways. My success in theoretical physics has ensured that I am supported to live a worthwhile life. It is very clear that the majority of people with disabilities in the world have an extremely difficult time with everyday survival, let alone productive

employment and personal fulfilment. I welcome this first World report on disability. This report makes a major contribution to our understanding of disability and its impact on individuals and society. It highlights the different barriers that people with disabilities face – attitudinal, physical, and financial. Addressing these barriers is within our reach.” PROFESSOR STEHPHEN W. HAWKING

           

           

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel