Door:
Nadine van Dijk

29 juni 2011

Categorieën

Een morele benadering van ontwikkelingssamenwerking is respectabel maar achterhaald. De nieuwe ontwikkelingen in Afrika vragen om een andere benadering, waarin Nederland moet uitgaan van eigenbelang. Dat concludeert Stephen Ellis, hoogleraar Afrikaanse geschiedenis aan de Vrije Universiteit. Bovendien stelt hij dat we ons met meer kennis over Afrika beter kunnen aanpassen aan lokale omstandigheden. Doen we dat niet, dan lopen we het risico onze invloed in het opkomende continent kwijt te raken. Afgelopen maandag vond op het ministerie van Buitenlandse Zaken een lunchlezing plaats ter ere van het door Ellis geschreven boek ‘Het Regenseizoen’ (Season of Rains), dat gaat over de nieuwe rol van Afrika in de wereld. Tijdens deze lezing ging Ellis vooral in op buitenlands beleid met betrekking tot Afrika. Hij voorspelde een nieuwe wereldorde waarin de macht van Afrikaanse en vooral Aziatische landen toeneemt. Met name China manifesteert zicht op grote schaal in Afrika als investeerder, financier en donor[1]. In het straatbeeld is dit zichtbaar door de aanwezigheid van vele Chinese bouwprojecten. Het doel van deze Aziatische investeringen is het verkrijgen van permanente invloed op het groeiende aanbod van Afrikaanse goederen. In dit proces wordt eerder uit gegaan van eigen economische belangen dan van ideologische overtuigingen. Deze pragmatische insteek blijkt tot nu toe vruchtbaar en verwacht wordt dat Azië voorlopig prominent in Afrika aanwezig zal blijven. Een ander Afrika De veelbesproken Aziatische invloed in het continent trekt nu ook de Europese aandacht terug naar Afrika, waar door de snelle bevolkingsgroei inmiddels meer dan een miljard mensen wonen. Zij zijn sinds de opkomst van internet en mobiele telefoons steeds beter bereikbaar en vormen daardoor een veelbelovende afzetmarkt. Bovendien sluimert in Afrika een groot productie potentieel. Een groot deel van ’s werelds ongecultiveerde landbouwgrond ligt in Afrika.[2] De wereldwijde druk op voedselvoorziening leidt ertoe dat steeds meer internationale ogen op deze gebieden gericht zijn. Afrika is duidelijk niet meer hetzelfde continent als het was toen de Europese kolonisators vertrokken. Tegenwoordig is het een serieuze speler op de wereldmarkt. Nederland ervaart hierdoor niet alleen positieve maar ook negatieve effecten. Zo duiken er signalen op van grootschalige drugs- en mensenhandel vanuit Afrika naar Nederland. Dit zijn processen die zich niet laten negeren. Nederland zoekt daarom een adequate manier om te reageren. Europees beleid versus Afrikaanse realiteit Het nieuwe Afrika vraagt om nieuwe internationale verhoudingen. Europese landen hebben hierin volgens Ellis nog een slag te maken. In de koloniale tijd creëerden ze instituties naar Europees model. Deze moesten fungeren als kanalen voor handel en diplomatie tussen Europa en Afrika. Sinds de onafhankelijkheid houdt Europa zich vast aan deze verouderde vormen van contact. In de praktijk werken politieke processen in Afrika echter vaak anders dan formeel wordt uitgedragen. Gevreesd wordt dat Europa praat met elites die een irreëel beeld schetsen dat donoren graag willen zien, in plaats van een realistisch beeld van Afrika op te doen. Ellis stelt dat deze benadering de invloed van Europa in Afrika beperkt. We moeten daarom op zoek naar de personen die ons binnen de lokale context écht verder kunnen helpen. Via handel invloed uitoefenen, kan en mag vervolgens volgens Ellis. Sommige Afrikaanse economieën ontwikkelen zich op dit moment op een manier die internationale handel lucratief maakt. Ellis stelt dat Europa hiervan gebruik kan maken door een meer pragmatische houding aan te nemen. Hiervoor zou inspiratie opgedaan kunnen worden uit de aanpak van Azië. Beleid vraagt onderzoek Nederland zou dus bij de Aziatische trend kunnen aansluiten door in die Afrikaanse landen te handelen waar de kans op succes reëel is. Om die afweging te kunnen maken is veel meer kennis nodig. Door meer onderzoek te doen naar de lokale context in Afrika maakt Nederland een betere kans zijn invloed uit te oefenen op deze nieuwe wereldspeler. Ellis betoogt dan ook dat de ontwikkelingen in Afrika vragen om meer aandacht. Zijn visie van pragmatisch handelen op basis van eigenbelang wordt met open armen ontvangen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ineke Duijvestijn, plaatsvervangend directeur van de directie Sub-Sahara Afrika, gaat nog een stap verder. Zij zou graag zien dat we onze bevindingen over Afrika vervolgens voorleggen aan Afrikanen zelf. Op die manier hebben we een goede kans om tot bruikbaar beleid te komen.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel