Door:
Hannah Piek

23 juni 2011

Categorieën

Er wordt veel geschreven over staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen, die een radicale koerswijziging lijkt door te voeren in het ontwikkelingsbeleid. Toch deelt hij niet alleen zijn initialen BK met zijn voorganger Bert Koenders, zegt ontwikkelingseconome en adviseur Hannah Piek. Beide bewindsvoerders hebben meer gemeen dan op het eerste gezicht lijkt. Van de vorige Minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders (aangetreden in februari 2007) konden we zeggen dat hij gedegen analyses maakte en daarin de focus sterk had op sociaal-democratische traditionele punten als inkomen en werkgelegenheid, herverdeling en social transfer mechanismen (in het Nederlands: een systeem van uitkeringen). Fraai is ook dat hij in zijn eerste schets van zijn beleidsterreinen, naast veiligheid en ontwikkeling, groei en herverdeling, klimaatverandering en energie, gelijke rechten en kansen voor vrouwen en meisjes opnam. Evenzogoed heeft hij dat snel afgeperkt door het belang van de Nederlandse private sector ontwikkeling voorop te stellen. Het was minister Bert Koenders die een samenwerkingsverband aanging met minister Gerda Verburg van het Ministerie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Een ministerie dat in toenemende mate het Ministerie van Economische Zaken in belangrijkheid, omvang én aanbodgerichtheid voorbij streefde. Samen kwamen de beide ministers met Memorandum 2008 Landbouw, rurale economische ontwikkeling en voedselzekerheid als een inventarisatie van de kracht van landbouwend Nederland. In vijf speerpunten wordt deze kracht opgesomd: kennissectoren, publieke voorzieningen, duurzame ketenbenadering, toegang tot markten, voedsel zekerheid en sociale overdrachtsmechanismen. Alle belangrijke onderdelen van de Nederlandse landbouw zoals die zich in de loop van de geschiedenis heeft ontwikkeld, worden genoemd. Dit is dé identiteit van Nederland, hiermee treedt Nederland Europa, de wereld én ontwikkelingslanden tegemoet. Op alle niveaus, Europees, multilateraal en bilateraal wordt hard gewerkt om deze identiteit uit te dragen. Een fundamentele verandering? Of het nu Koenders is of Knapen, Nederland biedt ontwikkelingslanden kennis, kunde en een brede expertise op alle sectoren van de landbouw, van veredeling en biotechnologie tot organisatie en coöperatie, van financiën tot product of producenten organisaties ter ondersteuning van prijsstelling en vermarkting, inkomen en werkgelegenheid. De gehele private sector ontwikkeling (in Nederland en daarbuiten) is daarbij essentieel. Het gaat om economische groei per se, vaak om grootschalige en kapitaalsintensieve bedrijvigheid, waarbij de kleinschaligen vooral mogen produceren voor de grootschaligen. Dat is het beeld dat voortvloeit uit de twee voortgangsrapportages en het beeld dat voortvloeit uit een brochure hoe de millennium development goals mooi worden gehaald met publiek-private partnerschappen. Sinds de zeventiger jaren is in ontwikkelingssamenwerking de vraagkant belangrijk (denk daarbij aan ownership, participatie en accountability). De samenwerking tussen het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vergt een grotere mate van economisch denken en sturen dan voorheen het geval was. Koenders heeft niet alleen op dit gebied enorme stappen gezet, zo heeft hij ook stappen gezet die tot minder geld voor landen en civiele organisaties leidden. Toen na drie jaar in februari 2010 de sociaal-democraten uit de regering stapten en eind 2010 een nieuwe centrum-rechtse minderheidsregering aantrad, leek het alsof een fundamentele verandering zal plaatsvinden zeker binnen ontwikkelingssamenwerking. Maar Bert Koenders is Ben Knapen voor geweest. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie In oktober 2010 trad Knapen aan, die net als zijn voorganger in een Basisbrief al snel zijn vier kernpunten aangeeft, dat nog eens uitlegt in zijn Focusbrief, waarin hij ook ingaat op de keuze voor minder landen en later uitlegt wat de bezuinigingen voor de civiele sector inhouden. Daarbij stelt deze staatssecretaris dat ontwikkelingssamenwerking er is ter ondersteuning van het buitenlands beleid, Nederlandse belangen daarin leidend zijn en de private sector van groot belang zal zijn om economische groei te verwezenlijken. We zijn terug bij Memorandum 2008, alhoewel Knapen natuurlijk moeilijk kan verwijzen naar de notitie van zijn voorganger. Knapen volgt ook de weg van Koenders door vier beleidsterreinen aan te kondigen: veiligheid en rechtsorde; water; voedselzekerheid; en, sexual health and reproductive rights. De accenten liggen anders, de aanpak is dezelfde. Was de samenwerking tussen het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking met het Ministerie van LNV al een vernieuwing die een aanbodgerichte richting insloeg, de samenvoeging van LNV met het Ministerie van Economische Zaken leidt tot een zwaarder ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Het is een logische samenvoeging, immers landbouw heeft zich historisch gezien tot onze sterkste economische sector ontwikkeld (lokaal, binnen Europa en internationaal) en we hebben verder weinig tot geen industrie meer. Deze samenvoeging leidt tot een nog grotere druk op ontwikkelingssamenwerking om aanbodgericht bezig te zijn; onze diplomaten zullen sterk in hun schoenen moeten staan om de vraagzijde aan bod te laten komen. Het nieuwe Ministerie van EL&I zal de samenwerking met ontwikkelingssamenwerking voortzetten; voedselzekerheid is en blijft de een focuspunt voor de komende jaren. Aanbodgestuurd Het is misschien interessant om uit te zoeken wie het initiatief nam voor de samenwerking tussen Koenders en Verburg. Zou dat Maxime Verhagen kunnen zijn, een Christen-democraat en partijgenoot van Verburg? In het nieuwe kabinet stapte hij over van het Ministerie van Buitenlandse Zaken naar Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Of was het Verburg die binnenkort naar de FAO in Rome vertrekt? Of was het Koenders? Sociaal-democraten hebben in de negentiger jaren met de paarse kabinetten laten zien dat zij geen antwoord hadden op de aanbodgerichte stromingen van die tijd: het tijdperk van Reagan en Tatcher; de neergang van de Sovjet Unie; de weg die China economisch insloeg. Inkomen en werkgelegenheid lijken in Nederland goed geregeld, er bleef dus niet veel anders over dan consumptie te stimuleren door middel van kredieten voor de grote en de kleine man of vrouw; verzachting van de financiële regelgeving zodat iedereen alles kon kopen; en het ontwikkelen van een breed stelsel van uitkeringen. Die weg wordt al jaren gevolgd in ontwikkelingslanden en daar is nog niet zo lang geleden het systeem van (un)conditional cash transfers ingevoerd. De armoede van de sociaal-democraten duurt voort. Maar de andere politieke partijen hebben tot nu toe ook geen ander antwoord dan meer van hetzelfde. Wat duurzaamheid nu echt inhoudt of in zal moeten houden in praktische zin lijkt politiek geen haalbare discussie. Dat we tegen grenzen aanlopen is politiek niet opportuun. Analyses mogen dan soms nog sociaal-democratisch of links-ecologisch getint zijn, de oplossingen en praktische stappen in het veld zijn dat niet. Minister Knapen is nog wel zo eerlijk. Hij heeft laten weten zich niet in te laten met normatieve of morele discussies, aannames enzovoorts. We kunnen zijn nota over voedselzekerheid, die binnenkort verschijnt, tegemoet zien en dan zullen we zeker weten of hij een andere koers zal varen. Deze zal echter niet linkser of sociaal-democratischer zijn dan de koers van zijn voorganger en dat was al aardig aanbodgericht. Hoe ontwikkelingssamenwerking met een zwaar economisch en aanbodgerichte aanpak zal omgaan is afwachten. Veel speelruimte is er niet. Hannah Piek is gepromoveerd in de ontwikkelingseconomie (rurale bedrijfsontwikkeling en technologie acquisitie en ontwikkeling (MKB), interne organisatie, institutionele omgeving) en afgestudeerd als politicoloog (internationale betrekkingen, internationaal recht, economie). Tot 2009 werkte ze op projectbasis in onder andere Tanzania, Bangladesh en India. Ze is nu beleidsonderzoeker, adviseur en coach voor andere andere het NiZa en Connect International.

‘Beloon koplopers en reken af met freeriders’

Door Lennaert Rooijakkers | 02 juni 2020

Minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wil na de zomer een nieuw beleid rond Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen vormgeven. Wat is er de afgelopen jaren bereikt, hoe staat Nederland ervoor, en wat zijn de uitdagingen? Vandaag deel een van een tweeluik: met vrijblijvende convenanten hebben Nederlandse bedrijven nog een flinke slag te maken.

Lees artikel

Wacht nou eens op de hulpvraag!

Door Anika Altaf | 29 mei 2020

Bij deze COVID-19 crisis initiëren ontwikkelingsorganisaties allerlei acties in tientallen landen in Azië en Afrika. Maar sluiten die wel aan op waar mensen behoefte aan hebben en zijn deze wel kosteneffectief? Anika Altaf en Betteke de Gaay Fortman pleiten ervoor om niet in oude reflexen terug te vallen, maar nauwgezet uit te zoeken wat de hulpvraag is en goed te luisteren naar de mensen om wie het gaat.

Lees artikel

Corona steun via particuliere initiatieven

Door Marc Broere | 28 mei 2020

Niet alleen grote organisaties zijn actief met het geven van noodhulp tijdens de coronacrisis. Wilde Ganzen is een speciaal corona fonds gestart voor Nederlandse particuliere initiatieven en hun lokale partners. Zij zitten vaak in haarvaten van de samenleving en kunnen de meest gemarginaliseerde groepen bereiken.

Lees artikel