Door:
Rene Grotenhuis

21 juni 2011

Categorieën

Stilte voor de storm in de ontwikkelingssector. Terwijl vanavond het tweede deel van het debat over de Focusbrief losbarst, maakt René Grotenhuis ‘in de rust’ de balans op. Tijdens de rust van een voetbalwedstrijd is er voor beide teams gelegenheid om de balans op te maken en te bespreken wat er in de tweede helft moet gebeuren. Het debat over de focusbrief van Staatssecretaris Knapen voor Ontwikkelingssamenwerking van afgelopen donderdag liep zo uit, dat er een tweede helft komt. Vandaar deze tussenbalans voor het debat dat dinsdagavond zijn vervolg krijgt. Geen diepgang De WRR riep in januari 2010 op tot een grondige heroverweging en gaf de voorzet te kiezen voor een beperkt aantal landen en sectoren waar Nederland een verschil kan maken en een betere balans te brengen tussen de zachte kant van ontwikkeling (onderwijs, gezondheidszorg, gender) en de harde kant (economie, infrastructuur) en het belang van het Nederlandse bedrijfsleven. De focusbrief volgt de WRR in hoge mate.  Zelden zal een WRR zo snel zijn omgezet in regeringsbeleid. Maar wie de focusbrief heeft gelezen en de eerste helft van het Kamerdebat van nabij heeft gevolgd, concludeert dat er van de diepgang die de WRR zo graag wilde zien bij de herziening van het beleid weinig terug te vinden is. Want goed doordacht is de focusbrief noch de eerste helft van het debat allerminst. De Universiteit van Nijmegen ging de keuze van de landen na en kwam tot de conclusie dat de toepassing van de criteria voor de landenselectie zo weinig consistent was, dat er net zo goed vijftien andere landen uit hadden kunnen komen. Congo niet, Burundi en Rwanda wel De gepresenteerde selectie bevat zowel landen met lage- als middeninkomenslanden, landen met goed bestuur en slecht bestuur, landen met een goed ondernemersklimaat en een slecht ondernemersklimaat. Lijn is er nauwelijks in te ontdekken. Regionale samenhang tussen de ontwikkelingslanden is er niet. Anders is het niet te begrijpen dat Congo verdwijnt, terwijl Burundi en Rwanda wél als partnerland blijven. In West Afrika staan Mali en Ghana op het lijst, maar het tussenliggende Burkina Faso verdwijnt. En Yemen blijft een volstrekt geïsoleerd land op de lijst. Ook ten aanzien van de balans tussen de zachte en de harde sectoren geeft de staatssecretaris blijk van weinig creativiteit. Op het terrein van gezondheidszorg wordt veel, met uitzondering van reproductieve gezondheid, weggesneden en onderwijs verdwijnt helemaal van de agenda. Dan is er nauwelijks sprake van een betere balans, maar vooral van eenzijdigheid. Op het terrein van gezondheidszorg liggen er belangrijke uitdagingen om het rendement van gezondheidszorg te verhogen. Cordaid’s programma’s volgens de Performance Based Financing methode laten zien dat met slimme incentives meer kwaliteit en meer rendement gemaakt kan worden. Op die manier gaan economische en sociale ontwikkeling hand in hand. Ook de groeiende sector van gezondheidsverzekeringen was een interessant terrein geweest om economisch en sociaal bezig zijn te verbinden. Een scorende Robben Tot slot het belang van economische ontwikkeling. Dat is in de afgelopen maanden al snel geïnterpreteerd als het bevorderen van het belang van het Nederlandse bedrijfsleven. Waarom dat de beste bijdrage levert aan economische ontwikkeling van landen als Mali, Burundi en Indonesië wordt nergens aangetoond. De staatssecretaris heeft verzekerd dat hij wel degelijk de ontwikkelingsdoelstelling voorop stelt. Maar ook in deze focusbrief blijft onduidelijk welk instrumentarium hij gaat gebruiken om dat te waarborgen. Hoe gaat hij de relevantie van het Nederlandse bedrijfsleven voor ontwikkeling meten? Er is nog een tweede helft te gaan. We hopen dat de staatssecretaris deze rustperiode gebruikt om zijn strategie aan te passen zodat hij zijn defensieve stellingen verlaat en niet alleen achterover leunt op het WRR rapport. Als we het Nederlandse OS-beleid grondig willen verbouwen en opnieuw in de steigers willen zetten, hebben we behoefte aan een creatieve en ambitieuze aanpak. Dit kabinet en zeker de armsten in onze wereld kunnen wel een scorende spits gebruiken, een type Robben met een verrassende linkervoet. René Grotenhuis, directeur Cordaid, 20 juni 2011      

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel