Door:
Vice Versa

16 juni 2011

Categorieën

Vandaag verdedigt staatssecretaris  Ben Knapen zijn nieuwe ontwikkelingsbeleid. Rolien Sasse, directeur Simavi, Nico Terra, directeur IRC International Water and Sanitation Centre, en Danielle Hirsch, directeur Both Ends, juichen de aandacht voor water in het nieuwe beleid toe, maar maken zich tegelijkertijd zorgen over de inschakeling van het Nederlandse bedrijfsleven. ‘Welke keuzes maakt Nederland straks als de belangen van arme groepen daar en onze private sector hier niet exact blijken samen te vallen? Wat zal leidend zijn: de prioriteiten daar of hier?’

Door: Rolien Sasse, Nico Terra en Danielle Hirsch Ruim 900 miljoen mensen beschikken niet over veilig drinkwater en 2,6 miljard mensen leven zonder toilet. Voor hen kan komende week een keerpunt worden. Prins Willem Alexander gaat op de UNSGAB-top in New York bij de internationale gemeenschap pleiten voor het beschikbaar maken van water en sanitatie voor iedereen. In Nederland verdedigt staatssecretaris Knapen vandaag zijn nieuwe ontwikkelingsbeleid. Water is één van de prioriteiten. Ondanks grote bezuinigingen gaat Nederland op dit thema de hulp ‘intensiveren’. Ondertekenende Nederlandse maatschappelijke organisaties op het gebied van water en sanitatie zijn daar ontzettend blij mee, want de behoefte daaraan groeit onder de minst ontwikkelde groepen, vrouwen en kinderen op het platteland en in de sloppenwijken. Knapen wil daarnaast economieën duurzaam versterken door een grotere rol van de private sector. Ook dat juichen wij toe. Om iedereen van water en wc’s te kunnen voorzien hebben ontwikkelingslanden een goede private sector nodig, die hun klanten producten verkoopt die passen bij hun bouwmaterialen, gewoontes en portemonnee. Het is een goed idee, mits de expertise aansluit op de lokale vraag in ontwikkelingslanden en de economie daar duurzaam versterkt. Dubbele doelstelling In de nieuwe ontwikkelingsplannen is een dubbele doelstelling versleuteld. Niet alleen de ontwikkelingslanden, maar ook het Nederlandse bedrijfsleven moet kunnen profiteren van het ontwikkelingsbudget. Daarnaast moet het bedrijfsleven geld gaan genereren en werken als een hefboom voor economische ontwikkeling. Maar welke keuzes maakt Nederland straks als de belangen van arme groepen daar en onze private sector hier niet exact blijken samen te vallen? Wat zal leidend zijn: de prioriteiten daar of hier? Wij vrezen dat het Nederlands bedrijfsleven – enkele uitzonderingen daar gelaten – nog een weg te gaan heeft om hun producten en diensten echt aan te laten sluiten op de marktvraag onder de arme bewoners van ontwikkelingslanden. Om effectief in te kunnen spelen op die lokale vraag naar water en toiletvoorzieningen, moeten Nederlandse bedrijven zich verdiepen in de lokale marktvraag en lokale kennis gebruiken om nieuwe toepassingen te ontwikkelen. Zij moeten nauw gaan samenwerken met het lokale bedrijfsleven, lokale overheden, de financiële sector en ngo’s. Om echte innovatie en duurzame armoedebestrijding te kunnen realiseren, vragen wij de staatssecretaris om twee harde voorwaarden aan zijn beleid te koppelen. Ken uw klant, de bottom of the pyramid Het huidige aanbod van producten en diensten van Nederlandse bedrijven sluit op dit moment vooral aan bij de vraag van de rijkere urbane middenklasse. Denk daarbij aan de aanleg van watersystemen en riolering in de steden. Moeilijk bereikbare gemeenschappen gebruiken vooral dorpspompen, waterputten en latrines. Kleinschalig, goedkoop en van lokaal materiaal. Om relevant te zijn moeten bedrijven goedkope oplossingen op schaal aanbieden, die geen zware eisen stellen aan management, techniek en infrastructuur. Hoe kan het Nederlandse bedrijfsleven de enorme ‘bottom of the pyramid’ bereiken? Juist deze mensen missen nu goede watervoorzieningen en betalen de hoogste prijs. Dit heeft vooral institutionele oorzaken: de lokale overheid en de private sector zijn te zwak, stellen andere prioriteiten, terwijl marktinzicht en investeringsgeld ontbreekt. Onze eigen projecten met bedrijven laten zien dat de armste groepen wel succesvol geholpen kunnen worden als de juiste expertise wordt aangeboord. De dure huisaansluiting op een waterleidingsysteem wordt dan een waterkiosk die in een sloppenwijk water per emmer tegen een lage prijs verkoopt. Of putjesscheppers krijgen een lening om zinkputten machinaal te kunnen leegzuigen en beter vervoer te verzorgen. Dan lukt armoedebestrijding wel met een bedrijfsmatige benadering. Dat gaat niet vanzelf, het vergt doelbewust zoeken naar de juiste oplossing per doelgroep. Behoud de focus op landen en groepen die hulp het hardste nodig hebben Staatssecretaris Knapen wijst in zijn nieuwe beleid vijftien ontwikkelingslanden aan. Nu er minder ontwikkelingsgeld te verdelen is, vinden wij focus een pijnlijke, maar verstandige keuze. Maar vanwege de marktkansen, is het Nederlandse bedrijfsleven vooral actief in de rijkere ontwikkelingslanden, zoals Egypte of Vietnam. Wanneer het winstoogmerk in het nieuwe beleid te veel naar voren dringt, wordt het verleidelijk om ontwikkelingsgeld hierheen te pompen. De echt ‘moeilijke’ klanten, die nu buiten de boot vallen zullen het snel afleggen. Nederland moet de focus op de gekozen landen en armere doelgroepen behouden. Dat betekent werk aan de winkel voor de betrokken bedrijven: zij moeten slimme Nederlandse producten en diensten ontwikkelen voor de enorme groep van echte armen. Voorwaarde voor programma’s moet zijn dat zij voor die groepen zichtbare resultaten opleveren. Economische ontwikkeling vereist een ijzersterke samenwerking tussen een regulerende overheid, bedrijven die diensten en producten (de ‘hardware’) aanbieden en maatschappelijke organisaties die de belangen van de mensen (de ‘software’) verdedigen. Een ontwikkelingsland is beter af met een goed ontwikkelde eigen private sector, dan met puur Nederlands aanbod. Of een effectieve aanpak om economische ontwikkeling te bereiken ook commerciële kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven is de vraag. Soms zal het lukken, maar het kan niet de doelstelling zijn. Daar is ontwikkelingsgeld ook niet voor bedoeld. De klant, die veilig drinkwater en een eenvoudige wc nodig heeft moet centraal staan.   Foto: Greg Marinovich  

5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens

Door Maria van der Heide | 27 mei 2020

De coronacrisis biedt kansen om te praten over wat het begrip waarde echt betekent in waardeketens, schrijven Maria van der Heide en Danielle Hirsch in deze opiniebijdrage. Waarde wordt nu uitgedrukt in economische termen als winst en groei. Maar wat hebben we aan winst en groei als de grondstoffen op zijn, mensen onbeschermd op straat staan en het klimaat de aarde onleefbaar maakt? Er zijn waardeketens, die wél werken en waar waarde een veel breder begrip is. 5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens.

Lees artikel

5 jaar strategische partnerschappen: zonder wrijving geen glans

Door Siri Lijfering | 25 mei 2020

Komende vrijdag horen ontwikkelingsorganisaties of hun aanvraag voor het nieuwe subsidieprogramma Power of Voices is gehonoreerd. Nog een paar spannende dagen dus. In dit essay maakt Siri Lijfering de balans op van de voorganger Samenspraak en Tegenspraak. Wat kunnen we leren van vijf jaar strategische partnerschappen tussen de Nederlandse overheid en de ontwikkelingssector?

Lees artikel

Inclusief besluitvormingsproces essentieel bij effectieve aanpak COVID-19

Door Vice Versa | 20 mei 2020

Een glashelder en sterk pleidooi rondom de noodzaak van internationale solidariteit. Dat is de reactie van 12 mensen uit het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wetenschap op het spoedadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over de Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen het coronavirus. Maar, voegen ze daar aan toe: het is van groot belang dat lokale actoren een beslissende rol krijgen in de praktische uitvoering. Voorkom dat alleen gekozen wordt voor bestaande partners die grootschalige bedragen weg kunnen zetten. Hieronder de volledige reactie en de namen van de ondertekenaars.

Lees artikel