Door:
Siebrich Visser

15 juni 2011

Categorieën

Woensdagmorgen 15 juni overlegden Kamerleden met de directeuren van Oxfam Novib, Cordaid, ICCO en IKV Pax Christi over hun werk in Israel en de Palestijnse gebieden. Het overleg werd voorgezeten door SP’er Harry Van Bommel, initiatiefnemer van de zogenoemde ‘bijzondere procedure.’ Aanwezig waren woordvoerders van VVD, CDA, PVV, ChristenUnie en D66. Verrassend waren de standpunten van deze partijen niet. De partijen maakten vooral van de mogelijkheid gebruik om de organisaties aan de tand te voelen over hun werk. Het werk van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties in de Palestijnse gebieden en Israel ligt sinds de komst van het Kabinet-Rutte gevoelig omdat de (gesubsidieerde) organisaties lokale partners steunen wiens activiteiten volgens sommige partijen in strijd zijn met het Nederlandse regeerakkoord: het intensiveren van de relatie met Israel en het uitgangspunt van de tweestatenoplossing. Eind 2010 voerde minister Rosenthal een ‘pittig gesprek’ met ICCO over hun steun aan de Palestijnse nieuwswebsite Electronic Intifada. Deze website zou oproepen tot een boycot van Israel. Overigens gaat dit om een boycot van Israëlische bedrijven die vanuit de (illegale) nederzettingen werken in de bezette gebieden. ICCO heeft de steun niet stopgezet omdat het redeneert vanuit het internationaal recht dat heeft bepaald dat deze nederzettingen onrechtmatig zijn. De verschillende organisaties lichtten vandaag toe: ‘Uit onrecht kan geen recht ontstaan’. Regeerakkoord opsturen naar partners? De vraag is of organisaties zullen moeten vrezen voor subsidie als zij activiteiten steunen die niet in lijn zijn met het Nederlandse beleid. In dit verband vroeg Van Bommel (SP) of de organisaties nu het Nederlandse regeerakkoord gaan opsturen naar partnerorganisaties, omdat ze anders misschien in de problemen komen. Farah Karimi (Oxfam Novib) benadrukte dat de organisaties in de procedure voor MFS 2 transparant zijn geweest over hun activiteiten en de partnerorganisaties, waarop geen commentaar kwam vanuit het ministerie. Zij ziet dus geen problemen in het uitvoeren van deze activiteiten en gaat dus ook geen regeerakkoord naar partners sturen. Karimi benadrukte het belang van de autonomie van maatschappelijke organisaties die het niet altijd eens zijn met het Nederlandse beleid. ‘Discussies hierover worden meestal gewaardeerd’, aldus Karimi. Criteria voor lokale partners De verschillende organisaties lichtten hun werk in de regio toe. René Grotenhuis, directeur van Cordaid, ging in op een belangrijk onderdeel van het overleg, namelijk hoe de organisaties komen tot hun keuze voor lokale partners. Criteria voor lokale partners zijn dat zij relevant werk doen voor een duurzame en rechtvaardige vrede, draagvlak hebben in de samenleving en dat zij zich houden aan mensenrechten en niet oproepen tot geweld. Deze criteria gelden voor partners in alle conflictgebieden, voegde Grotenhuis hieraan toe. Hij benadrukte ook dat deze organisaties, hoewel er heldere afspraken liggen over hun werk, géén marionetten zijn van de Nederlandse organisaties. Hun verantwoordelijkheid is om te werken vanuit internationaal recht, niet om te werken volgens het Nederlandse regeerakkoord. Partijdig? Na deze uitleg kregen de partijen toch nog vele vragen van de Kamerleden Driessen (PVV), Ormel (CDA) en Voordewind (CU) over waarom zij bepaalde partners steunen. Zij impliceerden verschillende keren dat de organisaties partijdig te werk zouden gaan. De organisaties antwoorden stuk voor stuk dat dit niet het geval is en dat ze opkomen voor de rechten van alle burgers, waarbij zij uitgaan van mensenrechten. Joёl Voordewind vroeg (CU) of de organisaties naast de volgens hem  ‘polariserende activiteiten van partners’ ook organisaties voor samenwerking en organisaties van Israëlische zijde steunen. Grotenhuis antwoordde dat de Israëlische regering voldoende middelen heeft om de organisaties in eigen land te steunen. Ook benadrukte hij geen voorstander te zijn van polarisering en juist ‘bij elkaar wil brengen’. ‘Partners die zich op geweldloze wijze verzetten tegen de bezetting doen daar niks aan af’, aldus Grotenhuis. Ook zei hij dat Cordaid de raketaanvallen vanuit Gaza op Israel wel heeft veroordeeld. Voordewind reageerde: ‘Maar u steunt geen boycot van Gaza?’ Een vreemde vraag waarover verontwaardiging in de zaal te voelen was. Gaza wordt in zijn geheel al geboycot, aangezien het hele gebied is afgesloten door Israel. Tegenwerken van vrede door boycot? De Christelijke partijen vroegen lang door over de steun aan lokale partners die de oproep tot BDS (Boycot, Divestment and Sanctions) steunen. Voordewind en Ormel hadden andere beelden over de Israëlische bedrijven die volgens de organisaties onrechtmatig werken in de bezette gebieden. Voordewind zei de gebieden onlangs te hebben bezocht. Volgens hem zijn vele Palestijnen ook blij met de investeringen in het gebied die zorgen voor economische ontwikkeling. Hoewel deze Palestijnen tegen de illegale nederzettingen zijn, zijn zij ook tegen een boycot van deze bedrijven in ‘Judea’ en ‘Samaria’, aldus Voordewind. Ormel en Voordewind vroegen zich af of deze bedrijven niet kunnen zorgen voor samenwerking tussen Israeliërs en Palestijnen. ‘Werken we vrede niet tegen door zo strikt te reageren op deze bedrijven met een boycot?’, vroeg CDA’er Ormel. ICCO-directeur Marinus Verweij lichtte toe dat vele Palestijnse partnerorganisaties deze boycot steunen, maar dat zijn organisatie zelf geen rol speelt in het oproepen tot deze boycot. Onomkeerbaarheid van de bezetting Jan Gruiters (IKV Pax Christi) ging in op waarom de organisaties deze bedrijven als onrechtmatig beschouwen. ‘Een van de belangrijkste grondslagen van het internationaal recht is dat gebied niet mag worden verkregen door middel van geweld. Daarnaast mag de samenstelling van een bevolking niet worden veranderd in bezette gebieden zoals Israel dat doet met de nederzettingen. Daarmee maakt het de bezetting onomkeerbaar. Het onomkeerbaar maken van de bezetting maakt een tweestatenoplossing onmogelijk.’ Hij reageerde hiermee ook op de vele aanvallen vanuit CDA‘er Ormel dat de organisaties niet voldoende zouden werken aan de gewilde  tweestatenoplossing. Gruiters wees erop dat de Israëlische bedrijven de nederzettingen in stand houden en daarmee meewerken aan de onomkeerbaarheid van de bezetting. Hoewel de discussie nog in volle gang was moesten de Kamerleden om stipt 11.00 uur weer verder. Het publiek bleef napraten maar moest worden weggestuurd voor de volgende vergadering in de zaal. Er lag duidelijk nog genoeg stof om verder te praten over het werk in deze gevoelig liggende regio.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel