Door:
Vera Hendriks

6 juni 2011

Vaak wordt het nieuws bepaald door de negatieve rol die religie speelt in het aanwakkeren van conflicten en het onderdrukken van vrouwen. Maar er is ook een positieve kant aan religie: veel activisten voor vrede en vrouwenrechten laten zich inspireren door hun geloof en organiseren hun beweging rondom hun geloofsgemeenschap. Het Women Peacemakers Program (WPP) van de International Fellowship of Reconciliation (IFOR) organiseerde een bijeenkomst om dit thema verder uit te diepen. De bijeenkomst was opgezet met verschillende sprekers en twee workshops. Deze belichtten religie uit verschillende hoeken en contexten. Opvallend was de gelijkenis tussen de verschillende betogen: op één na waren ze allemaal gericht op het bewijzen van de stelling dat religie weliswaar negatieve uitwassen kent, maar dat een positieve interpretatie van religie vaak essentieel blijkt voor vrouwen- en vredeactivisten. Alle sprekers putten inspiratie uit hun heilige manifesten, of uit de steun van een geloofsgemeenschap. De synergiën tussen de wereldreligies werden benadrukt: de kern van alle geloof is een streven naar orde, vrede en verdraagzaamheid. Het is wel zo dat er verschillen bestaan in interpretatie van religie, zeker naarmate er meer belangen bij komen kijken. Hansuli Gerber, de president van IFOR, zegt in zijn toespraak: ‘Religieuze instituties neigen ernaar verandering tegen te houden, waar geloofsgemeenschappen juist vooruitstrevend zijn. De laatste hebben vaak een agenda van geweldloosheid en naastenliefde. Dit zou je een nieuw gemeenschappelijk paradigma binnen religies kunnen noemen.’ Van deze geloofsgemeenschappen moet vredesopbouw het dan ook hebben. De invloed van fundamentalisme De enige die de conflictkant van religie besprak was Cassandra Balchin, consultant bij de Association for Women’s Rights in Development (AWID), die onderzoek doet naar religieus fundamentalisme en vrouwenrechten. Ze legt uit hoe mensen het vertrouwen in corrupte politieke leiders zijn kwijtgeraakt en zich dan tot religieuze leiders wenden, omdat ze daar kernwaarden verwachten zoals tolerantie en verzoening. Een andere reden voor de invloed van religie in conflictsituaties is dat religieuze hulpinitiatieven vaak langer aanwezig blijven dan seculiere organisaties. Religieuze leiders maken vervolgens misbruik van hun positie om hun eigen agenda na te jagen, een agenda die meestal niet bevorderlijk is voor vrede en veiligheid. Religieuze fundamentalisten gebruiken daarbij andere vormen van haat, zoals xenofobie en onderdrukking van vrouwen. Vreemd genoeg zijn vrouwen en zwakkeren in de samenleving het doelwit van fundamentalisme, maar worden lokale elites buiten schot gelaten. Balchin: ‘Religieus fundamentalisme beïnvloedt niet alleen vrouwenrechten, maar heeft ook invloed op de toegang van vrouwen tot publieke sferen en de economie, seksuele en reproductieve gezondheidsrechten, geweld tegen vrouwen, de rechten van homoseksuelen, en meer in het algemeen pluralisme en tolerantie.’ Iemand uit de zaal merkt op dat het eigenlijk vreemd is om de term ‘fundamentalisme’ te gebruiken, aangezien de fundamenten van religie hierdoor juist onderuit worden gehaald. Vrouwelijke religieuze leiders Maar religie kan ook weer gebruikt worden om fundamentalisme tegen te gaan. Namens KIAS, een partner van Cordaid, is Ibu Noor aanwezig om te praten over de situatie in Indonesië. Daar is na de val van Soeharto, die een seculiere staat had ingesteld, de islamitische partij weer flink gestegen in de peilingen. Er gaan stemmen op om de sharia (die overigens ooit door de Nederlandse overheersers is geïntroduceerd!) in te voeren als nationaal rechtssysteem. Door deze verandering wordt de rol van vrouwen wettelijk teruggebracht tot huishoudelijke taken. Ook zou polygamie weer worden toegestaan. Vrouwen die hiertegen in opstand komen, verliezen hun positie binnen de maatschappij en hun gezicht binnen de familie. Maar een bijzondere rol wordt ingenomen door vrouwelijke religieuze leiders in pesantren, islamscholen. Deze vrouwen hebben een meerwaarde voor vrede en ontwikkeling, omdat ze het begrip ‘religie’ vaak breder interpreteren dan hun mannelijke collega’s. Voor vrouwen betekent religie gemeenschap, verdraagzaamheid en gelijkheid tussen man en vrouw, en zo brengen ze dat ook over op hun leerlingen. Daarmee vormen ze een kracht achter ontwikkeling en vredesopbouw. Ibu Noor en de andere sprekers zien graag dat er meer vrouwelijke religieuze leiders zouden komen. Educatie moet hierbij een belangrijke rol spelen, volgens Cassandra Balchin. Helaas zijn religieuze leiders voor 99,9% mannen, die de status quo van traditionele genderrollen liever dichtmetselen. Bruggen bouwen Dat leidt tot een debat over het verschil tussen religie en cultuur. Veel schendingen van vrouwenrechten zijn het gevolg van cultureel bepaalde normen, niet van de religie zelf. Genitale verminking van vrouwen is er zo één. Maar tegengeluid klinkt: waar begint het één, en houdt het andere op? Een vrouw uit het publiek beweert dat een aanpak van vrouwelijke religieuze leiders niet kan werken in een land als Afghanistan, waar vrouwen niet eens buitenshuis mogen komen. Ook wordt er een kritische noot geplaatst bij het ophemelen van vrouwen als natuurlijke vredesbepleiters. Vrouwen spelen net zo goed als mannen een rol in conflicten. Conclusie van de dag is dat er niet één duidelijk antwoord te geven valt op de vraag of religie een positieve of negatieve invloed heeft op vrouwen en vredesopbouw. Wat belangrijk is, zo vat de facilitator van het WPP samen, is het bruggen bouwen tussen religies, thema’s en sectoren, om zo een dialoog tot stand te brengen en te werken aan het samen oplossen van conflicten. Religie creëert verwantschap en die mag zeker niet onderschat worden. Ook moeten religieuze en seculiere gemeenschappen worden samengebracht. Vredesprocessen hebben baat bij het aanschuiven van alle groepen in een samenleving. Het WPP houdt van 19 tot 25 oktober een online discussie over het onderwerp religie, gender en vredesopbouw. Meer informatie zal te vinden zijn op http://www.ifor.org/WPP/index.html.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel