Door:
Siebrich Visser

1 juni 2011

Categorieën

Tags

Vanmorgen vond in de lege plenaire zaal van de tweede kamer een VAO (verslag algemeen overleg) plaats over het WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’. Er werden zeven moties ingediend, waarvan maar liefst vijf door Knapen werden beschouwd als ondersteuning van beleid. De eerste twee moties, beide van Kathleen Ferrier (CDA), richtten zich op de kennis en kunde van Nederland die ingezet kan worden bij ontwikkelingssamenwerking. Ten eerste richtte zij zich op de nadruk die in het beleid wordt gelegd op het Nederlandse bedrijfsleven. De kennis op dit gebied kan worden ingezet ter bevordering van de private sector in ontwikkelingslanden.  In dit verband vroeg Ferrier in haar eerste motie de Nederlandse kennis en kunde in te richten naar de behoefte van ontwikkelingslanden. Deze motie werd door Knapen beschouwd als ondersteuning van beleid. Hij benadrukte dat door de focus en het mindere aantal landen in zijn beleid deze kennis zich zal verdiepen. De tweede motie van Ferrier richtte zich op de waarschuwing van het WRR voor uitholling van de Nederlandse kennis op het gebied van OS. In de motie vroeg Ferrier de kennis te stimuleren, onder andere door kennisinstituten in Nederland en in ontwikkelingslanden met elkaar te verbinden. Ook deze motie werd door de staatssecretaris beschouwd als ondersteuning van beleid. Ontwikkelingshulp versus ontwikkelingssamenwerking Johan Driessen (PVV) wees op het consequente gebruik in het WRR-rapport van het woord ‘ontwikkelingshulp’ in plaats van ‘ontwikkelingssamenwerking’. Driessen riep de regering in zijn motie op voortaan net als het WRR de benaming OH (ontwikkelingshulp) te gebruiken, in plaats van OS  (ontwikkelingssamenwerking). Knapen ontraadde deze motie. Hij vindt de naam ‘ontwikkelingssamenwerking’ gepaster omdat het de bedoeling  is dat de relaties met ontwikkelingslanden steeds meer in de richting gaan van investeren en gelijke, wederzijdse samenwerking. Berekening Public Bads Arjan El Fassed (GL) diende een motie in waarin hij de staatssecretaris verzocht een berekening te maken van de zogenaamde public bads, dit in verband met de coherentie van beleid. Public bads zijn de negatieve gevolgen van de verschillende Nederlandse beleidsterreinen in ontwikkelingslanden, zoals landbouw en handel. Knapen beschouwde de motie als aansporing. Net als El Fassed lijkt hem het berekenen van de public bads zinvol, maar hij ziet problemen in de mogelijke meetbaarheid hiervan. Ook wetenschappers zijn het er nog niet over eens hoe public bads inzichtelijk gemaakt kunnen worden, aldus Knapen. De staatssecretaris wilde dan ook nog geen toezeggingen doen, maar beloofde hier in zijn coherentierapportage aandacht aan te besteden. El Fassed reageerde dat het zeker een poging waard is en niet direct hoeft, ‘we komen er volgend jaar op terug’. Knapen sloot zich hierbij aan. Sjoera Dikkers (PvdA) richtte zich op de modernisering van ontwikkelingssamenwerking waarbij het Nederlandse bedrijfsleven een belangrijker rol gaat spelen. Ze wees op het WRR-rapport dat de meerwaarde van het Nederlandse bedrijfsleven voor ontwikkelingslanden benadrukt. Ze verzocht de staatssecretaris  meerwaarde van het bedrijfsleven niet alleen vóór Nederland, maar ook dóór Nederland voor ontwikkelingslanden te zien. Dit was ondersteuning van beleid, volgens Knapen, aangezien vanuit dit departement de nadruk primair ligt op ontwikkelingslanden. Overkoepelend genderbeleid? Als laatste in deze ronde diende Wassila Hachchi (D66) twee moties in. Ten eerste verzocht zij de staatssecretaris een uitgebreider reactie en reflectie op het idee van het WRR om een NL-Aid op te richten. Knapen heeft dit idee eerder al terzijde geschoven. Hij beloofde in zijn reactie hier verder op in te gaan in toekomstig overleg over de professionalisering van ontwikkelingssamenwerking. De motie werd daarmee als aansporing c.q. ondersteuning van beleid gezien. Ten tweede wees Hachchi op het ontbreken van een overkoepelend genderbeleid. Zij verzocht de regering in haar motie een overkoepelend genderbeleid te ontwikkelen voor ontwikkelingssamenwerking en ook voor andere beleidsterreinen met een genderperspectief te komen. De staatssecretaris verzocht Hachchi deze motie aan te houden. Hij wees erop nog in debat te gaan over prioriteiten en op welke manier hier vorm aan te geven, zodat hier vanuit beide kanten verder over nagedacht en uitgewisseld kan worden. Hachchi stemde hier mee in. Volgende week dinsdag vindt een stemming over de moties plaats. Het debat is hier terug te kijken

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel