Door:
Vera Hendriks

31 mei 2011

Waarom nemen hoogopgeleide en gemotiveerde jongeren in de ontwikkelingssector toch steeds weer genoegen met een stage of vrijwilligerspositie? Er is misschien niet veel werk op dit moment, maar dat betekent toch niet dat je bereid moet zijn één of twee jaar gratis te werken, of van je eigen geld ervaring in het buitenland op te doen. Volgens Vera Hendriks maken ontwikkelingsorganisaties handig gebruik van deze trend om zo goedkoop mogelijk aan personeel te komen. Maar levert het voor jongeren ook echt iets op? Toen ik een jaar of 15 was, besloot ik dat ik later in de ontwikkelingssamenwerking wilde werken. Als je niet tevreden bent met de verhoudingen in de wereld, moet je er zelf iets aan gaan doen, redeneerde ik. Tien jaar later blijk ik niet de enige die er zo over denkt: per jaar studeren er duizenden jongeren af in een opleiding die te maken heeft met ontwikkeling, internationale betrekkingen, mensenrechten en vrede & conflict. Daarna zoeken ze een baan – maar dan komen ze tot de ontdekking dat die er nauwelijks zijn. Vervolgens beginnen ze vrijwel allemaal met een, meestal onbetaalde, stage. Ontwikkelingsorganisaties, consultancybureaus en overheidsinstellingen: allemaal bieden ze stages aan, want stagiaires zijn goedkoop en enthousiast. Ook kunnen kleinere en administratieve klussen gemakkelijk worden opgevangen door een onervaren persoon, terwijl de vaste krachten zich bezighouden met het grotere en interessantere werk. Nu zit daar wel wat in: iedereen moet onderaan beginnen, en het is handig als stagiaires in het kader van een schoolopdracht onderzoek verrichten dat een organisatie goed kan gebruiken. Bijsmaak Maar waar ik me niet goed bij voel, is dat deze stages steeds vaker onbetaald worden aangeboden. Ook zie je steeds vaker afgestudeerden zich melden voor een onbetaalde stage of werkervaringspositie, terwijl stages toch echt bedoeld zijn voor studenten. Dit is misschien zo omdat er weinig startersposities zijn; maar heeft het alsmaar accepteren van stages niet het tegengestelde effect? Organisaties schrappen nu startersposities, omdat ze net zo goed een onbetaalde stagiair het werk kunnen laten doen. Met als schrijnend voorbeeld een verhaal dat ik laatst hoorde over een meisje dat voor de keuze werd gesteld: haar betaalde baan onbetaald gaan uitvoeren, of plaatsmaken voor een onbetaalde stagiair. Daarbij schort het bij stages nogal eens aan de begeleiding van stagiaires en vrijwilligers. In de praktijk is het zo dat begeleiders weinig tijd hebben. Daarom nemen ze juist stagiairs aan: om dat te doen waar ze zelf geen tijd voor hebben. Het hangt van hun eigen initiatief af hoeveel input stagiaires krijgen op hun werk. Ze hebben meestal geen echte invloed in een organisatie en dat is jammer: jonge mensen met verfrissende ideeën en een verse opleiding zouden de kans moeten krijgen zich te bemoeien met de gang van zaken binnen vastgeroeste systemen van partnerschappen, zeker daar waar ‘klassieke’ ontwikkelingshulp nog de boventoon voert. Ook kunnen jongeren veel nieuwe kennis aandragen en sociale media aanboren. De meeste organisaties laten hun jongeren echter taken doen die beneden hun niveau en buiten hun kennisgebied liggen, zoals vergaderingen notuleren en stapels projectaanvragen invoeren in het systeem (hebben we daar geen secretaresse voor?). Hun potentieel wordt niet optimaal benut. Jongeren hopen dat ze, door werkervaring en contacten op te doen bij een organisatie, daarna makkelijker doorstromen naar een betaalde baan. Soms werkt dat inderdaad. Maar juist door het lage aanzien dat stages hebben binnen organisaties, zijn er genoeg werkgevers die vinden dat een stage niet meetelt voor je werkervaring. Dat resulteert in een soort patstelling: je moet werkervaring opdoen om voor een baan in aanmerking te komen, maar dat kun je niet, omdat je geen ‘officiële’ werkervaring hebt. Sommigen zien dit na een tijdje niet meer zitten en gaan zich oriënteren buiten de sector, met als gevolg dat jong talent verloren gaat. Buitenland Nog vreemder is de situatie waar het gaat om buitenlandervaring, een essentiële factor in de competitie om een baan in de sector. Vrijwilligersposities zijn er genoeg, maar vaak moet je als jongere er geld op toeleggen, soms wel enkele duizenden euro’s. De meeste stichtingen die een uitzending verzorgen hebben dat geld zelf niet en vragen om een bijdrage door middel van sponsoring. Zo slaan ze twee vliegen in één klap: een onbetaalde werkkracht en gratis promotie voor hun stichting, allemaal onder het mom van weldoenerij. Jongeren werken een half jaar achter de kassa van de supermarkt om dit bij elkaar te schrapen. En dan nog is het maar de vraag wat de stage inhoudt op het moment dat ze er aankomen. Lees Renske de Greef’s En je ziet nog eens wat maar: de situatie is geen uitzondering. De meeste uitzendingsprogramma’s zijn trouwens gestopt, of rekruteren alleen nog maar mensen met meer dan 2 jaar werkervaring en technische kennis. Het huidige aanbod is te beperkt: Junior Programme Officer-functies hebben vaak meer dan 100 sollicitanten, VSO vraagt uitgebreide assessments en twee jaar uitzending, en ZOA Vluchtelingenzorg stuurt alleen jongeren op pad met een christelijke identiteit. Misschien is het als gevolg daarvan dat veel universiteiten één of meerdere buitenlandstages in hun programma opnemen, zodat hun studenten voorbereid de wijde wereld in gaan. Maar ook dan moeten ze het vaak zelf regelen en betalen. Laat je gelden Moet je daar als student of afgestudeerde genoegen mee nemen? Ik denk van niet. Naar mijn mening moeten jongeren zich veel meer laten gelden in de sector. Dat houdt ook in dat ze randvoorwaarden moeten stellen aan een onbetaalde stage of werkervaringsplaats.Een basisvergoeding, reiskostenvergoeding, adequate begeleiding en een goede referentiebrief na afloop zijn de minimumeisen. Ook in een betaalde baan, overigens, hoeft een starter geen genoegen te nemen met een minimumloon. Jongeren moeten zich ervan bewust zijn dat ze echt wat te bieden hebben, en dat vergoeding daarvoor op zijn plaats is. Het mag dan wel filantropie heten, ze werken niet voor Jan-met-de-korte-achternaam.Wist je dat iemand met jouw opleiding en leeftijd bij een commercieel bedrijf tegen de 3000 euro per maand verdient? Ik zou ook graag zien dat er weer een breed jongerenkanaal komt zoals Togetthere, waarin jongeren tegen betaling (bijvoorbeeld minimumloon) een half jaar tot een jaar werk kunnen doen bij een ontwikkelingsorganisatie in het buitenland, onder begeleiding van een organisatie hier. Er moeten veel meer buitenlandposities vrijkomen voor jongeren: niet in de trant van kennisoverdracht, maar van uitwisseling en onderzoek naar nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking. Dit zou gekoppeld kunnen worden aan een uitwisselingsprogramma met veelbelovende jongeren uit ontwikkelingslanden die in dezelfde tijd in Nederland bij de donororganisatie gaan werken. Op die manier kunnen zowel de jongeren als de sector profiteren op een laagdrempelige en relatief goedkope wijze. Ikzelf loop nu ook twee stages –welbewust uitgekozen – maar na de zomer ga ik zeker weer op zoek naar een betaalde baan, liefst in het buitenland. Tegen die tijd hoop ik dat de sector mijn advies ter harte neemt en de jongeren opnieuw omarmt. Alvast aangenaam kennis te maken!

IMVO werkt alleen als bedrijven willen, niet enkel als ze moeten

Door Sarah Haaij | 29 oktober 2020

Terwijl de roep om wetgeving op het terrein van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) toeneemt, houdt Pramit Chanda juist een heel ander verhaal. De landendirecteur van het Nederlandse Initiatief Duurzame Handel (IDH) in India denkt dat wetgeving en verplichting gedrag niet gaat veranderen. ‘Bedrijven moeten geloven dat ze zelf die verandering kunnen bewerkstellingen met de manier waarop ze zakendoen.’

Lees artikel

‘Nederland steunt fossiele export met destructieve gevolgen’

Door Jurrian Veldhuizen | 27 oktober 2020

Onlangs kwam de monitor exportkredietverzekeringen 2019 uit, met daarin een verslag van de financiële ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse exportkredietverzekeringen. Deze werd begeleid met een brief van staatssecretaris Vijlbrief. In deze brief noemde staatssecretaris Vijlbrief de bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen en verwees hij maar liefst dertig keer naar de ‘vergroening’ en groene transacties van de doorgaans voornamelijk ‘grijze’ verzekeringen. Mooie en positieve ontwikkelingen, schrijft Jurrian Veldhuizen,  maar achter deze woorden schuilt een grote mate van onduidelijkheid en vooral veel contradictie.

Lees artikel

Communities need land rights to gain from investments

Door Siri Lijfering | 26 oktober 2020

Communities being able to participate on an equal basis in land governance is key to food security and inclusive development. How can securing land rights pave the way for responsible investments and what can we learn from experiences with the palm oil industry? To answer these questions we turn to West Africa where two activists are fighting for their communities’ right to land. ‘If we want to move forward, we need to share the wealth that the land brings.’

Lees artikel