Door:
Siebrich Visser

23 mei 2011

Categorieën

Na de verkiezingen van afgelopen november zat Ivoorkust met twee presidenten. Voormalig president Laurent Gbagbo weigerde plaats te maken voor de door de electorale commissie en internationale gemeenschap erkende winnaar, Alassane Ouattara. Een gewapend conflict volgde waarbij minstens 1500 slachtoffers vielen. Inmiddels is Gbagbo gearresteerd en Ouattara beëdigd als president. Selay Marius Kouassi, Ivoriaans journalist die tijdens het conflict voor verschillende internationale media artikelen schreef, is momenteel in Nederland. Vice Versa sprak met hem over het bedrijven van journalistiek gedurende het conflict in Ivoorkust. Hoe heb je de afgelopen weken doorgebracht in Ivoorkust? ‘Ik woon in Cocody, het oostelijk deel van Abidjan, het administratieve centrum van Ivoorkust. Tijdens de verkiezingen was het nog redelijk rustig. Toen troepen van Ouattara begonnen te vechten om de macht over te nemen van het zittende regime van Gbagbo breidde het conflict zich snel uit, ook in de richting van Abidjan. Ik heb nog snel wat proviand kunnen halen en vanaf 28 maart heb ik 13 dagen thuis gebarricadeerd, het was te gevaarlijk om naar m’n werk te gaan. Die periode was erg zwaar en intens. Soldaten van beide zijden barricadeerden delen van de weg en er vonden op onverwachte momenten vuurgevechten plaats.’ Welke gevaren liep je om je werk te doen als journalist? ‘Waar ik woonde was er gelukkig nog toegang tot internet en elektriciteit. Om mijn werk te doen vond ik met mijn mobiele telefoon uit wat er gaande was, maar soms moest ik de lege straten op. Achteraf besef ik pas welke risico’s ik daarmee genomen heb. Op het moment zelf wilde ik alles doen om de stemmen van Ivoorkust te laten horen in de wereld. Één keer liep ik recht op zo’n barricade van soldaten in. Dit waren soldaten loyaal aan Ouattara. Ze vroegen naar mijn identiteitskaart. Ik liet expres mijn perskaart zien, maar daar waren ze niet in geïnteresseerd. Ze wilden mijn identiteit weten. Het conflict tussen de twee presidenten en hun aanhang hangt sterk samen met identiteit; waar je vandaan komt. Kom je uit het Zuiden, dan ben je voor Gbagbo, zo wordt gedacht. Kom je uit het Noorden, dan word je gezien als ‘immigrant’ en ben je voor Ouattara. Uit mijn achternaam ‘Kouassi’ konden de soldaten opmaken dat ik uit het centrale deel van Ivoorkust kom. Ik werd daarom gekoppeld aan de derde presidentskandidaat; Henri Konan Bédié. Konan stond in de tweede ronde van de verkiezingen aan Ouattara’s zijde, dus de soldaten lieten me door. Ik heb geluk gehad, als er soldaten stonden van Gbagbo weet ik niet of ik hier nu had gezeten.’ Welke rol speelde nationale media in het conflict? ‘In Ivoorkust zeggen we wel: ‘de macht ligt bij de televisie’. We hebben in Ivoorkust twee nationale televisiezenders en die zijn in handen van de politiek. Tijdens het conflict vochten soldaten van beide kanten om de macht te krijgen bij de televisie. Toen Ouattara als winnaar uit de bus kwam, was de televisie in handen van Gbagbo. Vanuit een hotel met bescherming van de Verenigde Naties werd verklaard dat Ouattara de winnaar was. Dit nieuws was overigens alleen te volgen via internationale media. Op de staatstelevisie werd vervolgens beweerd dat dit nieuws onjuist was en dat Gbagbo de winnaar was. We zaten dus met twee presidenten, een bizarre situatie. Via smsjes en telefoontjes kwam men er langzamerhand achter dat Ouattara de eigenlijke winnaar was. De RTI (Radio Television Ivoirienne) reageerde daarop met een haatcampagne tegen Ouattara en beweerde dat de verkiezingen oneerlijk waren verlopen. Ouattara werd gepresenteerd als buitenstaander, hij zou een duivel zijn die samenspant met het neokoloniale westen. Tegenover hem werd Gbagbo gepresenteerd als de redder. Net als de televisie zijn ook de kranten grotendeels in handen van de politiek, daarbinnen bestaan het kamp van Gbagbo en het kamp van Ouattara. In plaats van bruggen te bouwen gedroegen journalisten zich als politici. Velen gooiden met hun haatcampagnes olie op een hete plaat en zijn volgens mij dan ook medeverantwoordelijk voor het conflict.’ Is het wel mogelijk om als onafhankelijk journalist te werken in Ivoorkust? ‘Dat is heel moeilijk. Als je voor één van de kanten van het conflict schrijft vormen politici en soldaten van de andere kant voor jou een bedreiging. Als onafhankelijk journalist heb je een onduidelijke positie en word je bedreigd vanuit beide kanten. Ikzelf heb door mijn werk voor internationale media bedreigende telefoontjes ontvangen. Politici zien je als bedreiging omdat je als onafhankelijk journalist alles kunt schrijven. Salarissen van journalisten zijn bovendien laag, waardoor ze gevoelig zijn voor omkoping door politici. Ikzelf doe het liefste aan onderzoeksjournalistiek maar doe ook sportjournalistiek. Als je over gevoelige onderwerpen wil schrijven in Ivoorkust, is het moeilijk om politici te spreken te krijgen: voetbal is dan een mooie dekmantel voor een interview. Gedurende het gesprek kun je voorzichtig overgaan op de gevoelige onderwerpen. Dat is de enige manier om onderzoeksjournalistiek te bedrijven in Ivoorkust. ’ Wat vond je van de rol van Westerse media en de aandacht die zij hadden voor Ivoorkust tijdens de crisisperiode? ‘Ik was erg blij met de internationale media die in Ivoorkust aanwezig waren. Zij konden in tegenstelling tot veel lokale media wel het echte nieuws brengen over de uitslag van de verkiezingen en de noodsituatie die ontstond. Ik was blij dat wereldwijd mensen alles konden volgen. Gbagbo is een nationalistisch politicus, zijn aanhang staat vrij negatief tegenover Europa. De westerse media kregen dan ook een probleem toen zij steeds meer werden beschouwd als de spreekbuis van Ouattara. Westerse journalisten werden toen het mikpunt van bedreigingen en geweld.’ Was je niet boos dat op een gegeven moment alle aandacht van westerse journalisten uitging naar Libië en Egypte? ‘Natuurlijk frustreerde me dat. Ik maakte me zorgen, hoe nu verder? Het leek erop alsof mensen weinig gaven om onze situatie. Maar ik begreep al snel dat spanningen in Libië echt een hoogtepunt bereikten en dat dit groter nieuws was dan onze situatie. De meest gevaarlijke crisisperiode in Abidjan duurde niet heel lang, ik denk van 31 maart tot 11 april. Wat in Libië gebeurde was gewoon grootser.’ Hoe zie je de toekomst van Ivoorkust? ‘Dat is een moeilijke vraag. Ik zie een bloeiende toekomst voor Ivoorkust, maar niet op korte termijn. De politiek staat voor twee heel moeilijke taken. Zij moeten in het land de bevolking en het leger weer gaan verenigen. De situatie in Ivoorkust raakte door de etnische lijnen van het conflict aan wat er is gebeurt in Rwanda. Er komt een commissie van dialoog en verzoening, maar het wordt een moeilijk proces. Hoe moeten collaborateurs van Gbagbo worden beoordeeld? Daarnaast gaat de politiek een coalitie vormen waarbij de macht gedeeld wordt met politici van Gbagbo’s zijde. De vraag is nu; wie van die zijde komt in de regering? Het is een absurde situatie omdat zij enerzijds worden veroordeeld en anderzijds een plek moeten krijgen in de regering. Het is te hopen dat dit niet de mensen zullen zijn met een heel sterke ‘Gbagbo-ideologie’ van nationalisme, patriottisme en antiwesterse sentimenten. Zij zijn nationalistisch, maar niet goed voor het land.’  

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel