Door:
Vice Versa

5 mei 2011

Categorieën

Minister Rosenthal presenteerde begin april zijn mensenrechtennotitie waarin hij pleit voor een selectief en effectief beleid. Deze notitie roept echter meer vragen op dan antwoorden, volgens Victor Scheffers, directeur van de mensenrechtenorganisatie Justitia et Pax, Is Rosenthal bereid mensenrechten aan de kaak te stellen bij goede handelspartners? En meet de minister niet met twee maten? Door: Viktor Scheffers Op 5 april presenteerde minister Rosenthal zijn mensenrechtennotitie, Verantwoordelijk voor Vrijheid. De notitie moet aansluiting vinden bij het beleid uitgezet door de Minister Verhagen in 2007. Minister Rosenthal geeft aan dat hij effectiever beleid wil door selectiever te werk te gaan. Het is natuurlijk uitermate belangrijk dat Nederland een effectief mensenrechtenbeleid heeft. Het blijft echter onduidelijk hoe de Minister tot dit selectiever beleid is gekomen en hoe hij de effectiviteit ervan gaat meten. Ondanks het feit dat Rosenthal en zijn partij de VVD mensenrechten onderschrijven als universele waarden, zal in het buitenlands beleid het economische belang de boventoon voeren. Dat is eerlijk en realistisch, maar ook wat angstig en weinig ambitieus. En op de langere termijn schaadt het bovendien de internationale positie en de goede naam van Nederland. Bondgenoten De invloed en het respect dat Nederland internationaal heeft, hangt ook juist af van haar imago als voorvechter van mensenrechten en rechtsstaat. Juist door een puur economisch gedreven internationaal beleid te voeren ondermijnt Nederland deze internationale positie. In een wereld waarin de opkomende economieën een steeds grotere plaats opeisen is economie niet genoeg om een internationaal profiel te behouden. Waar Minster Verhagen nog duidelijk aangaf dat ook bondgenoten moesten worden aangesproken op mensenrechtenschendingen, ontbreekt dit in de notitie van Minister Rosenthal. Gezien de economische prioriteiten die deze minister stelt, is het zeer de vraag of hij hiertoe bereid is. Een goede handelspartner stoot je dan liever niet voor het hoofd. Deze houding die economie vóór mensenrechten plaatst, doet af aan de geloofwaardigheid van Nederland als voorvechter van de mensenrechten en ondermijnt de slagkracht van Nederland op dit terrein in het buitenland. Wat is bijvoorbeeld het Nederlandse standpunt aangaande de doodstraf in de Verenigde Staten en kinderarbeid in India? Europa De minister kiest graag voor het kader van de EU om mensenrechten internationaal te verbeteren. Europa werd weliswaar tijdens de verkiezingstijd door de huidige regeringspartijen neergezet als de grote boeman, die het eigenwijze en onafhankelijke Nederlandse volk allen maar in de weg zat. Maar nu mag dat zelfde Europa de hete kastanjes uit het vuur halen op het terrein van de mensenrechten. Ja, we betalen ervoor dus dan moeten we er ook maar gebruik van maken zal de Minister gedacht hebben. De EU is echter nog lang geen effectieve speler op het terrein van de internationale bescherming van de mensenrechten. Ten eerste zal het nog minsten 5 jaar duren voordat de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) operationeel zal zijn en is er ook nog geen Europese mensenrechtenstrategie opgesteld. Daarnaast is er binnen Europa ook nog lang niet bekend welke taakverdeling er komt en of alle belangrijke mensenrechtenthema’s wel onderdak vinden bij de EU lidstaten. Ten derde is het niet duidelijk welk mensenrechtenstandaard de EDEO zal gaan hanteren, die van Roemenie, Malta of Zweden. Voordat al deze onduidelijkheden zijn opgeklaard, lijkt het niet vanzelfsprekend dat er meer verantwoordelijkheden worden afgeschoven op Europa. Mensenrechten in Nederland De minister heeft in de notitie en onlangs in de Eerste Kamer ook aangegeven dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) ruimte moet laten voor een margin of appreciation en zich bezig moet houden met haar kerntaken. Deze margin of appreciation moet recht doen aan de verschillende culturele verschillen die in de landen die onder het Hof vallen. Hierbij ontstaat het idee dat de Minister vindt dat het EHRM zich niet te veel met de interne aangelegenheden van Nederland moet mengen. Dit is niet bepaald een stelling die je van een democratisch en vrij land zou verwachten. Enerzijds ondermijnt het het zeer breed erkende gezag van het Europese Hof en doet het afbreuk aan haar onafhankelijke status. Anderzijds doet deze houding het vermoeden rijzen dat Nederland nogal wat van plan is dat het daglicht van de internationale mensenrechtenafspraken niet kan verdragen. Het is eerder een houding die je van een dictatuur verwacht. Niet voor niets staat deze stellingname van de minister dicht aan bij een resolutie ingebracht op VN niveau door Rusland, en gesteund door onder ander China over het belang van traditional values. Deze resolutie behelst niets anders dan het verkrijgen van ruimte door deze landen voor het begaan van mensenrechtenschendingen onder de dekmantel van traditionele gebruiken. Het meest in het oog springen natuurlijk de maatregelen die dit kabinet wil nemen op het terrein van  asiel en migratie. Daar zit het Europees Hof Nederland inderdaad in de weg. En terecht. Zeer regelmatig krijgt Nederland van internationale verdragscommissies en van het Hof te horen dat er zaken niet deugen in ons vreemdelingenbeleid. Ouders mogen niet van kinderen worden gescheiden, gezinnen met kinderen mogen niet zonder zorg en zonder rechten op straat worden gezet, mensen mogen alleen in strikte uitzonderingsgevallen in vreemdelingenbewaring worden geplaatst, etc. Dat het Europees Hof de Nederlandse regering door middel van gerechtelijke uitspraken van dit soort zaken moet overtuigen is eigenlijk al schokkend genoeg. Waar is het gevoel voor menselijke verhoudingen, menselijke waardigheid en mensenrechten bij de Nederlandse politiek gebleven? In plaats van het beleid aan te passen aan de internationale standaarden, wil de Nederlandse regering nu liever dat vervelende Hof aan banden leggen. Dit is een arrogante en in zichzelf gekeerde houding die Nederland op geen enkel terrein –ook niet economisch- aanzien en voorspoed verleent. Het Europees hof waakt ervoor dat landen zich houden aan de internationale afspraken en zo hoort het ook. Bijvoorbeeld in het geval van de opgepakte Somalische piraten door de Nederlandse marine. Deze piraten kan Nederland als ondertekenaar van Europees verdrag van de Rechten van de Mens namelijk niet in een land laten berechten waar zij gemarteld kunnen worden. Daarom worden ze nu in Nederland berecht. Mensenrechtenfonds Steun aan mensenrechtenverdedigers wereldwijd is nog steeds een bittere noodzaak. Economische belangen, die Nederland door haar buitenlands beleid uiteraard verdedigt, moeten niet concurreren met het bevorderen van mensenrechten, maar ermee op gelijke voet staan. Een daadkrachtig mensenrechtenbeleid moet daarom hand in hand gaan met het ondersteunen van mensenrechtenverdedigers in het buitenland. De Minister erkent dit ook en besteedt ruim aandacht aan deze thematiek. Hij geeft echter aan dat na 2011 het mensenrechtenfonds en de uitreiking van de mensenrechtentulp worden geëvalueerd. Hier blijft opnieuw de vraag hangen hoe belangrijk hij het mensenrechtenbeleid van de Nederlandse overheid vindt. Minderheden De minster blijkt een sterk voorvechter van de rechten van Christelijke minderheden. Dat is weliswaar belangrijk maar gaat voorbij aan de noden van andere religieuze minderheden. Zo wordt de blasfemiewetgeving in Pakistan niet alleen misbruikt om christenen te vervolgen, maar zijn het ook eenvoudige moslims die hiervan het slachtoffer worden. Een exclusieve focus op christenen ondermijnt het internationale respect voor Nederland als mensenrechten voorvechter, omdat dan de impliciete boodschap wordt afgegeven dat andere onderdrukte (religieuze) minderheden van minder belang zijn. Alles overziend, roept de notitie van Minister Rosenthal meer vragen op dan antwoorden. Tevens wekt hij minstens de indruk dat mensenrechten niet meer voor iedereen, altijd en overal gelden. En dat   sommige mensenrechten misschien belangrijker zijn dan anderen? Dit geldt zeker daar waar mensenrechtenkwesties het Nederlandse beleid in de weg zitten. Maar hij zal het wel niet zo bedoeld hebben. Laten we ervan uitgaan dat de Minister tijdens het Algemeen Overleg mensenrechten op 14 juni in ieder geval in staat zal zijn een deel van het rookgordijn op te laten trekken.   Victor Scheffers, Directeur Justitia et Pax Justitia et Pax is een mensenrechtenorganisatie die wereldwijd werkt aan het vergroten van de toegang tot recht voor kwetsbare groepen mensen.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel