De tweede termijn van het Eerste Kamerdebat: een regen aan moties. De Kamerleden zochten naar speelruimte in het beleid van Ben Knapen. Na een kritisch en vooral inhoudelijk debat over de effectiviteit van ontwikkelingshulp, is de begroting zonder slag of stoot aangenomen. Er is weer hoop voor het Logo South programma van VNG International. Staatssecretaris Ben Knapen bood een handreiking naar de Eerste Kamerleden, die zich in de eerste termijn hard hadden gemaakt voor het behoud van het Logo South programma van VNG International. Groen Links Eerste Kamerlid Thissen diende een motie in om het lokale bestuursniveau te blijven betrekken in het ontwikkelingsbeleid. Knapen interpreteerde dit als ondersteuning van beoogd beleid en beloofde erop terug te komen in de begroting van 2012. Hij zegde daarnaast een brief toe aan de Tweede Kamer, vergezeld met de motie van de Eerste Kamer en een positieve rapportage van twee universiteiten over het programma. Deze handreikingen waren meteen ook de enige harde toezeggingen die Knapen deed tijdens het gehele debat. Steun voor maatschappelijk middenveld Verder bestond er grote steun voor het maatschappelijk middenveld bij bijna alle grotere fracties, met uitzondering van de VVD die zich er niet over uit liet. Christen-Unie Kamerlid Roel Kuiper diende een motie in waarbij de extra korting van 50 miljoen euro voor MFO’s per begrotingsjaar teruggedraaid moet worden. Opmerkelijk was dat het CDA deze motie steunde. In het Tweede Kamerdebat was er een soortgelijke motie waarbij het CDA tegenstemde. Knapen ontraadde deze motie echter, omdat hij deze kortingen proportioneel achtte ten opzichte van de bezuinigingen in het algemeen. Een tweede motie die direct over de budgetten ging, was die van PvdA’er Jean Eigeman om het beoogde ontwikkelingsbudget van 0.7 procent van het BNP vanaf 2012 weer te herstellen naar 0.8 procent. Knapen legde deze motie naast zich neer omdat 0.7 procent internationaal de norm is. Bovendien hoort Nederland bij de grootste donoren ter wereld, zo wist Knapen te vertellen. Eigeman boekte wel succes toen hij een motie indiende voor het stimuleren van een beleidskader voor economische groei, waarin de vier speerpunten (water, voedselzekerheid, Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten en veiligheid) in samenhang met onderwijs en gezondheidszorg moeten worden bekeken. Knapen vond dit ondersteuning van zijn beleid, waarop Eigeman concludeerde dat hij voor 2012 een brief met een duidelijke visie hierover kon verwachten. Voorvechter van coherentiebeleid Fred de Graaf (VVD) toonde een solidaire kant van de VVD. Hoewel de liberale partij het bedrijfsleven als stokpaardje van ontwikkelingssamenwerking ziet en zich zelfs uitliet voor gebonden hulp, plaatste hij kritische kanttekeningen over de contraproductieve effecten van de private sector in ontwikkelingssamenwerking. Ook ontpopte De Graaf, die landelijke bekendheid geniet als burgemeester van Apeldoorn, zich tot voorvechter van coherentiebeleid door te betogen dat de negatieve effecten van het Nederlands beleid, zoals importtarieven en handelsbarrières, grondig onder de loep zouden moeten worden genomen. Al was dit terrein volgens Knapen nog ‘terra incognita’, voor de 15 uitgekozen partnerlanden zou het toch mogelijk moeten zijn om dit in kaart te brengen, hamerde De Graaf. Hierop antwoordde Knapen dat Nederland de kennis en kunde zou moeten hebben om dat te doen. Regionale strategie Ook later gaf De Graaf blijk van een progressief liberale visie op ontwikkelingssamenwerking. Hij viel mede-Kamerlid Eric Smaling (SP, en tevens een van de directeuren van het Koninklijk Instituut voor de Tropen) bij in zijn betoog om een regionale strategie te ontwikkelen voor West- en Oost-Afrika. Hoewel deze motie breed werd gedragen door alle sprekers, werd deze ontraden door Knapen. De staatssecretaris vertelde dat de Europese Unie al bezig is een strategie te ontwikkelen en dat hij deze niet op eigen houtje wilde initiëren. Smaling zag dit als een gemiste kans: eindelijk kon Nederland de aanjager zijn, nu zouden we er weer achteraan moeten hobbelen. Wat Knapen wel kon beloven, was ‘input’ van Nederlandse zijde op dit gebied. Ruimte in landenkeuze Christen-Unie senator Kuiper zocht ook ruimte in de landenkeuze. Hij pleitte voor een minder drastische afname van partnerlanden en wilde voor meer landen een transitie-fase inbouwen. Knapen gaf hierop geen duimbreed toe. Integendeel: hij liet doorschemeren op lange termijn eerder het aantal partnerlanden nog verder af te willen bouwen. Kuiper interrumpeerde: ‘Waarom vijftien landen, en bijvoorbeeld geen twintig?’ Knapen had geen duidelijk antwoord paraat op deze vraag. Het getal vijftien bleek redelijk willekeurig gekozen te zijn. Het hadden er net zo goed dertien kunnen zijn, vertelde de staatssecretaris enigszins stamelend. Ook gaf Knapen niet toe op het terrein van de multilaterale organisaties. Net als tijdens het Tweede Kamerdebat in december, waar eveneens veel kritische vragen werden gesteld over de effectiviteit van multilatere organisaties en de wenselijkheid de Nederlandse bijdrage aan de Wereldbank te verhogen, hield hij voet bij stuk. Wel probeerde hij het beeld, dat Nederland niet bezuinigde op haar bijdrage aan multilatere instellingen, te nuanceren door erop te wijzen dat bijdrages aan het UNDP en UNAid wel waren verlaagd. ODA-criteria Aan het einde van het debat gaf Knapen enige aanwijzingen prijs over de opstelling van de regering ten aanzien van de ODA-criteria (criteria die bepalen wat onder officiële ontwikkelingshulp valt). Zoals bekend gaat deze regering zijn best doen meer budgetten onder deze criteria te doen vallen, maar over de precieze invulling en de voortgang van de onderhandelingen bestaat nog veel mist. Gisteravond zei hij dat er geen sprake van is dat hij volledige veiligheidsmissies onder ODA wil scharen: er is ook geen schijn van kans dat andere landen dit zouden steunen. Het gaat er volgens hem slechts om dat kwesties van fragiliteit en vredesopbouw niet tot het domein van defensie alleen behoren. Wel verklaarde hij open te staan voor een suggestie van de FMO om bepaalde investeringen in het bedrijfsleven onder ODA te doen vallen. Eerder al pleitte het FMO voor een internationale discussie om garanties en fondsen ter inperking van investeringsrisico’s als ODA te rekenen: deze vallen nu namelijk niet onder ODA omdat het geen schenkingen zijn. Na afloop bedankte Knapen de leden voor de constructieve benadering tijdens het debat. Hij was blij dat ‘iedereen oog heeft voor de verschuivende paradigma’s.’ De staatssecretaris stelde dat dit soort debatten vorm gaan geven aan de nieuwe invulling van de definities van het ontwikkelingsbeleid. Volgende week zullen de moties in stemming worden gebracht. Lees ook het verslag van de eerste termijn. Geschreven door Karlijn Muiderman, Mieke Olde Engberink, Siebrich Visser en Selma Zijlstra

‘De allerarmsten worden niet geholpen. En dat kan wél.’

Door Marc van Dijk | 05 augustus 2020

Te vaak lanceren hulporganisaties projecten zonder eerst te praten met degenen om wie het gaat. Onderzoeker Anika Altaf sprak met de allerarmsten in Ethiopië, Benin en Bangladesh. Om hen te bereiken moet het roer om.

Lees artikel

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel