Door:
Mieke Olde Engberink

4 april 2011

Categorieën

Dinsdag 5 april zal de Eerste Kamer debatteren over de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking. Het beleid van staatssecretaris Ben Knapen komt hier ter discussie te staan, dus er staat heel wat op het spel. Eerste Kamerlid voor de SP, Prof. Dr. Eric Smaling, vertelt Vice Versa wat de ontwikkelingssector in de politieke arena te wachten staat. ‘Het is afwachten hoeveel wisselgeld Knapen dinsdag meeneemt, het is natuurlijk niet een debat voor de gezelligheid.’ Tijdens het aankomende Eerste Kamerdebat zal formeel de begroting van ontwikkelingssamenwerking behandeld worden, maar houden de Kamerleden de ‘effectiviteit van ontwikkelingshulp’ aan als leidraad voor het debat. Het WRR-rapport Minder pretentie, meer ambitie zal hiervoor gebruikt worden, net als de beleidsbrieven van Knapen en de reacties van het Kabinet. Het belooft een spannend debat te worden, want de oppositie heeft in de Eerste Kamer nog altijd een meerderheid van het aantal zetels. Voorspelling van Smaling Eric Smaling zal veel kunnen toevoegen aan het debat met zijn expertise over de ontwikkelingssector. Hij is directeur van de Development Policy & Practice afdeling van het KIT, hoogleraar duurzame landbouw en hij heeft een aantal jaren in de tropen gewoond. Over het debat zegt hij: ‘Ik voorspel dat de oppositie gaat zorgen voor een verfrissend debat. Het is spannender puur omdat de oppositie zich uitdagender kan opstellen vanwege de meerderheid. Staatssecretaris Knapen zal zijn beleid echt moeten binnenhalen tijdens het debat. Dat weet hij ook, en dat vindt hij vast een leuke uitdaging. Persoonlijk kijk ik dan ook uit naar het debat.’ Sinds 2007 zit Smaling in de Senaat en dat hij veel kennis op ontwikkelingsgebied heeft maakt het debat voor hem wel leuker. ‘Ik durf nu wel boude uitspraken te doen, waar ik me op andere vakgebieden misschien meer zou inhouden.’ Invloed op het beleid van Knapen De Eerste Kamer heeft zijn eigen rol en hoeft dus niet te doen wat de Tweede Kamer zegt. Zo kan de Eerste Kamer de begroting van de regering wegstemmen, wat nogal radicale gevolgen kan hebben. ‘De Eerste Kamer is niet voor de bühne, het gaat echt ergens over’, aldus Smaling. ‘Ook vanwege de minderheid van de regeringspartijen in de Eerste Kamer zullen de moties een bepaalde zeggingskracht hebben. Die kan de staatssecretaris niet zomaar naast zich neerleggen.’ Het zal aan de toon van het debat liggen hoe de Eerste Kamer het beleid zal beïnvloeden. Smaling: ‘Soms vlamt het niet echt, dan is er sprake van lange betogen en antwoorden, met hier en daar een toezegging. Wanneer de staatssecretaris geen millimeter zal toegeven, wordt de Eerste Kamer chagrijnig en ontstaat er een gevecht tussen Knapen en de oppositie. Zo ver zal het denk ik niet komen. Daar is Knapen te communicatief vaardig voor. Hij is niet een of andere bruut die meteen zijn hakken in het zand zet.’ De inzet van de SP Kern van het verhaal van de Socialistische Partij wordt het probleem dat het ontwikkelingsbeleid iedere vier jaar op de schop moet. ‘Bij elk nieuw bewindspersoon wordt het wiel weer opnieuw uitgevonden. Er wordt geroepen dat de jaren ervoor niet effectief zijn geweest en dat er weer geswitcht moet worden tussen de thema’s en de landen. Daar wil ik wel wat over vertellen’, zo stelt Smaling. Verder wil de professor het hebben over de meetbare effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking. Hij wil dat er ook gecommuniceerd wordt naar de bevolking wanneer hulp helpt, en niet alleen negatieve berichtgeving zoals over de SNV. Dat is volgens Smaling slecht voor de sector. Hij vertelt: ‘Die dikke rapporten over de successen van het Nederlandse ontwikkelingsgeld, die lezen Henk en Ingrid echt niet. Daar moet wat aan gedaan worden.’ Vijf april: de dag van het debat Aan het begin van de dag komen alle woordvoerders van de partijen twintig minuten lang aan het woord, waarna de staatssecretaris zal antwoorden. Vervolgens staan de woordvoerders weer achter de microfoon zonder dat Knapen iets mag zeggen. Na dit debat mag Knapen het woord nemen en de inbreng van de partijen behandelen. De partijen hebben dan het recht om te interrumperen. Aan de start van de tweede termijn kunnen moties worden ingediend, waar Knapen vervolgens weer op reageert. Hij kan zeggen dat hij de aanpassingen een ondersteuning vindt van zijn beleid of hij kan ze ontraden. Smaling: ‘De grote vraag is of Knapen toezeggingen gaat doen tijdens het debat. Soms kun je er als oppositie veel uit krijgen, dat hangt van de vurigheid van het debat af. Je kunt verwachten dat er moties komen waarbij zaken moeten worden teruggedraaid, maar je kunt niet het onmogelijke vragen aan de staatssecretaris. Er hangt wat dat betreft wel een gentleman-achtige sfeer in de Eerste Kamer.’ Debatten in de Eerste Kamer zijn van een ander niveau dan die van de Tweede Kamer. In de Senaat wordt meer vanuit een helikopterview gedebatteerd. De moties hebben ook een meer filosofische insteek en er wordt geprobeerd om de samenhang van het onderwerp te analyseren. Zo wordt de landenlijst in perspectief gezet en komen er in eerste instantie geen moties waarin partijen er bijvoorbeeld voor pleiten om Tanzania terug op de lijst te zetten. Dat gebeurt al in de Tweede Kamer. Een uitdagendere opstelling van de oppositie in het debat zal waarschijnlijk voor wat meer vuurwerk zorgen dan normaal. Smaling is zich bewust van de verhoudingen: ‘Het is afwachten hoeveel wisselgeld hij meeneemt, het is natuurlijk niet een debat voor de gezelligheid.’

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel