Iedere vrijdagmiddag bespreekt hoofdredacteur Marc Broere ontwikkelingen uit de sector. Vandaag aandacht voor iets opmerkelijks: terwijl ICCO het dit jaar met ruim 44 procent minder aan overheidsfinanciering moet doen in vergelijking tot vorig jaar, heeft het wel een salarisverhoging van ruim 7 procent van haar topman doorgevoerd tot bijna op de DG-norm van 124.000 euro. Dat lijkt spelen met vuur te zijn. Op 1 november 2010 vond bij de protestants-christelijke ontwikkelingsorganisatie ICCO een wisseling van de wacht plaats toen Marinus Verweij de plek innam van Jack van Ham als voorzitter van de Raad van Bestuur. Op diezelfde dag maakte staatssecretaris Ben Knapen de uitslag van MFS-2 bekend. Al snel zou blijken dat ICCO van de grote ontwikkelingsorganisaties de zwaarste klappen te verduren krijgt. Het budget van ICCO uit overheidsfinanciering daalt van 106 miljoen euro in 2010 naar 59 miljoen euro in 2011. Dat is een afname van ruim 44 procent. Voor Verweij moet dat geen aangename start van zijn nieuwe baan zijn geweest. Inhoudelijk op koers Laten we de oude en de nieuwe topman van ICCO eens naast elkaar leggen en de zwaarte van hun werkzaamheden vergelijken. Jack van Ham verdiende zijn sporen als directeur bij het Rode Kruis, alvorens de overstap naar ICCO te maken. Onder zijn leiding werd een bijzonder traject naar decentralisatie ingezet en timmerde ICCO aan de weg met spraakmakende campagnes over bijvoorbeeld oneerlijke handel. Van Ham liet een organisatie achter die inhoudelijk op koers lag en waar de belangrijkste beleidsontwikkeling net achter de rug was. Hij liet inhoudelijk gezien een gespreid bedje achter voor zijn opvolger die dit proces nu verder moet verankeren in de organisatie. Marinus Verweij is ruim zeven jaar jonger dan zijn voorganger. Hij is een geboren Hagenaar die zijn loopbaan begon als tropenarts. In de ontwikkelingssamenwerking maakte hij verder carrière als directeur van een Zimbabwaans ziekenhuis en als algemeen directeur van ZOA-vluchtelingenzorg. Voordat hij de overstap naar ICCO maakte, gaf Verweij leiding aan het Centrum Zorg en Bouw van TNO. Naïef soort optimisme Aan de ene kant kun je stellen dat Marinus Verweij het makkelijker heeft dan zijn voorganger. Hij hoeft vanwege de decentralisatie aan minder mensen dagelijks leiding te geven en het belangrijke proces van beleidsontwikkeling ligt al achter de rug. Aan de andere kant heeft Verweij te maken met nieuwe uitdagingen die zijn voorganger niet had. Jack van Ham stopte op het juiste moment, precies op de dag dat de gouden tijden voor de Nederlandse ngo-sector definitief voltooid verleden tijd waren. Verweij werd meteen geconfronteerd met een bezuiniging van 44 procent en met het feit dat ICCO in tegenstelling tot bijvoorbeeld Cordaid en OxfamNovib geen worse case scenario had klaarliggen. De oude ICCO-top had zich laten leiden door een naïef soort optimisme dat het met de subsidie wel goed zou komen. Daarnaast kreeg Verweij te maken met een nieuw kabinet dat duidelijk anders denkt over de vrijheid van het maatschappelijk middenveld en zelfs wil breken met de Nederlandse traditie op dit terrein. Verweij werd al vrij snel na zijn aantreden op het matje geroepen bij minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken. Rosenthal dreigde om de subsidie aan ICCO in te trekken, omdat de organisatie met haar steun aan de website Electronic Intifada het officiële buitenlandbeleid van de Nederlandse regering zou ondermijnen. Verder zal Verweij er rekening mee moeten houden dat ICCO in de toekomst nóg minder subsidie gaat krijgen. Het kabinet heeft in haar reactie op het WRR-rapport ‘minder pretentie, meer ambitie’ gesteld dat ngo’s minder afhankelijk van de overheid moeten worden. Ze moeten meer legitimiteit krijgen en daarom de band met de samenleving en hun achterban versterken. Met de keuze van Marinus Verweij als nieuwe topman lijkt de Raad van Toezicht van ICCO hierop al geanticipeerd te hebben. Verweij heeft namelijk in tegenstelling tot de katholiek Van Ham wél een nadrukkelijk protestants-christelijk profiel. Gelijkwaardig Als ik Jack van Ham en Marinus Verweij tegen elkaar afweeg, zijn het beide zware directeuren. Zeg maar van gelijkwaardig niveau. Toch is er van een gelijk salaris geen sprake. De Raad van Toezicht van ICCO heeft de wisseling van de wacht aangegrepen om het salaris van de topman aanzienlijk te verhogen. Jack van Ham verdiende een brutosalaris van 114.991 euro per jaar. Marinus Verweij zit daar met 123.336 euro bijna 10.000 euro boven. Dan spreken we over een salarisverhoging van ruim zeven procent. Formeel blijft Verweij nog net onder de DG-norm van 124.000 euro. Door de overheid gefinancierde ontwikkelingsorganisaties mogen vanaf 2011 geen salarissen meer betalen die boven deze norm liggen. Het gaat mij niet om die bijna 10.000 euro die Verweij klaarblijkelijk meer waard zou zijn dan zijn voorganger. Misschien is hij gewoon een betere onderhandelaar over salarisvoorwaarden dan Van Ham. Waar het mij om gaat is vooral het signaal dat ICCO hiermee afgeeft. De organisatie moet het met 44 procent minder aan overheidsfinanciering doen en verhoogt precies op dat moment het salaris van haar topman met meer dan zeven procent. Dat komt hoe je het wendt of keert vreemd over; dat voelt gewoon niet goed. Moeilijk te verkroppen Zeker voor een deel van het ICCO personeel, dat vindt dat het hele proces rondom de bezuinigingen niet goed gemanaged is en dat veel te lang in onzekerheid was over het al dan niet behouden van hun arbeidsplaats, is het moeilijk te verkroppen dat de topman juist op dit moment een grote salarisverhoging heeft gekregen. Dit terwijl er verder binnen ICCO op alle niveaus sprake is van de tering naar de nering zetten en er bovendien pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden. Het is interessant om hierbij overigens ook eens te kijken naar wat OxfamNovib deed toen ook zij werd geconfronteerd met een afname van in dit geval 25 procent van haar overheidsfinanciering. De directie maakte toen bekend dat het vrijwillig 14 procent van haar salaris inlevert. Een salaris dat overigens sowieso al lager lag dan het directiesalaris van ICCO. Naast dat het voor het moraal van het personeel niet verstandig is, had de Raad van Toezicht van ICCO er ook verstandig aan gedaan om na te denken over de mogelijke publicitaire gevolgen van deze salarisverhoging. Er liggen weinig dingen zo gevoelig in de Nederlandse samenleving als de directiesalarissen van goede doelen. Organisaties als ICCO ontkomen er vandaag de dag niet aan zich bezig te houden met het imago van de sector. Grote bezuinigingen moeten doorvoeren en tegelijkertijd het directiesalaris verhogen tot vrijwel ‘op de norm’ gaat hoe dan ook tot negatieve publiciteit leiden. Als dat vandaag niet is, dan wel morgen. Of je dat nu terecht vindt of niet, de Raad van Toezicht en ook Verweij hadden er verstandig aan gedaan dit mee te laten wegen. Parten spelen Ik vrees dat de salarisverhoging in deze schaarse tijden ICCO de komende tijd parten gaat spelen. Ook in het debat met minister Rosenthal over de vrijheid van door de overheid medegefinancierde ontwikkelingsorganisaties kunnen dit net de kleine details zijn die bijvoorbeeld de publieke opinie doen kantelen in het nadeel van ICCO en van de hele ontwikkelingssector. Toen Marinus Verweij aantrad als topman van ICCO, zei hij in een interview met Vice Versa dat hij de belangen van de ontwikkelingssector wil gaan verdedigen, en dat hij daarvoor gaat knokken. Verweij zal nu echter alle zeilen moeten bijzetten om te zorgen dat hij geen onnodig conflict zelf uitlokt. Voorkomen is nog altijd beter dan genezen.

Vredesduif in Soedan

Door Elian Yahye | 18 januari 2021

De provincie Darfur wordt geplaagd door conflict en verkeert in een permanente humanitaire crisis. Mekka Abdelgabar is er geboren en is het kind van twee families die vier jaar lang oorlog met elkaar voerden – en toen de strijdbijl begroeven. Nu brengt zij er zelf vechtende partijen bijeen, omdat ze diep in de dialoog gelooft. ‘De meeste Darfuri snakken naar vrede.’

Lees artikel

Wereldcafé: in gesprek met Kathleen Ferrier en Bram van Ojik  

Door Marc Broere | 12 januari 2021

Op donderdagmiddag 28 januari vindt een speciale nieuwsjaarseditie van het Wereldcafé plaats. Presentator Qader Shafiq gaat met Kathleen Ferrier en Bram van Ojik  in gesprek over Nederland en de wereld, en over hun wensen voor 2021.

Lees artikel

Ik, de vreemdeling

Door Ellen Mangnus | 08 januari 2021

‘Wat weet ik nu werkelijk van de toestand ter plekke?’ Die gedachte is Ellen Mangnus niet vreemd en zo bekijkt ze de kloof tussen de westerse en de lokale onderzoeker èn met de mens die het onderwerp is. ‘Het samenwerken van Noord en Zuid staat nog niet garant voor een passende agenda’, merkt ze. Misschien ligt het aan de richting van initiatief: wat als we het andersom doen, van Zuid naar Noord?

Lees artikel