Voor haar master ‘International Development Studies’  doet Ilse Zeemeijer (23) onderzoek in Uganda. Maar waarvoor? In haar column staat Ilse uitgebreid stil bij de vraag wat het nut is van de onderzoeken van ‘naieve jonge studentjes’. Ook al heeft ze niet de pretentie dat haar scriptie de wereld op gaat schudden, ze is vast van plan dat het niet het zoveelste onderzoek wordt dat in een la belandt. Er gaan elk jaar aardig wat studenten voor hun afstudeeronderzoek naar de landen die we tijdens onze studie International Development Studies, Culturele Antropologie of Sociale Geografie (om er maar een paar te noemen) bestuderen. Nu is het mijn beurt. Net als 60 andere studenten van mijn studie, ruil ik de komende vijf maanden Nederland in voor een ‘ontwikkelingsland’. In de la Ondanks dat we onszelf zo goed mogelijk proberen voor te bereiden, hebben we natuurlijk eigenlijk geen idee wat ons te wachten staat. We komen aan in een voor ons totaal onbekende omgeving, gaan meteen ambitieus en vol idealen van start, stellen zoveel mogelijk liefst ‘gevoelige’ vragen, willen het ‘echte’ lokale leven meemaken en gaan na een leuke safari om alles af te sluiten weer terug naar Nederland om onze scriptie te schrijven. Met een mooie titel op zak storten we ons vervolgens op de arbeidsmarkt. Onze scriptie verdwijnt in een la en het contact met de mensen die je dáár hebben geholpen met je onderzoek zal op wat beleefde e-mailtjes na langzaamaan verwateren. Word ik ook zo’n student? Het eerste deel komt in ieder geval aardig overeen. In het mooie en zonnige Uganda ga ik voor mijn studie International Development Studies onderzoek doen naar investeringen in land. Ik wil weten wie er in Uganda land opkoopt, wat de motieven van deze investeerders zijn, wat er in de contracten staat en wat de lokale bevolking die op dit land woont van deze investeringen merkt in de praktijk. Is het een kans of een bedreiging voor ontwikkeling? Naïeve student Maar ik hoor het u al denken. ‘Wéér zo’n jonge en naïeve student die voor een afstudeeronderzoek naar Afrika gaat en denkt de boel eens even flink op te kunnen gaan schudden.’ Toch moet ik u teleurstellen. Ik heb me namelijk voorgenomen om niet helemaal aan dit plaatje te gaan voldoen. Dat komt door één man: Jan Pronk. Onder studenten een gewaardeerde spreker. Bij de Nacht van de Vrede interviewde hij 2 oud studenten die voor hun afstudeerscriptie naar een conflictgebied waren afgereisd. Voor één keer waren de rollen omgedraaid. Ja, en wat zeg je dan als mister Jan Pronk himself aan je vraagt: ‘Wat heb je bij terugkomst met je onderzoek gedaan?’ ‘Heb je de opgedane kennis om kunnen zetten in concrete acties?’ ‘Wat hebben de mensen er dáár aan gehad?’ Is het antwoord: ‘Ik heb mijn scriptie opgestuurd naar de lokale organisatie’ voldoende? Nu je op banenjacht bent of inmiddels tot de gelukkigen behoort die een baan met inhoud heeft bemachtigd, heb je eerlijk gezegd wel iets anders aan je hoofd. De mensen dáár zijn je vast ook allang vergeten. Toch? Blok aan het been Het zijn vragen die me al een tijdje bezig houden. Zouden (oud)studenten verplicht moeten worden om na het veldwerk echt iets concreets met de nieuwe informatie te doen? De krant aanschrijven over de gevonden misstanden of successen? Moeten we niet zo bescheiden zijn en ons juist ambitieus op stellen door met onze bevindingen langs ngo’s en ministeries te gaan om te laten zien dat het één en ander wel verbeterd kan worden? Aan de andere kant, zitten de professionals in het veld en op kantoor daar eigenlijk wel op te wachten? Denken zij niet ook ‘weer zo’n student die na een paar maanden denkt het allemaal wel te weten’? Wordt ons onderzoek straks echt gewaardeerd of zijn we eerder een blok aan het been? En zeg eens eerlijk, als wij ons dan ambitieus opstellen, aanbevelingen schrijven, een mooie presentatie houden voor de professionals en daarna hartelijk bedanken voor de samenwerking (maar stiekem hopen op een mooie baan), verdwijnen onze scripties dan ook niet in een hele mooie kast? Ondanks dat ik pas aan het begin van mijn onderzoek sta en het antwoord op deze vragen voorlopig schuldig moet blijven, ben ik wel heel erg benieuwd. Mijn voornemen staat in ieder geval vast: niet wéér zo’n scriptie die ergens in een la verdwijnt. Dus combineer ik het noodzakelijke (mijn onderzoek) met het aangename (schrijven), met deze blog als resultaat. De eerste stap is gezet. Nu hopen dat het niet bij goede voornemens blijft.

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel