Monique van ’t Hek begint op 1 maart 2011 aan een nieuwe uitdaging. Zij wordt  algemeen directeur bij Plan Nederland.  Van ’t Hek was hiervoor al in diverse directiefuncties werkzaam bij Plan International en bij andere NGO’s, waaronder SNV, de Bernard van Leer Foundation en Aim for Human Rights. Vice Versa sprak met Van ’t Hek over haar carrièremove en stijl van leiding geven. ‘Ik ben niet bang om knopen door te hakken.’ U hebt al eerder bij Plan gewerkt. Waarom deze terugkeer? ‘Het is een hele mooie, prachtige organisatie. Juist omdat ik al veel ervaring bij Plan heb opgedaan, weet ik als geen ander hoe goed ze werken. Het feit dat ze ‘meisjes eerst’ als speerpunt hebben, komt echt uit mijn hart. Ik heb ter plekke echt ervaren hoe schrijnend de achterstand van meisje en vrouwen is. Ik ben voor gelijke kansen van jongens en meisjes. Vanuit het oogpunt van sociale ontwikkeling en economische groei is het echt van belang dat meisjes meer kansen krijgen. En Plan zorgt daar ook voor met haar projecten.’ In de afgelopen zeven jaar heeft u diverse interim-functies vervuld. Hoe is het om nu weer in een vaste baan te stappen? ‘Met veel plezier heb ik heel veel interim opdrachten vervuld. Het waren over het algemeen wel lange klussen, dus ik heb best veel kunnen bereiken. Maar toen deze vacature onverwachts voorbij kwam, dacht ik: dit is een prachtige baan waarin al mijn kennis en ervaring samenkomen en waarin ik positief kan bijdragen aan de verbetering van de positie van meisjes en jongens. Ik zag het als een enorme kans en ben ook erg blij dat ik de functie mag gaan vervullen.’ U hebt nu nog een consultancy bureau. Blijft u daar ook nog actief? ‘Ik heb samen met twee partners een consultancy bureau (Profonte) dat zich richt op advies voor ideële doelen. Ik ga me vanaf maart echt volledig bezighouden met Plan. Mijn twee collega’s gaan gewoon door met het adviesbureau, maar ik stap eruit. Dat is ook iets waar ik momenteel druk mee ben, het afbouwen van mijn werkzaamheden bij Profonte.’ Hoe kwam u ooit in ´het wereldje´ terecht? ‘Ik koos voor een studie antropologie omdat ik geïnteresseerd was in andere culturen, andere werelden en raakte geïnteresseerd in ontwikkelingssamenwerking. Mijn eerste ervaring was in Colombia, waar ik in een heel afgelegen gebied zat. Ik heb daar onderzoek gedaan  in samenwerking met Plan. Ik heb samen met de bewoners van een geïsoleerd dorp hun behoeften in kaart gebracht en daar zijn projectvoorstellen uitgekomen. Na drie weken wist ik het al: dit is wat ik wil doen. Ik ben een idealist en wil graag bijdragen aan verbeteringen voor kinderen en mensen met minder kansen. Daar wil ik ook graag een leidinggevende rol in spelen. Ik manage graag.’  Hoe zou u uw stijl van leidinggeven willen typeren? ‘Ik ben heel zakelijk en dol op managen en leidinggeven. Mijn stijl van leidinggeven is hard werken als team, duidelijke doelen stellen, dóen en resultaten laten zien en een goede sfeer creëren. Ik ben niet bang om knopen door te hakken, beslissingen te nemen als dat nodig is. Het leidinggeven aan een ontwikkelingsorganisatie verschilt vooral van andere organisaties door het ideële aspect, de maatschappelijke betrokkenheid. Dat is iets dat erg belangrijk voor mij is, echt in mij zit. Waarschijnlijk heb ik dat van huis uit mee gekregen.’  Wat ziet u als uw belangrijkste uitdaging bij Plan? ‘Ik wil heel graag gaan bijdragen aan het nog verder herstellen van het vertrouwen. Er is natuurlijk tien jaar geleden een situatie ontstaan waarbij Plan een ernstige deuk heeft opgelopen. (Het aantal donateurs van Plan halveerde na negatieve publiciteit over het salaris van de interim-directeur en van projecten op Haïti, MR). Het vertrouwen is grotendeels weer hersteld. Maar ik wil het vertrouwen bestendigen op de lange termijn. Ik ben  al aan het nadenken over hoe ik dat zou willen doen, maar ik ga in maart natuurlijk eerst mijn ideeën bespreken met de mensen waarmee ik dat moet doen. ‘ De ontwikkelingswereld heeft momenteel te maken met veel veranderingen. Een oplossing die wordt gezocht, lijkt te liggen in de samenwerking met bedrijven. Hoe kijkt u hier tegenaan? ‘Daar sta ik helemaal achter. Ik heb een goed en interessant netwerk met vermogende ondernemers, die ik graag wil interesseren in partnerships met Plan. Samenwerking is echt het sleutelwoord voor mij. Ik geloof dat we alleen verbetering kunnen bewerkstelligen door samen te werken en te profiteren van elkaars complementerende kenmerken. Op die manier kunnen we sneller en efficiënter resultaten bereiken. Dat past ook echt bij mijn zakelijke inslag. Ik wil ook zorgen voor nog meer partnerships. Dat beschouw ik als een zeer belangrijke taak van een directeur. Dat moet je zelf doen. Plan werkt al veel met grote bedrijven samen. Zo was er vorige week dinsdag een CEO-bijeenkomst georganiseerd door Plan en Accenture waar Unilever, Heineken, Philips, Shell en DSM aan deelnamen. Een fantastisch initiatief waar ik heel positief tegenover sta.’ In uw huidige functie van interim-directeur van Aim for Human Rights kreeg u de uitdaging om vanwege de aflopende financiering de programma’s bij andere organisaties onder te brengen. In hoeverre is dit gelukt? ‘Dat is redelijk gelukt, zeker gezien de moeilijke tijd waarin de sector ontwikkelingssamenwerking in Nederland zich bevindt. Veel organisaties gaven aan wel bereid te zijn te helpen, maar geen financiële middelen te hebben. Het programma dat zich bezighoudt met Verdwijningen gaat naar een zuidelijke organisatie. Het Vrouwenrechtenprogramma gaat zelfstandig door, inclusief de Human Rights Impact Assessment activiteiten. De medewerkers van het Human Rights & Business programma hebben er voor gekozen om individueel verder te gaan en maatschappelijk te gaan ondernemen.’ Maakt de situatie waarin de ontwikkelingssector zich bevindt het niet extra moeilijk om nu aan de functie van directeur bij Plan te beginnen? ‘Nee, ik kijk er enorm naar uit en heb heel veel zin in deze nieuwe uitdaging!’

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel