Door:
Wiet Janssen

11 februari 2011

Categorieën

Ireen Dubel klaagde eerder op deze site dat er maar zo weinig geld beschikbaar is voor het verbeteren van de positie van vrouwen in ontwikkelingslanden. Maar het is de vraag of de situatie voor de vrouwen überhaupt door middel van hulp verbeterd kan worden, stelt Wiet Janssen. Een studie van het ministerie van Buitenlandse Zaken concludeert dat de resultaten van de inspanningen minimaal waren. Dat is inderdaad zo dat er in de begroting van ontwikkelingshulp maar bitter weinig geld is voor ‘gender’. Het budget voor 2011 bedraagt een schamele € 30 miljoen, op een totaal voor het thema ‘Menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling’ van 1584 miljoen. Het gaat het zelfs nog zakken naar 22 miljoen in 2013. En dit terwijl in veel landen vrouwen en meisjes op allerlei manieren achtergesteld worden. Ze gaan minder naar school, worden op jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan een echtgenoot die ze niet gekozen hebben, moeten veelal zwaar werk verrichten, zijn vaak slachtoffer van geweld, etc. Er mag aan het thema gender dus best wat meer geld uigegeven worden. Dat dat niet gebeurt betekent echter niet dat de regering het thema onbelangrijk vindt. Het punt is dat hulp op dat terrein bitter weinig uithaalt. In 2007 is er een rapport uitgebracht door medewerkers van BuZa die zelf jarenlang betrokken zijn geweest bij programma’s over meerdere jaren op het gebied van gender, met als titel ‘Goede wil alleen is niet genoeg, Nederlands genderbeleid in Afghanistan, Bangladesh, Burkina Faso, Guatemala en Jemen’.[1] Hier volgen een paar citaten uit het rapport, allereerst over de activiteiten in Afghanistan: Veelal ‘blijken oude, vrouwonvriendelijke tradities hardnekkig, zeker op het platteland en in verder afgelegen provincies.(…) Degenen die toch hun mond opendoen, kunnen op tegenwerking rekenen uit eigen kring en van de kant van warlords en Taliban. Veranderingen in de relatie tussen mannen en vrouwen kunnen alleen moeizaam bevochten worden, en dan nog met kleine stapjes’ (P 19). Daarom ‘blijkt het lastig om daadwerkelijk iets bij te dragen aan positieverbetering van vrouwen en meisjes’ (P 22). Over gezondheidszorg in Jemen vermeldt het rapport: ‘Meisjes en vrouwen worden van jongsaf behandeld als tweederangsburgers en vinden zichzelf ook minderwaardig. Voor een zieke zoon wordt de dokter gehaald, voor een zieke dochter is dat maar de vraag’ (P 36). ‘Gendergelijkheid krijgt binnen de gezondheidssector nauwelijks prioriteit’ (P 40). Over watervoorziening in Bangladesh: ‘De Nederlandse Ambassade (…) slaagde er  in de deelname van vrouwen te vergroten in de planning, besluitvorming en uitvoering van de activiteiten van watercomité’s.(…) ‘Dit leidde tot meer betrokkenheid en kennis (…en dat) gaf hen een betere positie bij onderhandelingen over landeigendom, en de beschikking (…) over water’ (P 87). Maar: ‘Ook al zag de nationale Bengaalse Raad voor Waterontwikkeling het belang van gendermainstreaming in, dat wil nog niet zeggen dat het ook wordt uitgevoerd’ (P 89).(…) ‘Het gevolg daarvan was dat de genderstrategieën (…) niet werden uitgedragen’ (P 89). In Guatemala werden twee projecten ondersteund. Eén ervan betrof steun aan vrouwenorganisaties: ‘In Guatemala worden de drie belangrijkste vrouwenorganisaties financieel en beleidsmatig ondersteund door de Nederlandse ambassade. (…) Toch gaat het niet goed.(…) Alle landbouwcoöperaties zijn in handen van mannen, die de belangrijkste eisen van de vrouwen niet willen honoreren’ (P 67). ‘In het (…) project trachtte de Nederlandse ambassade gendermainstreaming op de agenda te zetten en te houden. Ondanks grote inspanningen bleek dit verre van eenvoudig en weinig succesvol’ (P 69). In het andere project werden wel resultaten behaald: ‘Amedipk is een ‘economische’ vrouwenorganisatie.(…) De gemeente werpt zich op als eigenaar van de grond, waardoor de vrouwen toegang krijgen tot subsidies (van de staat) voor herbebossing. De vrouwen doen het werk, maar op termijn worden de boerenfamilies eigenaar van de bomen en het hout.(…) De organisatie telt nu 185 leden, uitsluitend vrouwen, die jaarlijks zo’n  zeventigduizend bomen verzorgen bij zevenhonderd families. In deze successtory is de rol van (…) de ambassade cruciaal geweest’ (P 71). In dit laatste geval geldt de verbetering voor de vrouwen dus alleen hun eigen inkomen. Van de activiteiten die hier niet geciteerd zijn was het resultaat op zijn best dat het thema ‘vrouwenrechten’ ergens in een beleidsnotitie van de lokale regering werd opgenomen. In geen van de projecten was sprake van een verbetering in de rechtspositie van vrouwen of een grotere vrijheid om zelf te beslissen over hun leven. Het probleem is dat de positie van vrouwen in een samenleving geworteld is in de plaatselijke sociale cultuur. Die kun je van buitenaf niet even gaan veranderen. De sociale cultuur ontwikkelt zich meestal slechts stapje voor stapje, als gevolg van economische groei en andere productiewijzen en samenwerkingsverbanden. Hulp heeft daar niet of nauwelijks invloed op. Informeel heeft een medewerker van BuZa mij een keer uitgelegd dat dat de reden is waarom er zo weinig geld voor gender beschikbaar wordt gesteld. Helaas. Goede wil is inderdaad niet genoeg.


[1] http://www.minbuza.nl/dsresource?objectid=buzabeheer:36744&type=pdf

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel