Marc Wesseling heeft gewoond in Oeganda, Tanzania, Kongo, Libië en Kenia en is sinds 2006 directeur van het Mango Capital. Dit beleggingsfonds richt zich op Afrika en het Midden Oosten. Wesseling is uiteraard voorstander van het nieuwe beleid van investeren in het bedrijfsleven van ontwikkelingslanden. Toch benadrukt hij ook juist het belang van het behouden van traditionele ontwikkelingshulp. De bedrijven waarin Mango Capital investeert zijn allemaal beursgenoteerde bedrijven. Op de vraag om wat voor een soort bedrijven het gaat, spreekt Wesseling uit dat het niet alleen gaat om lokale gerunde bedrijven maar vooral ook om diverse westerse multinationals die in de gebieden gevestigd zijn. Dat het investeren in grote multinationals zal leiden tot scheve machtsverhouding en daar uit voortkomende uitbuitingstaferelen, ontkent Marc Wesseling. De kwaliteit wordt door het beleggingsfonds dan ook niet alleen gewaarborgd in beleggingstechnische termen: ‘Wij hebben als Mango Capital de UN-principles for Responsible Investing (UN PRI) ondertekend.’ Deze opgestelde regels van de Verenigde Naties houden in dat er niet wordt belegd in aandelen van ondernemingen die verdacht worden van ongewenste activiteiten op het gebied van mensenrechten, arbeidsrecht, milieu en corruptie. ‘Wij geloven hierin. Je kunt zaken met elkaar doen maar wel met gelijke standaarden. Misstanden controleren we voor zover wij dat als beleggingsfonds kunnen waarnemen,’ aldus Marc Wesseling. Investeren in Afrika De directeur van het Mango Capital is het ‘ongelofelijk’ eens met het nieuw uitgestippelde beleid van staatssecretaris Ben Knapen. ‘Afrika is verder dan mensen denken en heeft behoefte aan de ontwikkeling van hun markten. Ik vind het bovendien een veel gezondere manier om met Afrika om te gaan. Met investeren is er minder kans dat er geld achterover wordt gedrukt. Een belegger houdt het bedrijf waarin hij investeert namelijk goed in de gaten.’ Dat de perceptie van investeren in Afrika minder rooskleurig is betreurt Wesseling. Afrika kent naar zijn zeggen juist een heel erg goed beleggingsklimaat. ‘ Rusland is minder gevreesd terwijl het gevreesde ‘enge’ Afrika een veel beter beleggingsklimaat heeft. Afrika is nog veel onschuldiger. Zo zul je daar bijvoorbeeld nog geen doortrapte accounting tegenkomen.’ ‘Trickle Down’ Marc Wesseling vindt ontwikkelingshulp in zijn huidige vorm vaak te vrijblijvend. Beter zou het volgens hem zijn om ‘de Afrikanen’ te laten betalen voor het werk dat er wordt verricht en de middelen die worden versterkt. ‘Dit is niet hoe de wereld in het echt werkt. We zouden het moeten aanpakken zoals ook de Chinezen dit doen. Ik weet dat dit een heet hangijzer is, maar ik vind het een goed voorbeeld van hoe het ook kan. Als China een snelweg aanlegt dan wordt dit door Chinese werknemers gedaan. Zo zijn ook er geen lokale handen die leiden tot verduistering. De Chinese infrastructuurprojecten zouden volgens Wesseling ook een goede investering voor Nederland zijn. Hoe de allerarmsten in ontwikkelingslanden hier dan baat bij zouden hebben, beantwoordt hij met de veel omstreden ‘Trickle Down’ theorie: ‘De lokale bevolking heeft in het begin natuurlijk niets aan een snelweg, maar ik denk dat het met infrastructuur net zo zal gaan als met de mobiele telefonie. In het begin wordt er vooral door expats gebruik van gemaakt, maar uiteindelijk wordt het voor meer en meer mensen toegankelijk en biedt het vele mogelijkheden. Het Trickle Down effect bestaat in deze landen wel degelijk.’ Politiek klimaat Wel moet er volgens de directeur nog wel heel snel iets veranderen aan de aanpak van ‘schurken’ voordat Afrika zich écht zal ontwikkelen. ‘Het voornaamste probleem in Afrika is slecht politiek leiderschap. We moeten niet uit koloniale schuldgevoelens terughoudend zijn. Slechte schurkerige politieke leiders zijn hét drama van Afrika en dit gaat maar door. Nu ook weer in Ivoorkust. Bij de verkiezingen heeft de zittende president Gbagbo zeer waarschijnlijk onterecht de overwinning geclaimd, maar er gebeurt niets. Dit zorgt voor veel onrust in een land en schrikt investeerders bovendien af.’ Toch is er een lichtpuntje. Volgens de directeur van Mango Capital zal ook de ontwikkeling van de economische sector een bijdrage leveren aan het tegengaan van slecht politiek leiderschap in ontwikkelingslanden. ‘Rwanda kent naast slecht politiek leiderschap ook een goede zakenwereld. De economische ontwikkeling zal hier uiteindelijk ook leiden tot een groeiende middenklasse. Met deze groeiende middenklasse zal er meer en meer belasting worden afgedragen, ontstaat er mondigheid en kan er ook meer politieke druk worden uitgeoefend.’ Traditionele ontwikkelingssamenwerking Ondanks dat de directeur van het beleggingsfonds pleit voor het investeren in de economische sector van ontwikkelingslanden denkt hij dat bedrijven zich niet moeten bemoeien met de ontwikkeling van de sociale sectoren. Deze taak zou hij overlaten aan NGO’s. Daarbij moeten zij zich volgens hem wel meer gaan focussen. Focussen op, het in Knapen’s beleid veel genoemde, ‘hetgeen waar wij in goed zijn’. Wel ziet Marc Wesseling onze kracht juist daar waar Ben Knapen hem miste. ‘We moeten investeren in onderwijs,’ aldus Marc Wesseling. ‘Onderwijs is in veel landen een zwak punt, maar van belang voor de economische sector. Het vormgeven ervan is lastig en zou niet de taak van het bedrijfsleven moeten worden. De ontwikkeling van de sociale sectoren moet juist via traditionele ontwikkelingshulp. Onderwijs is één van de niches waar ontwikkelingshulp nog steeds het meest effectief is,’ pleit Wesseling. Daarbij zouden NGO’s zich volgens hem moeten richten op concrete projecten zoals het bouwen van scholen. Volgens Marc Wesseling is er niet direct een rol voor NGO’s weggelegd als mediator tussen bedrijven en ontwikkelingslanden, iets dat Michel Groenenstijn eerder in deze discussie betoogde. Hoe kan ontwikkelingssamenwerking dan wel samengaan met het bedrijfsleven? ‘Ben Knapen kan de gelden voor OS beleggen in ons fonds. Zo worden kapitalen verder ontwikkeld en wordt er rendement behaald. Deze rendementen kunnen dan weer worden geïnvesteerd in onderwijs. Zo vind ik dat de Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) goed werk doet. Ben Knapen zou, met het oog op het nieuwe beleid, juist bij dit soort organisaties het budget moeten verhogen. Zij lopen voorop en pakken die projecten aan waar anderen dit nog niet durven.’

Wacht nou eens op de hulpvraag!

Door Anika Altaf | 29 mei 2020

Bij deze COVID-19 crisis initiëren ontwikkelingsorganisaties allerlei acties in tientallen landen in Azië en Afrika. Maar sluiten die wel aan op waar mensen behoefte aan hebben en zijn deze wel kosteneffectief? Anika Altaf en Betteke de Gaay Fortman pleiten ervoor om niet in oude reflexen terug te vallen, maar nauwgezet uit te zoeken wat de hulpvraag is en goed te luisteren naar de mensen om wie het gaat.

Lees artikel

Corona steun via particuliere initiatieven

Door Marc Broere | 28 mei 2020

Niet alleen grote organisaties zijn actief met het geven van noodhulp tijdens de coronacrisis. Wilde Ganzen is een speciaal corona fonds gestart voor Nederlandse particuliere initiatieven en hun lokale partners. Zij zitten vaak in haarvaten van de samenleving en kunnen de meest gemarginaliseerde groepen bereiken.

Lees artikel

5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens

Door Maria van der Heide | 27 mei 2020

De coronacrisis biedt kansen om te praten over wat het begrip waarde echt betekent in waardeketens, schrijven Maria van der Heide en Danielle Hirsch in deze opiniebijdrage. Waarde wordt nu uitgedrukt in economische termen als winst en groei. Maar wat hebben we aan winst en groei als de grondstoffen op zijn, mensen onbeschermd op straat staan en het klimaat de aarde onleefbaar maakt? Er zijn waardeketens, die wél werken en waar waarde een veel breder begrip is. 5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens.

Lees artikel