Nadat hij in de eerste termijn een stroom van kritische vragen kreeg toegeworpen, geeft staatsecretaris Ben Knapen na de lunchpauze uitgebreid antwoord. Daarbij verdedigt hij zijn beleid en lijkt hij niet een duimbreed toe te willen geven op de bezuinigingen op HIV/Aids, onderwijs en het maatschappelijk middenveld. Wel stelt hij de Kamerleden gerust door toe te zeggen dat de afbouw van programma’s gefaseerd en in overleg met partners en donoren zal gaan. Vooralsnog waagt hij zich echter niet aan al te concrete toezeggingen op de veelheid aan Kamervragen die hem gesteld zijn. Ben Knapen geeft antwoord op de eerder gestelde Kamervragen aan de hand van een aantal thematische blokjes. Hij gaat daarbij in op de rol van het bedrijfsleven, de thema’s waar Nederland in de toekomst minder aandacht aan gaat besteden en de kanalen waar Nederland geld langs verspreid. Als laatste beantwoordt hij de ‘losse’ vragen van de OS-woordvoerders die niet in een hokje in te delen zijn. Om te beginnen geeft Knapen nog een algemene toelichting op zijn Kamerbrief. Hij kiest voor de MDG’s en Global Public Goods als basis voor zijn beleid. Daarbij wil hij versnippering tegengaan en effectiviteit vergroten. Hij wil zich meer richten op Private Public Partnerships (PPP’s), is voor eerlijke handel en duurzaamheid en zal zich inzetten voor meer transparantie. Het verhaal blijft algemeen en ook in de beantwoording van de vragen kan Knapen weinig concrete toezeggingen doen. Bedrijfsleven Het is duidelijk dat dit kabinet meer ruimte aan het bedrijfsleven wil geven, al kan Ben Knapen geen concrete toezeggingen aan de VVD doen over hoe groot die rol in de toekomst zal zijn. Toch roept de focus op bedrijfsleven en economische groei bij GroenLinks en PvdA reist de vrees op dat het nieuwe beleid niet meer Pro Poor Growth gericht zal zijn. Die zorg neemt Knapen weg. Zijn vertaling van de focus op economische groei heeft niets weg van de Washington Consensus, die volgens hem rampzalige gevolgen had voor Afrika. Het beleid zal zich wel degelijk richten op Pro Poor Growth en vooral ruimte geven aan ontwikkeling op het platteland. Knapen erkent dat juist het MKB de ruggengraat van de economie in ontwikkelingslanden vormt. Hij zegt de PvdA toe middelen vrij te maken om projecten op dit gebied te steunen. Hij streeft daarbij het doel na om ontwikkelingslanden ook hoog in de productieketen een rol te laten spelen. Dit zal hij niet doen door bedrijven rechtstreeks te subsidiëren maar door voordelige randvoorwaarden te creëren. Als voorbeeld noemt hij voorraadmanagement van de oogst in Ethiopie om fluctuatie van voedselvoorraden te reguleren. Voordewind (ChristenUnie) bood in de lunchpauze al een motie aan over duurzame producten in het huismerk van supermarkten. Nu vraagt hij Knapen nog eens supermarkten aan te spreken op basis van een convenant. Knapen kan geen toezeggingen doen en heeft zijn bedenkingen bij de effectiviteit als dit alleen in Nederland wordt toegepast.

Thema’s die minder aandacht krijgen Over het algemeen deelt Knapen het ‘drama’ dat door sommige NGO’s en politici wordt gemaakt over de bezuinigingen niet. Nog steeds houdt Nederland zich netjes aan de 0,7 % norm; nog steeds bevindt Nederland zich wat betreft Aidsuitgaves in een prettige groep landen zoals Noorwegen en Zweden en ook de bijdrages aan het maatschappelijk middenveld blijft, in vergelijking met andere landen, hoog. Nederland in de wereld: Ben Knapen maakt zich vooralsnog geen zorgen over de leidende rol van Nederland op het gebied van ontwikkelingsbeleid. HIV/Aids Knapen beantwoordt vragen over de bezuiniging op HIV/Aids door de rol van Nederland te nuanceren. Hij benadrukt dat slechts een klein deel van het Nederlandse budget naar aidsremmers gaat. Het Nederlandse beleid richt zich meer op preventie en mensenrechten. Bovendien is Nederland bepaald niet de enige donor in de Global Aids Fund. Dat fonds heeft  9,1 miljard te besteden, een bedrag dat zelfs nog zal toenemen. Door zich terug te trekken brengt Nederland bestaande programma’s volgens Knapen niet in gevaar. Nederland zal ook niet stoppen met aidsbestrijding, de regering geeft nog steeds 220 miljoen en zit daarmee tussen Noorwegen en Zweden in. Op vragen van de VVD over de scheiding tussen SRGR en HIV/Aids maakt Knapen duidelijk dat het beleid vooral financieel gescheiden wordt, maar dat een scheiding op inhoud praktisch onmogelijk is. Nederland doet bijvoorbeeld veel aan voorlichting en daar valt zowel Aids als SRGR onder. Dus die scheiding zal in de praktijk wel meevallen. Gender Knapen onderkent de voorbeeldfunctie van Nederland op het gebied van gender. Hij ziet voortekenen dat het MDG-3 fonds een nieuwe ronde in zal gaan. Knapen legt uit dat er geen extra geld nodig is omdat het Britse DFID, bedrijven en organisaties als Hivos en mama Cash hieraan bijdragen.  Manuela Monteiro, directeur van Hivos, mompelt al tijdens debat dat die uitspraak nergens op slaat. Later legt ze uit: ‘Hivos wordt al zoveel gekort dat we eerst onze eigen projecten moeten steunen. Wij gaan nu echt geen geld geven aan het MDG-3 fonds.’ Onderwijs Korting op onderwijs zal gefaseerd en op basis van afstemming met partnerlanden en andere donoren plaatsvinden. In sommige landen zal Nederland het onderwijsprogramma overhandigen aan het land zelf en in sommige landen aan andere donoren, zoals Finland. Er blijven echter ook landen waar geen mogelijkheid is het programma af te dragen en daarom blijft het budget van 450 miljoen voor onderwijs ook nog steeds staan. Knapen vindt onderwijsprogramma’s die worden geleid door het ontwikkelingsland zelf beter en duurzamer. Ferrier wil op het gebied van onderwijs wel meer donorcoordinatie zien en vraagt of Knapen dat voor onderwijs kan toezeggen. Daarop kondigt Knapen aan overleg met EU collega’s te willen plegen over een taakverdeling. Nederland zal niet zomaar wegwandelen bij haar verantwoordelijkheid, verzekert hij. Sjoera Dikkers is blij: haar ‘moederhart’ is gerustgesteld dat geen kind zomaar uit school wordt getrapt. Wijze waarop ontwikkelingsbudget ter beschikking wordt gesteld. MFS-2 Over de pijnlijke kortingen op het maatschappelijk middenveld ontstaat nogal wat opschudding en onduidelijkheid. ‘De financiering voor de maatschappelijke organisaties is voor de komende vijf jaar veilig gesteld op 375 per jaar’, verzekert Knapen. Maatschappelijke organisaties worden evenredig gekort, zij zijn echt niet zieliger dan andere sectoren. MFS-2 betekent wel een onverwachte extra bezuiniging omdat in MFS-1 minder partijen meededen en het geld dus over minder hoofden verdeeld moest worden. Nederland zit in vergelijking met andere landen gemiddeld nog hoog met het budget voor maatschappelijke organisaties, met een percentage rond de 20%, verdedigt Knapen zich. Ferrier vindt die korting te snel en te heftig en wil de 50 miljoen bezuiniging uitsmeren over de jaren heen. Hier blijkt dat Ferrier het niet helemaal heeft gesnapt, het gaat niet om 50 miljoen in totaal, maar om 50 miljoen per jaar. Knapen maakt de zaak er niet duidelijker op. Dikkers vraagt er later voor de zekerheid nog eens naar en krijgt dan bevestiging, het totaalbedrag is inderdaad 250 miljoen. NGO directeuren in het publiek reageren verbaasd.Weet Ferrier dan niet dat het om 50 miljoen per jaar gaat en dat de maatschappelijke organisaties straks 375 in plaats van 425 miljoen krijgen? Manuela Monteiro, directeur van Hivos, vertelt Vice Versa na afloop dat Ferrier wel de goede vragen heeft gesteld, maar denkt dat ze zich niet zo makkelijk had moeten laten afschepen met de vage antwoorden van Knapen. Dat de uitgaves op de multilaterale hulp meer ontzien worden dan het civielaterale kanaal, komt omdat er met multilaterale instellingen afspraken zijn gemaakt die niet gebroken kunnen worden. Begrotingsvoorbehouden kunnen binnen deze instellingen niet worden gemaakt, terwijl dat met betrekking tot particuliere hulp wel kan. Vanaf 2012 zullen de bijdrages aan multilaterale kanalen echter omlaag gaan. Op die manier wordt ook het evenwicht tussen civilateraal en multilateraal weer gunstiger. Multilaterale kanaal Ben Knapen gaat niet mee met de voorstellen om de bijdrages aan de International Development Association (IDA) van de Wereldbank te verlagen. Volgens Knapen heeft IDA een uitstekende reputatie en speelt het een belangrijke rol in de internationale hulparchitectuur. Veel landen verhogen hun bijdrages naar 5 % en Nederland vindt het belangrijk om daaraan mee te doen. Knapen is al erg blij dat Nederland als klein land überhaupt aan de tafel van deze organisatie zit, en wil invloed op het internationale ontwikkelingsbeleid kunnen uitoefenen.

Over de rol van Europa, een van de speerpunten van D66, zegt Knapen dat Europese samenwerking een belangrijk deel van het ontwikkelingsbeleid is. Europa moet daarbij inderdaad niet een 28e donor zijn, daarin is Knapen het met D66-woordvoerder Hachchi eens. De meerwaarde van de Europese Unie daarbij is schaalvergroting, slagkracht en arbeidsverdeling. De EU mag ook landen bij de les houden in het hanteren van de 0,7% norm. Knapen is echter niet onverdeeld positief. Zo vindt hij dat de Europese Unie meer nadruk zou mogen leggen op economische groei en ook is hij kritisch op de begrotingssteun die vanuit het Europees Ontwikkelings Fonds (EOF) wordt gegeven. Begrotingssteun De bestaande afspraken moet Nederland zoveel mogelijk respecteren: Nederland moet een betrouwbare partner zijn. Wel moet er een selectie worden gemaakt. Daarbij wil Knapen kijken naar het zichtbare resultaat van de projecten als ook het vertrouwen dat de ontvangende landen genieten. Daarmee wil Knapen tegemoet komen aan de kritische vragen die er zijn gesteld over begrotingssteun. Waar mogelijk zullen de financiële consequenties in 2011 al voelbaar zijn. Voor het grootste deel zal de vermindering op begrotingssteun pas vanaf 2012 in werking treden. Verder zal de sectorale begrotingssteun aan moeten sluiten bij de prioriteiten die Nederland heeft. Coherentiebeleid noemt Knapen een lastig punt. Het gaat om de relatie tussen het beleid in zowel ontwikkelingslanden, donorlanden en multilaterale instellingen. Eén punt noemt hij specifiek: markten moeten opengesteld worden, zodat ontwikkelingslanden toegang tot markten krijgen. Binnen de European Partnership Agreements (EPAS) wordt hier al over overlegd, maar Knapen vindt het uitermate jammer dat het overleg zo lang duurt. Dringende souplesse is volgens hem geboden. Senegal, islamitische landen, belasting en Resolutie 1325 Dan volgen de antwoorden op de vragen die zich niet lieten plaatsen in de strategische ‘hokjes’. Op de vraag van Sjoera Dikkers over het openbaar maken van hulpbedragen en hulpafspraken, die zij in de eerste termijn stelde, zegt Knapen dat deze inderdaad openbaar zullen worden gemaakt. Transparantie juicht hij toe, want dit leidt tot inzicht in acties. Dit geldt ook voor het bedrijfsleven. Irrgang vraagt herhaaldelijk over landen Burkina Faso en Senegal. Knapen kan geen antwoord geven, maar zegt onder druk van de voorzitter toe dat hij volgende week donderdag meer duidelijkheid zal verschaffen. Over die landen waar hij nog geen duidelijkheid over kan verschaffen, zal een subjectoire begroting gelden. Dan laat ook de PVV nog van zich horen. De vraag die deze partij stelt komt niet geheel onverwacht. Zij willen weten of  Knapen zal stoppen met hulp aan islamitische landen. Knapen volstaat met een kort antwoord: ‘De categorie die door Driessen wordt aangeduid is niet onze categorie.’ Een belastingstelsel voor ontwikkelingslanden en het tegengaan van belastingontduiking door multinationale ondernemingen, een onderwerp dat Irrgang aansneed, vindt Knapen belangrijk. Hij doet hier echter geen concrete toezeggingen over: iets wat Irrgang betreurt, zoals hij Vice Versa tijdens de schorsing toevertrouwt. Hij zal hierover dan ook een motie indienen. Verder opperde Irrgang in de ochtend het idee een goede doelen monitor aan te stellen. Volgens Knapen is dit echter kunstmatig omdat doelen zo verschillend van karakter zijn. Hij wil echter dit voorstel nader bekijken en zien of er ook iets te versimpelen valt. Resolutie 1325 over vrouwen en meisjes in conflictgebieden: vooral voor de PvdA, CDA en D66 een heel belangrijk punt. Ben Knapen is het er hartstochtelijk mee eens dat vrouwen in fragiele staten moeten worden gezien als een deel van de oplossing. Hij bevestigt dat, daar waar mogelijk, op alle terreinen aan gender-mainstreaming wordt gedaan. Tot slot wordt het eens te meer duidelijk dat Ben Knapen niet van plan is om nog een reactie van het WRR te vragen op zijn beleidsbrief of te wachten met de echte begroting totdat er een reactie op het WRR rapport is geweest. De begroting had voorrang, de reactie op het rapport zal later volgen. Ook al vinden sommige politici deze volgorde ongewenst, Knapen is niet van plan dit te wijzigen. Dit zal een teleurstelling zijn voor Hachchi: tijdens de eerste termijn – en ze benadrukte dit punt nogmaals tegenover Vice Versa tijdens de schorsing – uitte ze haar ongenoegen over het feit dat eerst de begroting wordt behandeld, terwijl een echte visie ontbreekt. Op deze manier dekt Knapen het leeuwendeel van de vragen die in de eerste termijn door de Kamerleden werden gesteld. Een aantal vragen echter blijven onbehandeld of onderbelicht: op de ODA-criteria gaat Knapen bijvoorbeeld niet verder in. Het voorstel van Dijkhoff, dat de overheid de hulpgelden opgebracht door particuliere hulpacties niet langer zou moeten verdubbelen, blijft eveneens hangen. Ook op de scherpe observatie van de SGP, over het spanningsveld dat bestaat tussen het creëren van draagvlak in de samenleving (dat vraagt om snel zichtbare resultaten) en de effectiviteit van de ontwikkelingshulp (dat juist vraagt om een lange termijn aanpak) wordt niet nader ingegaan  in de tweede termijn. Om half zes heeft Knapen zijn lijstje met antwoorden afgewerkt. Hij weet zijn beleid prima te verdedigen en blijft overeind. Enige onhelderheden zijn de wereld uitgeholpen: Knapen richt zich niet op economische groei, maar op pro poor growth. Nederland zal niet zomaar stoppen met zijn programma’s, maar doet dat met beleid, in overleg met partner- donorlanden. Op die punten lijken vooral de zorgen van de Kamerleden aan linkerkant enigszins weggenomen te zijn. De Kamerleden zijn tijdens de antwoorden een beetje mak gebleven. Maar ook al kwam Knapen er prima mee weg: de vraag is of de Kamerleden genoegen nemen met zijn antwoorden, die toch wat vaag en algemeen zijn  gebleven. Dat ze niet geheel tevreden waren bleek later in de tweede termijn, het deel waar amendementen en moties in worden gediend. Wat Vice Versa al had voorspeld, bleek bewaarheid te worden: Knapen kon maar liefst 28 moties en 4 amendementen tegemoet zien. Welke dat zijn dat leest u later vandaag. Lees meer over het Wetgevingsoverleg van 6 december:

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel