Als je de contouren van het nieuwe Nederlandse ontwikkelingsbeleid bekijkt, staan er drie documenten centraal. Het WRR-rapport ‘Minder pretentie meer ambitie’, dat als officiële leidraad dient voor beleid, het Regeerakkoord tussen VVD en CDA (inclusief gedoogakkoord met PVV) en de Kamerbrief die staatssecretaris Knapen precies een week geleden publiceerde. Paul van den Berg, politiek adviseur van Cordaid,  zette de vijf grootste tegenstrijdigheden tussen deze documenten op een rij. En Vice Versa roept haar lezers op om ook zelf gevonden tegenstrijdigheden in het beleid in te sturen. 1. Steun aan het maatschappelijk middenveld In het Regeerakkoord staat: ‘Daarnaast wordt gefocust op thema’s waar Nederland goed in is (onder meer watermanagement, landbouw en maatschappelijk middenveld).’ Het WRR rapport stelt: ‘Nederland kan in deze internationale arena gezien worden als ‘koploper maatschappelijk middenveld.’ En dan de Kamerbrief van Knapen. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting voor ontwikkelingssamenwerking voor het jaar 2011, waar al fors was gesneden in de steun aan maatschappelijke organisaties, snijdt de staatssecretaris nog eens 107 miljoen euro extra in de steun aan het maatschappelijk middenveld. 2. Begrotingssteun In de Kamerbrief van Knapen staat: ‘Begrotingssteun wordt niet gegeven wanneer sprake is van corruptie, schending van mensenrechten of onvoldoende good governance.’ Uit de financiële voorstellen in de Kamerbrief blijkt dat de financiële steun vanuit Nederland aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en de International Development Association (IDA) – een fonds van de Wereldbank – in het eerste geval ongemoeid blijft, in het tweede geval zelfs flink stijgt in 2011. Het is algemeen bekend dat een substantieel deel van het budget van beide fondsen juist gaat naar begrotingssteun aan landen die de toets der kritiek van het huidige kabinet niet zouden doorstaan. 3. Betrouwbare partner ‘Nederland wil een betrouwbare partner zijn’, zo staat in de brief te lezen. Ook bij de toekenning van de subsidies aan de medefinancieringsorganisaties gebruikte staatssecretaris Knapen een dergelijke tekst. De vraag is wat de staatssecretaris hiermee precies bedoelt, nu hij de afgegeven MFS subsidies van 1 november jl alweer wil gaan openbreken, en binnen de OESO DAC in Parijs alles op alles gaat zetten om zoveel mogelijk ‘bestedingen via militaire instanties’ uit het ontwikkelingsbudget te kunnen gaan betalen. 4. Steun aan de private sector Een van de weinige financiële intensiveringen in de Kamerbrief van Knapen betreft het bedrijfsleveninstrumentarium. Hoewel binnen de ontwikkelingssector het belang van het lokale en internationale bedrijfsleven in het zelfredzaam maken van landen sterk wordt onderschreven, is het opmerkelijk om te constateren dat in 2010 sprake is geweest van een flinke onderbesteding binnen het bedrijfsleveninstrumentarium (o.a. ORIO). Een van de redenen daarvoor zou het ontbreken van goede, ontwikkelingsrelevante voorstellen vanuit de Nederlandse private sector zijn. Loopt de staatssecretaris met 40 miljoen extra voor het Nederlandse bedrijfsleven niet een reëel risico dat vanwege de nog grotere bestedingsdruk kwalitatief minderwaardige voorstellen worden goedgekeurd die de economische ontwikkeling en zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden niet ten goede gaan komen? 5. Nederlands belang Het uitdragen van het welbegrepen Nederlandse eigenbelang via ontwikkelingssamenwerking is een van de leidende principes van de nieuwe visie van de Nederlandse regering. Knapen zet in zijn beleidskeuzes in op een aantal thematische focusgebieden (o.a. voedselzekerheid, veiligheid en water) en laat de min of meer evenredige verdeling tussen de bestedingskanalen los. Het gevolg daarvan is dat het bilaterale kanaal en het civilaterale kanaal zwaar worden gekort, terwijl het multilaterale kanaal redelijk ongemoeid wordt gelaten. Juist via het bilaterale en het civilaterale kanaal heeft Nederland veel invloed op de bestedingen en kan het belang van Nederland en zijn burgers het beste worden gediend. Waarom dan niet kritisch gekeken naar de bestedingen via de anonieme, bureaucratische multilaterale organisaties, waar het buitengewoon lastig is om Nederlandse vlaggetjes te planten?

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel