Er gaat een forse verschuiving plaatsvinden van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Dat blijkt uit een concept van de Kamerbrief die in het bezit is van Vice Versa. Later vandaag zal staatssecretaris  Ben Knapen de definitieve versie van de brief aan de Tweede Kamer sturen. Gezondheidszorg en onderwijs vallen af, het aantal landen wordt drastisch teruggebracht, en nooit eerder in de geschiedenis van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking komen de Nederlandse belangen zo centraal in het beleid te staan. De brief legt de basis voor het nieuwe beleid en maakt een begin met de keuze voor partnerlanden, beleidsthema’s en verdergaande samenwerking met andere departementen, bedrijfsleven, kennisinstellingen en burgers. Het WRR-rapport is in de brief als leidraad genomen. Gedetailleerde invulling volgt in de eerste helft van 2011, wanneer het kabinet een reactie geeft op het WRR rapport en het ontwikkelingsbeleid verder uitwerkt. In de Kamerbrief geeft Knapen aan dat Nederland zich zal richten op die gebieden waar het verschil kan maken en waarmee tegelijk het nationaal belang kan worden gediend. Het huidige ontwikkelingsbeleid zal fundamenteel worden herzien. Het aantal partnerlanden gaat van 36 naar hoogstens 16.  De focus zal verschuiven van sociale naar economische ontwikkeling. Zelfredzaamheid van landen staat voorop.  Verder zal de begrotingssteun niet worden gegeven ‘wanneer sprake is van corruptie, schending van mensenrechten of onvoldoende good governance.’  Het 3-D beleid zal worden voortgezet en Nederland blijft aandacht  geven aan de millenniumdoelen. In de brief schrijft Knapen dat het kabinet zich in zal zetten voor een ruimere ODA-definitie. ‘Maar komen we er met onze internationale partners niet uit, dan respecteren we bestaande afspraken. Het kabinet wil een betrouwbare partner zijn.’ Breder In de brief pleit Knapen voor een brede visie op ontwikkelingssamenwerking. Wereldwijde kwesties als veiligheid, migratie, klimaatverandering, voedselzekerheid, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en financiële stabiliteit vragen om oplossingen ‘waarin de belangen van ontwikkelde en zich ontwikkelende landen samenkomen’. De twee hoofdinrichtingen van het ontwikkelingssamenwerkingbeleid worden: 1. Een toenemende oriëntatie op mondiale vraagstukken 2. ‘Een gerichte aanpak van landenspecifieke belemmeringen voor duurzame groei en zelfredzaamheid.’ Landen moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen om hun armoedeprobleem op te lossen. Nederland helpt hen daarbij door te investeren in duurzame groei. Op den duur zullen donorgelden niet meer nodig zijn. Coherentiebeleid wordt steeds belangrijker. ‘Politieke en economische beleidsoverwegingen komen samen in een integrale benadering. Ontwikkelingssamenwerking heeft hierin een eigen positie.’ In het beleid zullen ook de belangen van ontwikkelingslanden in internationale vraagstukken worden meegenomen. Specialisaties In de Kamerbrief beoogt Knapen een einde te maken aan de versnippering. Er moet verdiept en gespecialiseerd worden. Daarom zal het aantal thema’s van ontwikkelingssamenwerking worden teruggebracht. In de Kamerbrief worden twee groepen criteria naar voren gebracht voor de keuze van nieuwe thema’s: 1.     De relevantie voor armoedebestrijding, groei en daarmee voor zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden. 2.     Het strategische belang voor Nederland: de maatschappelijke en commerciële belangen van Nederland worden een belangrijk criterium, evenals de meerwaarde van de Nederlandse inzet. Daarbij maakt Ben Knapen de keuze voor de volgende thema’s:

  • Voedselzekerheid en water. Nederland heeft hierin duidelijke toegevoegde waarde.
  • De rol van de private sector. Hiermee beoogt Knapen economische bedrijvigheid te stimuleren.   Daarbij onderstreept hij het belang van een gunstig ondernemersklimaat, goed werkende markten en een goede publieke infrastructuur.
  • Millennium doel 5: moedersterfte en Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten.
  • Veiligheid en rechtsorde in fragiele staten.  Investeren in de rechtsorde is daarbij een speerpunt.

Gebieden die niet meer onze prioriteit verdienen zijn onderwijs en gezondheidszorg. ‘Een thema als onderwijs heeft grote betekenis voor armoedebestrijding en er is op dit terrein afgelopen jaren veel bereikt. Maar de Nederlandse meerwaarde is niet dusdanig groot dat dit een voortzetting op dezelfde schaal rechtvaardigt.’, zo staat in de Kamerbrief. Hetzelfde geldt voor gezondheidszorg. Ondanks deze keuze voor thema’s, stelt Knapen in de Kamerbrief wel dat de themakeuze afgestemd zal moeten worden met andere donoren en partnerlanden. De vernieuwingen zullen in fases worden ingevoerd. In 2011 begint het kabinet met ‘een intensivering op het thema voedselzekerheid, met inachtneming van het belang van private-sectorontwikkeling.’ Vanaf 2012 is water aan de beurt. Kennis Om daadwerkelijk het verschil te kunnen maken, is effectiviteit essentieel. Die effectiviteit wil de regering bereiken door meer kennis te vergaren over thema’s en samenlevingen.  In de Kamerbrief staat dat dit onder andere kan worden bereikt door intensief samen te werken met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en andere departementen. ‘Verhoging van de effectiviteit vraagt ook om een professioneel apparaat met diepgaande kennis op prioritaire thema’s.’ In de reactie op het WRR rapport zal de regering hier dieper op ingaan. De bezuinigingen De totale bezuinigingen zullen als volgt worden doorgevoerd.

  • – het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt de komende twee jaar in twee gelijke      stappen verlaagd van 0,8 % BNP in 2010 naar 0,7 % vanaf 2012.
  • – De kosten voor het internationale klimaatbeleid die zijn voorzien in 2011 en 2012 worden van het nieuwe budget betaald
  • – Het deel van het ontwikkelingsbudget dat gaat naar de Europese Unie en de vrijwillige terugkeer van asielzoekers zal worden verhoogd.

Op deze manier komen de bezuinigen per jaar er als volgt uit te zien:

  • – 2011: 400 miljoen
  • – 2012: 900 miljoen
  • – 2013: 720 miljoen
  • – 2014: 759 miljoen

Hieronder een schema met de wijzigingen van de uitgaven in 2011: Dit artikel is gemaakt op basis van een concept Kamerbrief. Om twee uur vanmiddag volgt een artikel over de keuzes die betrekking hebben op het bilaterale beleid, met daarin meer aandacht voor het terugbrengen van het aantal landen, en het inschakelen van het Nederlandse bedrijfsleven als belangrijke partner binnen dat bilaterale beleid.

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel