Vorige week werd het Information Economy Report 2010 van de United Nations Conference on Trade and Development (UNCTAD) gepresenteerd in Den Haag. Het rapport gaat over de toepassing van ICT bij micro-ondernemingen in ontwikkelingslanden en dringt erop aan dat overheden en andere beleidsmakers al het mogelijke voordeel doen uit deze nieuwe mogelijkheden in de strijd tegen armoede. Het uitgangspunt van het Information Economy Report 2010 is dat er meer en meer mobiele telefonie in lage inkomens landen wordt en kan worden gebruikt. Moderne vormen van communicatie technologie worden ingezet om het levensonderhoud van de mensen te verbeteren. Over de afgelopen paar jaar is het aantal gebruikers van mobiele telefoons in de minst ontwikkelde landen (LDCs) van 2 naar 25 op de 100 inwoners gestegen. Zo zijn zij ‘connected’, al is dit vaak op een andere wijze dan in de ontwikkelde landen. Een van de kenmerken van het armere deel van de bevolking in veel landen is dat ze gebrek aan toegang tot informatie hebben. Informatie die essentieel is voor het werk wat zij doen. In het geval van een boer kunnen dit ‘up to date’ marktprijzen, weerberichten en nieuwe mogelijkheden tot het genereren van een inkomen zijn. In het geval van een visser is er door middel van mobiele telefonie de mogelijkheid om prijzen bij verschillende havens te na te gaan. Een visser heeft normaal gesproken alleen de tijd om één haven te bezoeken met de verse vangst. Als de kopers bij deze haven onderbetalen moet de vis desondanks daar verkocht worden. In het rapport wordt het voorbeeld gegeven van vissers in zuidelijk India waarvan de winsten met acht procent stegen omdat ze met hun mobiele telefoon de prijs in meerdere havens konden opvragen. Nieuwe mogelijkheden van ‘connecten’ Een betere toegang tot informatie en communicatie is en wordt steeds meer beschikbaar voor de armere wereldbevolking en kan hen helpen hun inkomen te verhogen. Daarnaast zijn er mogelijkheden in sommige ontwikkelingslanden om via de mobiele telefoon, zonder het hebben van een bankrekening, één op één transacties, betalingen en prepaid aankopen te doen. Samen met een grotere beschikbaarheid van mobiele telefonie kunnen ook nieuwe applicaties en services in ontwikkelingslanden worden gebruikt door deze communicatie technologie. Het Information Economy Report wijst op micro-ondernemingen in lage inkomens landen die in razend tempo mobiele telefoons aannemen als belangrijk onderdeel in het ontwikkelen van hun activiteiten. Daarnaast wordt hun bedrijvigheid niet alleen verbeterd maar verschijnen er ook nieuwe banen die ontstaan uit de lokale vraag naar mobiele telefoons, bijbehorende applicaties en services. Dit alles draagt bij aan de bestrijding van armoede. De rol van overheden Het rapport roept overheden en beleidsmakers op om meer aandacht te besteden aan deze nieuwe mogelijkheden. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, spreekt in het voorwoord van het rapport over het belang van beleid in het verwezenlijken van een verbeterde toegang tot ICTs en daarmee armoedevermindering. Hij benadrukt dat de resultaten afhankelijk zullen zijn van de specifieke context waarin de ICTs worden geïntroduceerd en gebruikt. Een holistische aanpak is noodzaak. Hierbij vindt hij de rol van de overheid essentieel. Zij moet het voortouw nemen. UNCTAD geeft in het rapport een aantal concrete aanbevelingen aan de overheden. Zo wordt geadviseerd dat: 1) Er meer aandacht moet zijn voor lagere niveaus van economische activiteiten en verfijning van ICTs ten opzicht hiervan. 2) Het aanbod vraaggedreven moet worden vormgegeven en dus naar de context en de input van de armen. 3) Het mobiele netwerk en daarmee de toegang van vooral de ruraal gelokaliseerde bevolking moet wordt uitgebreid. 4) ICT gebruik betaalbaar moet zijn. Competitie tussen meerdere providers kan hier aan bijdragen. 5) Overheden bij het ontwerpen van ondersteuning van ondernemers rekening moeten houden met de mogelijkheden van mobiele telefonie en de mogelijkheden en situatie van minder vermogende gebruikers. 6) Partners binnen ontwikkelingssamenwerking op de hoogte moeten blijven van de nieuwste ICT ontwikkelingen en de mogelijkheden hiervan in armoedebestrijding. 7) Overheden en ontwikkelingsorganisaties samen moeten werken met de private sector en het maatschappelijk middenveld. Reacties uit het veld van ontwikkelingssamenwerking Het rapport werd in Den Haag gepresenteerd door professor Souter, consultant van UNCTAD en directeur van ICT Development Associates. Ook hij benadrukte dat de overheid een wezenlijke rol speelt tussen ICT professionalisme en mainstream ontwikkeling. Tijdens de tafeldiscussie na afloop van de presentatie bleek niet iedereen het daarmee eens te zijn. Caroline  Figuères, directeur van IICD, vond juist dat het om partnerschappen moet gaan. Niet alles moet volgens haar bij de overheid worden neergelegd. Er is juist ook enorm veel motivatie nodig vanuit NGO’s. Ook Kees Blokland, directeur van landbouwontwikkelingsorganisatie Agriterra, was het niet eens met de nadruk voor de rol van overheden. ‘Ontwikkeling wordt niet gemaakt door de overheid maar door gewone mensen die zichzelf ontwikkelen. Het terug brengen van de rol van de overheid en het linken met verschillende groepen is van hoofdbelang’.

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel