Skip to content

 

Door:
Eva de Vries

25 september 2010

Categorieën

Vice Versa-redacteur Eva de Vries (25) studeerde Conflict Studies and Human Rights aan de Universiteit Utrecht. Haar afstudeeronderzoek was verbonden aan het Peace & Sports Programme van IKV Pax Christi. Samen met een studiegenoot onderzocht ze de relatie tussen seizoensgebonden migratie en conflicten onder vijandige nomadische groepen, die vaak tot gewapende veeroof leiden. Academische artikelen, schema’s en theorieën werden ingeruild voor de keiharde realiteit. Een greep uit Eva’s dilemma’s en gedachtespinsels tijdens haar Afrikaanse achtbaan. De zon is zinderend heet. Vrouwen, gehuld in felgekleurde doeken en met bonte kettingen om hun nek, leggen hun dagelijkse kilometers af naar een waterbron. Herdersjongetjes houden angstvallig hun kudde tengere geiten in de gaten en banen zich een weg door de droge Oost-Afrikaanse savanne. Onder een enkele boom zitten de mannen op uit hout gesneden krukjes. De jonge krijgers, hoedje met veer en grote oorbellen, hebben hun AK-47 nonchalant over hun schouders hangen. Ze bespreken de veeroof van vannacht. Vijftig geiten en twintig koeien zijn meegenomen door een vijandige groep. Twee van hun familieleden zijn gedood. We nemen plaats en pakken ons opschrijfboekje erbij. Ik neem een slokje van de mierzoete thee met kamelenmelk. We zijn in Lodele, een klein dorpje in de Noord-Oegandese regio Karamoja. Het zweet stroomt van mijn lichaam af en woestijnzand prikt in mijn ogen. Het is moeilijk de aandacht bij het interview te houden. Met wanhoop in haar ogen vertelt een vrouw dat er mensen sterven van de honger in de lemen hut achter ons. Ik voel me machteloos. Omringd door deze armoede valt het nut van ons onderzoek volledig in het niets. Wat dóen we hier? Een balletje trappen Overal waar we komen zien we jong en oud rondbanjeren in een vervuild en versleten Playing for Peace t-shirt. Een jaar geleden heeft er een crossborder voetbaltoernooi plaatsgevonden waaraan vijandige groepen uit drie landen hebben deelgenomen. Het idee is goed. Agressie en competitiedrang van jonge krijgers (die er anders op uit trekken om koeien te stelen van andere ‘stammen’) kunnen tijdens een potje voetbal op een positieve manier ingezet worden. Sport verbroedert. Ik heb alleen mijn twijfels bij de context. ‘Voetbal is iets nieuws voor ons. Wie bekommert zich om het vee als wij meedoen aan een wedstrijdje? Wat krijgen we ervoor terug? Met onze uitgehongerde lichamen zijn we niet eens in staat om tegen een bal te schoppen’, vertelt een jongen. Hoe kan een voetbalproject in een gebied zonder voetbalcultuur ooit gedragen worden door de lokale bevolking? Er wordt veel geld gepompt in het organiseren van sportevenementen,  peace meetings en het invliegen van experts die conflicten moeten helpen oplossen. Het valt slecht te rijmen met de harde realiteit waarmee we telkens geconfronteerd worden. Deze nomadenbevolking heeft toch een veel groter belang bij waterputten, voedsel en medische hulp? De sleutel? Om gewapende aanvallen op de auto te voorkomen reizen we van Noord-Kenia naar Zuid-Soedan met een militair konvooi. Terwijl onze landcruiser zich een weg baant door modderpoelen en rivierbeddingen, rennen naakte, lachende Toposa-kinderen achter de auto aan. Dit geïsoleerde deel van Zuid-Soedan is groener en vruchtbaarder, en de mensen lijken minder wanhopig. De aanwezigheid van de Kerk heeft voor enige moderniteit en ‘ontwikkeling’ gezorgd. Jaren geleden bouwden westerse priesters de eerste scholen. Maar een Soedanese man vertelt ons, nadat hij ons trots zijn grootste koe heeft aangewezen: ‘Mijn zonen verzorgen het vee. Mijn dochters helpen thuis en worden jong uitgehuwelijkt. Ik kan mijn kinderen niet naar school sturen.’ Discussies over het nut van onderwijs in deze regio zetten me aan het denken, terwijl de kerk en hulporganisaties het zien als de ‘sleutel tot ontwikkeling’. Misschien wérkt onderwijs wel niet in gebieden waar voornamelijk nomaden leven, die met moeite proberen vast te houden aan hun cultuur. Never Come Again Lokichoggio, Noord-Kenia. Ooit de belangrijkste opslagplek van hulpgoederen voor oorlogsslachtoffers in Soedan en een veilige uitvalsbasis voor duizenden expats, ontwikkelingswerkers en humanitaire hulpverleners. Nu: vergane glorie. ‘Het klinkt vreselijk, maar ik hoop dat de oorlog in Soedan weer oplaait’, bekent een hoteleigenaar, ‘dan verdien ik tenminste weer iets.’ Veel organisaties zijn neergestreken rondom het vluchtelingenkamp in Kakuma, 150 kilometer ten zuiden van ‘Loki’. 70.000 mensen verblijven in deze stad in de woestijn. Ze zijn afkomstig uit allerlei door oorlog geteisterde landen. De lokale Turkana-bevolking is niet blij met het kamp en de organisaties eromheen. Zo hebben ze de VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR de spotnaam ‘Useless Nations High Criminals for Refugees’ gegeven, het World Food Program (WFP) ‘World Full of Problems’, en de Noorse ngo NCA, Norwegian Church Aid, ‘Never Come Again’. De Turkana’s zijn gefrustreerd omdat de organisaties alleen vluchtelingen aannemen en dus geen lokale werknemers. ‘De hulporganisaties slaan ons over en verlenen alleen hulp in het vluchtelingenkamp’, vertelt een vrouw die we interviewen. Regendruppels Romano, de man achter de partnerorganisatie van IKV Pax Christi in Karamoja, inspireert me. Zijn tuin is een groene oase midden in het zanderige stadje Kotido. In de moestuin verbouwt hij sla, spinazie, tomaten en uien. Met plastic buizen heeft hij een wateropvangsysteem gecreëerd waarmee hij de schaarse regendruppels in tonnen opvangt. De bomen die hij kweekt absorberen weinig vocht. Hij probeert ze te verkopen aan dorpsgenoten: ‘Ik ben ervan overtuigd dat als meer mensen efficiënter gebruik zouden maken van wat er wél is in plaats van uitputten wat schaars is, het er hier heel anders zou uitzien en mensen minder afhankelijk zouden zijn van het WFP.’ Ik ben onder de indruk van de ambitie, het optimisme en het vermogen van de partnerorganisaties om écht een verschil te maken. De Keniase, Oegandese en Soedaneze overheid bieden de lokale bevolking geen bescherming en de lokale ngo’s springen in dit gat. Mede door de inzet van Lokado, de partner in Turkana, is bijvoorbeeld het aantal veeroven de laatste jaren verminderd. Tijdens hun bezoeken aan geïsoleerde gemeenschappen leggen ze uit dat ze door veeroven alleen maar armer worden en dat daarom de cyclus van geweld doorbroken moet worden. Als de gedreven Augustin in zijn bekende, felrode pick-up met zijn mannen komt aanrijden, worden ze onthaald als helden. Hollandse weelde Met blote voeten op een berg zand in de laadbak van een pick-up racen we door Loki-town. Kleurrijke mensen en chaotische marktjes schieten voorbij en de geur van geitenvlees dringt mijn neus binnen. Eén van die fijne Afrikaanse momenten overspoelt me. Gelukkig, ze zijn er nog, zelfs na de spanning en ontberingen van de afgelopen weken. Een aantal weken later schrijf ik, vertoevend in Hollandse weelde, mijn scriptie en kan ik de realiteit van het nomadische leven in de Hoorn van Afrika even van me af zetten. Mijn ervaringen sporen aan tot nadenken over mijn toekomstige carrière. Wil ik van mijn studie mijn werk maken? Bij een ontwikkelingsorganisatie aan de slag gaan, nu ik gezien heb hoe het eraan toegaat in ‘het veld’? Ik ben me ervan bewust dat ik slechts weinig plekken heb gezien en niet mag generaliseren. Enerzijds vraag ik me af óf ik wel een verschil zou kunnen maken in deze sector, anderzijds trekt het avontuur, de chaos en de impulsiviteit van het leven daar me zo aan dat ik niets liever wil dan weer met mijn voeten in de rode aarde staan. Het Peace and Sports Programme is opgezet door IKV Pax Christi en de Keniase ngo Seeds of Peace Africa. Het project wordt uitgevoerd door partnerorganisaties in de droge, gewelddadige en gemarginaliseerde regio’s Noord-Kenia (Turkana), Zuid-Soedan (Eastern Equatoria) en Noord-Oeganda (Karamoja).

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel
Scroll To Top