Door:
Paul Hoebink

27 augustus 2010

Categorieën

Het Millennium Village Project stuit bij Europese donoren op een muur van argwaan, maar in Mali gelooft men er heilig in en vraagt de overheid om extra investeringen. Paul Hoebink doet voor Vice Versa verslag van wat hij in Millenniumdorp Tiby aantrof. Deel één van een tweeluik. De Maison du Gouverneur is opgetrokken in neo-Soedanese stijl en staat midden in de bestuurswijk van Ségou aan de oever van de Niger. Het kantoor moet een kleine kopie zijn van het elegante paleis van Coulibaly, de koning van Ségou, die beroemd is geworden door de romans van Marise Condé. Binnen spreekt de interim-gouverneur Yaya Dolo met zachte stem van ‘een stille revolutie’. Voor hem gaat het om de zelforganisatie van het dorp: ‘De bevolking kan zelf duidelijk maken wat ze wil. Daar zijn geen technici voor nodig. Ze kunnen zelf hun grote en kleine behoeften formuleren en dat hebben ze gedaan.’ Het is dezelfde tevredenheid die je aantreft bij andere lokale autoriteiten over het Millennium Village Project in Mali. Babougou Traoré, adjunct-directeur van het Office du Riz (onderdeel van het succesvolle Nederlands-Franse irrigatie- en landbouwproject Office du Niger) spreekt van een ‘uitzonderlijk project’, waarmee zijn organisatie zeer goed samenwerkt. Boniface Keita, verantwoordelijk voor de onderwijzers en leraren in de regio Ségou, roemt de mobilisatie van de bevolking in de oudercomités. Seta Diko, regionaal directeur van de gezondheidszorg, noemt het Millennium Village Project een partner die daadwerkelijk in staat is om dingen op gang te brengen. Bocary Kaya, directeur van het project, is nog een maat enthousiaster bij de rondrit langs de rijstvelden en groentetuinen. Onder leiding van de sous-préfet Makian Doumbio luisteren we in het donkere vergaderzaaltje bij Millenniumdorp Tiby naar de twee burgemeesters en raadsleden van de twee buurgemeentes en een groot cluster van 39 dorpen waarin het project actief is (rond de 65.000 inwoners). Makian Doumbio opent met een fraaie toespraak waarin hij stelt dat je wat de afgelopen jaren gebeurd is, niet in andere plattelandsdorpen ziet: ‘Mijn bescheiden persoon zit hier voor jullie, als vertegenwoordiger van de regering, om te getuigen van deze grote vooruitgang.’ Ook bij de bevolking van Tiby en de andere dorpen in het cluster is het enthousiasme groot. Als we bij het nieuwe gezondheidscentrum in Koila Bamana aankomen, zitten er zo’n dertig mensen klaar. Voor ons de mannen, aan de zijkant de nieuw opgeleide gezondheidsvrijwilligsters. Op mijn vraag voor wie deze nieuwe medische post belangrijk is, antwoorden de mannen unaniem: ‘Voor de vrouwen.’ Een van hen legt uit: ‘Want die gaan er heen als ze zwanger zijn, als de kinderen ziek zijn en ook als hun man ziek is.’ The big five Het idee is eenvoudig: door 110 dollar te investeren per inwoner per jaar in vijf centrale sectoren, gedurende vijf jaar, boek je snelle successen in het verdrijven van armoede, ziektes en ongeletterdheid. Van de 110 dollar zou 50 dollar van internationale donoren moeten komen (via het Millennium Villages Project), 30 dollar van de regering, 10 van de inwoners zelf en 20 dollar van andere partners, waaronder lokale ngo’s. De vijf sleutelsectoren ofwel ‘the big five’ zijn: landbouw (irrigatie, kunstmest, verbeterde zaden) onderwijs (bouw van scholen, schoolmaaltijden), gezondheidszorg (klamboes, zorg voor moeder en kind), rurale infrastructuur (wegen, energie) en water en sanitatie. Verder is er ook nog 10 dollar voor trainingen van de dorpsbewoners nodig. Met deze interventies wil Jeffrey Sachs, directeur van het Earth Institute en oprichter van de Millennium Promise, aantonen dat de Millenniumdoelen wel degelijk haalbaar zijn, als regeringen en donoren maar willen investeren. De Millennium Villages worden daarom wel aangeduid als ‘het laboratorium van dr. Sachs’. Het idee is natuurlijk altijd eenvoudiger dan de hardnekkige praktijk. Zo duurde het drie jaar (men begon in juni 2006) tot in 2009 het project in Mali ook daadwerkelijk de 110 dollar per inwoner kon uitgeven. Over de eerste drie jaar is 16 miljoen dollar geïnvesteerd, inclusief de bijdragen in natura, en dat is 70 dollar per inwoner. Overheidsdiensten werken nu eenmaal vaak trager dan men zou wensen, maar in het bijzonder de bijdragen van andere donoren en de inwoners zelf vielen tegen. Daartegenover staat dat het Millennium Village Project in korte tijd heel wat voor elkaar heeft gekregen. De rijstoogst is fors gestegen door het gebruik van vernieuwde zaden en kunstmest. Er zijn acht graanschuren gebouwd. Het meeste geld is in de landbouw gaan zitten, daarna volgt het onderwijs. Bouwvallen die men gemeenschapsscholen noemde, zijn vervangen door een ordentelijke school met keuken en eetzaal waar kinderen dagelijks een schoolmaaltijd krijgen. Niet alleen is het aantal kinderen dat nu naar school gaat verzevenvoudigd, maar bijna de helft bestaat uit meisjes. Al die resultaten staan in schril contrast tot de trage vooruitgang die men elders in ruraal Mali aantreft, waar dergelijke investeringen niet zijn gedaan. Door het uitdelen van 33.000 malarianetten is de prevalentie van malaria sterk gedaald. De nieuw opgeleide gezondheidswerksters kunnen dat met een eenvoudig proefje testen. Vroedvrouw Mariam Diallo laat ons de cijfers zien. Binnen vier maanden tijd is het aantal zwangere vrouwen dat zorg bij de zwangerschap krijgt, opgelopen van niets tot bijna 60 procent. Budgetsteun De Malinese regering is meteen verheugd over de vooruitgang in Tiby. In maart 2007 bezoekt president Amadou Touré het dorp. Voedselzekerheid is een speerpunt in zijn programma en hij is blij met wat er in Tiby bereikt is. Het Commissariaat voor Voedselzekerheid geeft hij opdracht een plan uit te werken. In mei 2008 ligt het eerste rapport voor L’Initiative 166 op tafel, een plan om in de 166 gemeentes met 3.052 dorpen waarin de voedselzekerheid het geringst is en de lokale infrastructuur het slechtst, met een op de Millennium Village Project gebaseerde aanpak aan de slag te gaan, en voor de ruim 2,5 miljoen inwoners de Millenniumdoelen te bereiken. Mali telt in totaal 703 gemeentes. Iets minder dan een kwart daarvan valt dus onder het voorgestelde project. De Malinese overheid is bereid 35 procent van de investeringen zelf te betalen, indien donoren bereid zijn om het financieringsgat van meer dan 1 miljard dollar over vijf jaar aan te vullen. Dat is toch al snel een verhoging van de ontwikkelingshulp aan Mali van ruim 20 procent, terwijl de hulp aan Mali in de afgelopen paar jaar al van 600 miljoen naar rond de miljard dollar gestegen is. Er is grote twijfel bij de donoren in Bamako en ook in de Europese hoofdsteden. In Bamako is die twijfel sterk ingegeven door onvolkomenheden in het plan zelf. De donoren voelen zich vooral gecommitteerd aan de met de Malinezen afgesproken gezamenlijke hulpstrategie. Zij zien niet hoe dit plan zich verhoudt tot de budgetsteun en de steun aan sectorprogramma’s in onderwijs en gezondheidszorg die zij nu vooral geven. Ook begrijpen zij niet waarom dit initiatief niet in de nationale financieringsplannen is ondergebracht en apart aan de donoren wordt aangeboden. Ze veronderstellen dat de Malinezen alleen maar extra geld willen bovenop de donorbijdragen die zij al krijgen. Ook over de organisatorische kant hebben de donoren grote twijfels. Op het kantoor van het Millennium Village Project in Ségou werken twaalf stafleden. Daarnaast zijn er vijf chauffeurs en twee ondersteunende stafleden. Zij werken samen met een twintigtal lokale ambtenaren van de ministeries van Landbouw, Onderwijs en Gezondheidszorg, van het Office du Niger en van de gemeentes. De donoren vragen zich dan af of er voor de uitvoering van L’Initiative 166 eenzelfde hoeveelheid staf maal 166 nodig is. Er is grote twijfel of al dat extra personeel in Mali beschikbaar is. Mali zou het initiatief kunnen uitvoeren met de gedecentraliseerde afdelingen van de ministeries, maar de capaciteit daarvan wordt te zwak geacht voor een dergelijk grootschalig initiatief. De Malinese overheid is er echter van overtuigd dat ze het programma met versterkte lokale en regionale overheidsdiensten kan uitvoeren. In de hoofdkantoren in Europa is de weerstand misschien nog groter. Daar wordt het Millennium Villages Project gezien als een externe interventie, die te weinig zou aansluiten op endogene ontwikkelingsprocessen. Ook als iets dat al in het verleden gedaan is, in plattelandsprojecten of ‘community development’, projecten die tot weinig successen zouden hebben geleid en in elkaar zakken als de hulp verdwijnt –166 van dit soort projecten zou bovendien voor veel te veel versnippering zorgen. Daar kun je tegenover stellen dat die vroegere projecten misschien niet voldoende zijn geëvalueerd of juist andersom, dat daar lessen uit getrokken zijn hoe het anders kan en beter moet. De Millennium Villages kunnen misschien wel die geleerde lessen – zoals op niet te veel sectoren mikken – in praktijk brengen. Water bij de wijn De interim-gouverneur van Ségou staat op het punt naar Kidal in het droge noorden te vertrekken, waar hij de nieuwe gouverneur wordt. Hij vraagt zich openlijk af of wat in Tiby mogelijk is, ook in het gortdroge Kidal zou kunnen lukken. Hij gooit het daarbij vooral op het gemeenschapsgevoel: ‘Mensen werken daar voor zichzelf, vooral in de landbouw en met hun vee, en samen voor de familie, maar gemeenschap is daar iets van het verleden’. Dan heeft hij het weliswaar niet over het ontwikkelingspotentieel van het noorden, maar betwijfelt ook hij of het project daar haalbaar is. Over de donoren zegt hij tegelijkertijd: ‘Systematische weigering is geen oplossing.’ Conclusie: de donoren moeten water bij de wijn doen. Dat gebeurt mondjesmaat, want de eerste donoren schuiven nu toch aan. Het Spaanse MDG Fund schijnt een project te willen financieren op het terrein van voedselzekerheid in vier gemeentes. De Wereldbank wil hetzelfde doen in zeven gemeentes. Maar dan gaat het nog maar om 24 miljoen dollar. Het geeft het dilemma fraai weer: de donoren willen graag de Millenniumdoelen in 2015 halen en denken met de huidige hulpmodaliteiten de instrumenten daarvoor in handen te hebben, maar als er een regering komt met een hoge inzet op het behalen van die doelen én met eigen plannen, dan is er direct huiver en koudwatervrees. Dit zou een mooi onderwerp kunnen zijn voor de aankomende Millenniumtop in New York: als er verschillende wegen naar 2015 zijn, waarom zou je dan niet her en der experimenteren? Is de wereld niet één groot laboratorium voor een samenleving zonder geweld en armoede? Dit artikel is mede gebaseerd op bezoeken aan drie Millennium Development Villages in 2008, 2009 en 2010: Mayange in Rwanda, Tiby in Mali en Ruhiira in Oeganda.

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel