Door:
Irene de Vries

25 augustus 2010

Categorieën

Tags

Bij ontwikkelingslanden denken we vaak dat alles slecht geregeld is. niets is minder waar, merkte Irene de Vries, tijdens de week dat ze meeliep op een medische hulppost in de binnenlanden van Suriname. ‘Tot in de diepe binnenlanden van Suriname is medische hulp bereikbaar voor mensen. Er wordt gewerkt volgens goed uitgewerkte protocollen en het zijn de locals zelf die, gecoördineerd vanuit de stad, de spil vormen in de gezondheidsbevordering van hun landgenoten.’ En toen was ik in het paradijs beland. Diep in de binnenlanden van Suriname, daar waar twee rivieren en een soela (stroomversnelling) samenkomen, kijk ik vanuit mijn hangmat naar de zon die over het water schijnt en de prachtige wolkenpakketten die zich aan de horizon aandienen. Naast mijn huis de hulppost van de medische zending waar ik een week meekijk. In de nabije omgeving dorpjes waar mensen leven in houten hutten met prachtig houtsnijwerk en je vriendelijk begroeten in het Saramaccaans: I weki noooooooo (met een lange uithaal, dat klinkt het gezelligst). Vrouwen die cassave staan te stampen, brood bakken of op hun kostgrondje werken. Kinderen die rondrennen, naakt natuurlijk, met zo’n traditioneel koordje om hun middel. Mannen zijn bijna niet te zien; die werken grotendeels in de stad of aan de Franse kant (Frans Guyana). Voor elke hut staat een radiootje waaruit de reggae of kaseko schalt en de lokale radiozender vanaf de berg verderop relevante mededelingen doet: welke kinderen gevaccineerd moeten worden, wanneer de medische zending langskomt voor huisbezoeken, of de mensen van het kiesdistrict om stemkaarten uit te delen. De radio is nog altijd het belangrijkste communicatiemiddel in dit gebied. In heel Suriname heeft de medische zending 57 poliklinieken waar zorg wordt gedragen voor de medische hulp aan de bewoners van het binnenland. De polikliniek waar ik mij deze week bevind is één van de grootste en heeft naast verschillende spreekkamers tevens een verloskamer en observatieruimte waar patiënten kunnen worden opgenomen. De kliniek wordt, evenals alle andere posten, draaiende gehouden door broeders en zusters van de medische zending, die allen zelf uit het binnenland afkomstig zijn, zijn opgeleid tot gezondheidsassistenten en huis & haard verlaten om elke 5 jaar op een andere plek gestationeerd te worden. Zij draaien spreekuur, verzorgen opgenomen patiënten, doen het consultatiebureau, zwangerencontroles, bevallingen en fysiotherapie, hechten wonden, trekken kiezen en verwijzen patiënten naar de stad als het te ingewikkeld wordt. Hoewel niet altijd alles op rolletjes verloopt, er vaak een tekort aan medicijnen of diagnostische middelen is en er veel medische problemen zijn waar de gezondheidsassistenten niets mee kunnen, zag ik nooit eerder een public health systeem dat zo goed georganiseerd is. Tot in de diepe binnenlanden van Suriname is medische hulp bereikbaar voor mensen. Er wordt gewerkt volgens goed uitgewerkte protocollen en het zijn de locals zelf die, gecoördineerd vanuit de stad, de spil vormen in de gezondheidsbevordering van hun landgenoten. Eén dag per week trekken broeders en zuster de dorpen in om op huisbezoek te gaan bij oude van dagen die door hun fysieke gesteldheid niet meer in staat zijn zelf naar de polikliniek te komen, net zoals de huisarts dat in Nederland doet. In een korjaal varen we naar een verderop gelegen dorp waar we enkele tachtig plussers bezoeken, bloeddrukken meten en medicijnen achterlaten voor de gebruikelijke kwaaltjes. Het zijn bijzondere bezoeken: prachtig getekende oudere mannen en vrouwen die op hun blote voetjes door hun hut schuifelen. Het moeten krachtige mensen zijn, die zo al meer dan tachtig jaar leven, niet kapot te krijgen door het zware lichamelijke werk dat ze verricht hebben en de vele ziektes die in het binnenland ronddolen. Het is medisch toerisme ten voeten uit, dat besef ik mij maar al te goed. Dat wat ik in Nederland bediscussieer en bekritiseer – westerse artsen die voor hun eigen ervaring (maar dat wordt niet gezegd) voor een korte tijd ‘ontwikkelingswerk’ gaan doen zonder de lokale sociaal-culturele context te kennen en dan terugkomen en schouderklopjes in ontvangst nemen omdat ze zulk goed werk hebben gedaan – daar maak ik nu mijn eigen handen vuil aan. Met het enige verschil dat ik nog een paar weken moet wachten om mijn artsenbul in ontvangst te nemen en ik mij niet zal laten kloppen op mijn schouder. Ik draag hier, op een presentatie voor de broeders en zusters na, immers weinig bij. Het is alleen voor mijn eigen ervaring dat ik hier zit. Een ervaring die, dat moet gezegd worden, wel heel veel mooie beelden en nieuwe inzichten oplevert.  

Samenspraak en Tegenspraak was vrij revolutionair

Door Joris Tielens | 19 november 2019

Deze maand komt minister Kaag met nieuw beleid voor steun aan ngo’s, als vervolg op het programma Samenspraak en Tegenspraak, dat volgend jaar afloopt. Vice Versa kijkt in een lange reeks artikelen terug op de strategische partnerschappen. Vandaag: de introductie.

Lees artikel

‘Sport is een levensles’

Door Marc Broere | 18 november 2019

Voor Mariam Twahir is sport het beste gereedschap voor vredesopbouw. Ze is coach in een sloppenwijk in Nairobi, met meer meisjes dan jongens onder haar hoede. ‘Op het veld is er geen conflict en vergeten ze waar ze vandaan komen.’

Lees artikel

Curaçao op een tweesprong

Door Ayaan Abukar | 15 november 2019

De vlucht uit Venezuela gaat soms per bootje, naar het dichtbije Curaçao. Daar leidt het tot vertwijfeling: de weerslag is xenofobie èn solidariteit, een tekort aan kennis, vrees bij de Venezolanen – en stilte vanuit Den Haag. ‘Zonder politiek leiderschap gaan verhalen een eigen leven leiden.’ Ayaan Abukar vloog erheen en ging in gesprek.

Lees artikel