Door:
Irene de Vries

28 juli 2010

Categorieën

Tags

Irene de Vries geniet van haar stage als arts in opleiding in de tropen. Wat ze het leukste vindt? Het wachten. Tijdens een reis naar de binnenlanden van Suriname kon ze haar geluk niet op. Een van de leukste dingen aan reizen vind ik altijd het wachten. Ten eerste omdat je dan goed om je heen kunt kijken en veel ziet. Ten tweede omdat er een groot beroep wordt gedaan op je flexibiliteit en haastige Nederlandse aard. Een uitdaging dus. Sinds mijn eerste reis naar de tropen heb ik mezelf dan ook aangeleerd om tijdens het wachten tot een auto of bus vol genoeg zit om te vertrekken, je aan de beurt bent bij een of ander enorm inefficiënt werkend loket of mijn Venezolaanse schoonfamilie eindelijk besluit de deur uit te komen, mijn verstand op nul te zetten, geen vragen te stellen en vooral te genieten van mijn omgeving. Onlangs reisde ik naar een dorpje aan de Boven-Suriname rivier, voor een stageweek op de medische hulppost aldaar. Dat betekent met een busje over een grotendeels ongeasfalteerde weg, vijf uur in een boot en veel wachten. Kortom, een reis van 13 uur voor een afstand van circa 450 km. U begrijpt, ik kon mijn geluk niet op. Om half 8 ’s ochtends bevind ik mij dus al met een slaperig hoofd (de avond tevoren had ik nog uitgebreid afscheid moeten nemen van Paramaribo) op de Saramaccastraat, daar waar de bussen naar het zuiden vertrekken. Vanuit Paramaribo vertrekken veel bussen vanaf veel verschillende plekken en je moet altijd maar net weten waar je voor welke bus moet zijn. De bussen voor de richting die ik vandaag nodig heb ken ik gelukkig al, maar ik heb ook wel eens een half uur door de stad gelopen op zoek naar ‘de bus die vanonder de boom vertrekt’. Eenmaal op de plek aangekomen is een busje vinden nooit moeilijk. Er zijn altijd genoeg mannen die jou in je bus willen hebben. Tegen 8 uur is de bus dan ook vol en waarom er dan immer nog een uur gewacht wordt om te vertrekken blijft mij een raadsel. Maar goed, ik stel geen vragen. Wel zie ik dat er nog een hoop bagage ingeladen wordt en dat als ik denk dat de bus nu toch echt helemaal vol zit, nog iemand aankomt met 2 gasflessen, 2 grote koffers en een bakbeest van een televisie. Als we 20 minuten rijden stoppen we aan de rand van Paramaribo om te tanken en ‘inkopen te doen’ (alweer?). Dat houdt in dat we een uur wachten en in de tussentijd alle bagage uit de auto halen en inclusief een extra brommer weer inladen. De bus zat dus nog niet vol, zie ik nu. Tegen de tijd dat we het dorp bereiken vanwaar de boten naar het binnenland vertrekken, is het middag. Grote bedrijvigheid, mensen die vanuit de stad weer terug het binnenland in gaan, met al hun bagage en nieuw aangeschafte meubels, transporten van voedsel en parbobier en zelfs een korjaal die volgeladen wordt met zonnepanelen. Ook een plek op een van de korjalen had ik snel geregeld, namelijk al bij dat benzinetankstation waar een maat van mijn buschauffeur vertelde dat hij bootsman is. Op die manier heeft hij nog voordat we bij de boot aankomen geregeld dat zijn boot vol zit en hoef ik dus ‘maar’ anderhalf uur te wachten tot de korjaal vertrekt. Ik stel geen vragen. Bij mij in de boot allemaal binnenlandbewoners, ofwel bosnegers, afstammelingen van de vroeger van plantages weggelopen slaven. Achter mij een meisje van 1 jaar die continue aan een van de borsten van haar moeder hangt en tussendoor mee kluift aan een kippenbout. Naast mij zit in een nauw gesloten roze hello kitty pak een mollig meisje van een jaar of 10, die we in Nederland naar de obesitaspoli voor kinderen aan de VU zouden sturen, te smikkelen van een zakje chips, nootjes, kippenbout, koekjes en zoete frisdrank. Al het afval wordt direct overboord geflikkerd. Hoe je zo onbewust om kunt gaan met je eigen mooie land, begrijp ik nog steeds niet. Ik houd mijn mond want ik ben hun niet, zij zijn mij niet en dit is mijn land niet, maar lach ondertussen om het feit dat ik mij vanmorgen nog druk maakte om het feit ik geen biologisch afbreekbare zeep had meegenomen om mijzelf en mijn vuile vaat in de rivier te kunnen wassen. Het prachtige zicht vanaf het water op de jungle kan niet voorkomen dat ik tijdens de komende 5 uur af en toe met mijn hoofd op mijn eigen schoot in slaap dommel (ik ben nog niet helemaal over mijn afscheid met Paramaribo heen). We varen langs vele dorpjes waar, zo aan het eind van de middag, vrouwen en kinderen aan de rivier staan voor datgene wat ik graag met mijn biologisch afbreekbare zeep had willen doen. Kinderen worden met kleurrijke panji’s op de rug gebonden, grote afwasteilen worden op het hoofd richting huis gedragen door halfnaakte vrouwen met enorme borsten. Het is fotomoment na fotomoment, die ik natuurlijk niet grijp, want dat durf ik niet. Het laatste uur varen we in het donker. De bootsman kent de rivier op zijn duimpje, dus onveilig voel ik me niet. Als we eindelijk op mijn eindbestemming aankomen zitten aan de rivier twee broeders van de hulppost; wachtend op de reiziger. Hebben jullie hier de hele avond zitten wachten tot ik zou arriveren? Ach, we zaten te hengelen, is het antwoord. Tja, wachten…. het blijft een erg Nederlands begrip. Wordt vervolgd…. In haar volgende weblog ‘de medische toerist’ gaat Irene in op haar stageweek bij de medische hulppost

Samenspraak en Tegenspraak was vrij revolutionair

Door Joris Tielens | 19 november 2019

Deze maand komt minister Kaag met nieuw beleid voor steun aan ngo’s, als vervolg op het programma Samenspraak en Tegenspraak, dat volgend jaar afloopt. Vice Versa kijkt in een lange reeks artikelen terug op de strategische partnerschappen. Vandaag: de introductie.

Lees artikel

‘Sport is een levensles’

Door Marc Broere | 18 november 2019

Voor Mariam Twahir is sport het beste gereedschap voor vredesopbouw. Ze is coach in een sloppenwijk in Nairobi, met meer meisjes dan jongens onder haar hoede. ‘Op het veld is er geen conflict en vergeten ze waar ze vandaan komen.’

Lees artikel

Curaçao op een tweesprong

Door Ayaan Abukar | 15 november 2019

De vlucht uit Venezuela gaat soms per bootje, naar het dichtbije Curaçao. Daar leidt het tot vertwijfeling: de weerslag is xenofobie èn solidariteit, een tekort aan kennis, vrees bij de Venezolanen – en stilte vanuit Den Haag. ‘Zonder politiek leiderschap gaan verhalen een eigen leven leiden.’ Ayaan Abukar vloog erheen en ging in gesprek.

Lees artikel