Door:
Wiet Janssen

20 juli 2010

Categorieën

Tags

‘Met het onderwijs zoals het nu wordt gegeven houden we de armoede in stand. En ik vind dat eerlijk gezegd een grof schandaal.’  Wetenschapper Wiet Janssen reageert op de opiniebijdrage van onderzoeksjournaliste Jeanne Roefs. ‘Ambitieuze doelen propageren van achter je bureau is gemakkelijk. Maar de armen schieten daar helemaal niets mee op.’  Graag wil ik ingaan op de 2e reactie van mevr. Roefs over mijn stelling dat kinderen uit arme gezinnen niets leren waarmee ze geld kunnen verdienen. Ik doel daarbij op de kinderen die in bittere armoede leven, ondervoed zijn, etc. In sub-Sahara Afrika bijvoorbeeld is 44% van de kinderen onder de 5 duurzaam ondervoed (te kort voor hun leeftijd), en van de hele bevolking is 30% ondervoed. In India zijn de percentages 48% en 20%[1]. Je hebt het dus over honderden miljoenen mensen en vooral kinderen die in bittere armoede leven. Ik pleit er voor dat die kinderen iets zouden moeten leren waarmee ze geld kunnen verdienen zodat ze uit de armoede kunnen ontsnappen. Het lager onderwijs zoals het nu gegeven wordt (en dat in belangrijke mate door de ontwikkelingshulp wordt gefinancierd) besteedt daar geen aandacht aan. Ik stel dat praktische vaardigheden in het algemeen meer helpen dan lezen en schrijven. Arme kinderen leren sowieso niet goed lezen en schrijven want ze gaan maar een paar jaar naar school en het onderwijs is vaak slecht.    Onderwijs met een hoger ambitieniveau? Mevrouw Roefs is het daar niet mee eens. Zij stelt: ‘Het soort onderwijs dat Janssen voor ogen staat houdt kinderen gevangen in de armoede.’  Vreemd, experimenten van onder andere Bergmann lieten zien dat die aanpak wel degelijk effect heeft[2]. Roefs’ belangrijkste punt van kritiek op de door mij voorgestelde aanpak is dat het ambitieniveau veel te laag is. Ze geeft een hele opsomming van allerlei andere dingen die kinderen óók moeten leren, zoals communicatieve vaardigheden, informatie en communicatie technologie, probleemoplossend vermogen, sociale en persoonlijke vaardigheden, analyseren en kritisch denken, informatie verzamelen en toepassen, etc. Volgens het Verdrag van de Rechten van het Kind gaat het om ‘de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten, en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind.’  Ook noemt ze een hele rits prachtige nieuwe onderwijsprogramma’s die allemaal zonder uitzondering heel succesvol zijn. Kortom, als we Roefs moeten geloven gaat het geweldig met de arme kinderen. Ze gaan allemaal dansend naar school om de nieuwste communicatietechnologie te leren. Een zonnige toekomst tegemoet. De weerbarstige werkelijkheid De werkelijkheid is echter volkomen anders. In het algemeen leren kinderen van het arme platteland en uit de slums bitter weinig op school. De andere critici van mijn stelling, mensen met veel praktische ervaring, hebben dat beaamd. Het huidige lager onderwijs (voor een belangrijk deel gefinancierd met ontwikkelingshulp) slaagt er nog niet eens in om de kinderen redelijk lezen en schrijven leren. En vriend en vijand zijn het erover eens dat arme kinderen die van de lagere school afkomen niet in staat zijn een inkomen te verdienen. Dat beetje lezen en schrijven helpt ze daar absoluut niet bij. En andere scholing krijgen ze niet. Ze hadden honger en ze zullen dus honger blijven houden. Een resultaat om je voor te schamen! Dat is toch een resultaat waarvoor we ons rot zouden moeten schamen!? Dat is toch eigenlijk een grof schandaal!? En als kinderen niet eens lezen en schrijven kan worden bijgebracht, dan is de remedie toch niet dat om het curriculum ook nog maar uit te breiden met communicatietechnologie? Al omstreeks 1950 heeft Maslov de prioriteiten van menselijke behoeften vastgesteld. Zijn stelling was dat als de behoeften van de eerste prioriteit niet waren bevredigd, mensen niet veel interesse hadden in behoeften van een volgende prioriteit. En de eerste prioriteit hebben de lichamelijke behoeften: eten, drinken, een dak boven je hoofd, etc. Dat is ook logisch, die zaken gaan over het overleven. We kunnen het onderwijs veranderen zodat mensen wél in staat zijn in die eerste behoeften te voorzien. Het hoeft niet meer te kosten. Het kan.          Ambitieuze doelen propageren van achter je bureau is gemakkelijk. Maar de armen schieten daar helemaal niets mee op.  


[1] World Development Indicators, World bank 2008, tabel 2.18 [2] Bergmann H. (2002): Practical subjects in basic education – relevance at last or second rate education?   Lessons from 40 years of experience, GTZ/FAO, 2002

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel