Door:
Wiet Janssen

31 mei 2010

Categorieën

Naar aanleiding van de provocerende stelling ‘drinkwaterprojecten leiden tot meer kinderondervoeding’, reageert wetenschapper Wiet Janssen op alle reacties die vanuit de sector zijn binnengekomen. Ook introduceert hij een tweede stelling: ‘Kinderen uit arme families leren op school niets waarmee ze geld kunnen verdienen.’ Lees hier zijn opiniestuk. Mijn twee stukjes over het effect dat schoon drinkwater kan hebben op kinderondervoeding heeft in ieder geval tot zeer levendige reacties geleid. Mevr. Rolien Sasse is er zelfs erg boos over geworden. Ik word hardhandig op mijn plaats gezet: mijn redenering deugt niet, ik negeer informatie over bevolkingsplanning, en ik schijn zelfs te bepleiten mensen hun recht op drinkwater te onthouden. De grote boze wolf is er niets bij! Dhr. Ernes ontkent eenvoudigweg dat het ondervoedingeffect  überhaupt optreedt. ‘Primitieve reacties’ Dhr. van Lieshout had me al gewaarschuwd voor ‘primitieve reacties uit de sector’, dus het komt niet helemaal onverwachts. Als mevr. Sasse even mijn eerste stukje had opgezocht, waarnaar ik verwijs in dat van 17 mei, dan had ze gezien dat ik juist de voedselproductie, het hoge geboortecijfer en de mogelijkheid tot family planning expliciet aan de orde heb gesteld. En in tegenstelling tot wat Sasse beweert, wordt in het artikel van Gibson en Mace nergens gerept over rechten van vrouwen en seksuele gezondheid. Ook staat er in dat artikel geen ‘succesverhaal over de aangetoonde positieve impact van drinkwaterprogramma’s op de gezondheid van vrouwen en kinderen’.    ‘Practice what you preach!’ Het verbaast me verder dat volgens Sasse het kinderondervoedingeffect simpel op te lossen is met geboorteregeling, maar dat haar organisatie (Simavi) daar zelf niets aan doet. Ik heb geen enkel project voor geboortebeperking kunnen vinden in de lijsten op de website van Simavi, en ook in het strategierapport voor 2009-2011 wordt family planning niet genoemd. Terwijl ze het artikel van Gibson en Mace wel degelijk kende. Dus als Sasse meent dat family planning de oplossing is, dan wil ik haar vragen: waarom bent u er dan nooit aan begonnen? Hetzelfde geldt voor de kritiek van dhr. Westra, die ook meent dat het probleem gemakkelijk is op te lossen door family planning. Ook zijn organisatie, Akvo, voert drinkwater- en sanitatieprojecten uit maar doet net zomin iets aan family planning. Dus ook tegen Westra zou ik willen zeggen: als u het zo belangrijk vindt, en zo voor de hand liggend: waarom doet u het dan niet. Practice what you preach! En toon aan dat het werkt! Dhr. Ernes heeft een nog eenvoudigere oplossing: het probleem bestaat niet. Ik beeld het me blijkbaar maar in. Hieronder nog even de data van Gibson en Mace in grafiekvorm, voor hun onderzoek onder 2000 families in Ethiopië gedurende 8 jaar.

Onderaan dit stuk vindt u statistische gegevens over toegang tot schoon drinkwater (UN) en kinderondervoeding (WHO), voor landen in Afrika met voldoende data. DHS heeft dat soort data ook. In beide data sets is er een duidelijk verband tussen betere toegang tot drinkwater en kinderondervoeding, vooral op het platteland. Kortom, het probleem bestaat, en het simpelweg ontkennen zal niet echt bijdragen tot de oplossing ervan.      Ngo’s geven geen prioriteit aan family planning Westra’s verhaal over demografische transitie is natuurlijk niet nieuw, maar snijdt zeker hout. Zijn voorstel om die demografische transitie in Afrika even met geschikt beleid op het gebied van family planning voor elkaar te boksen is echter wel erg optimistisch. Volgens de WHO was de bevolkingsgroei in sub-Sahara Afrika tussen 1987 en ’97 2,8% per jaar en tussen 1997 en ’07 2,5%. De groei vermindert dus, maar het is nog steeds heel veel, de bevolking verdubbelt in 28 jaar! Afrika is dus nog midden in de fase van snelle bevolkingsgroei. Ook blijkt uit cijfers van de WHO dat tussen 1990 en 2000 de levensverwachting in bijna de helft van de Afrikaanse landen dramatisch daalde, terwijl die nu weer aan het stijgen is[1]. Dat verloop is duidelijk gecorreleerd aan de Aids problematiek, de daling van de bevolkingsgroei naar 2,5% is dus niet het gevolg van de demografische transitie. Er is ook een probleem met de tijdsdimensie: het effect van drinkwater op de kinderondervoeding manifesteert zich over een periode van maanden tot een paar jaar, terwijl de afname van de bevolkingsgroei een proces is over tientallen jaren. In geval van een concreet project kunnen we daar niet op wachten. Hoe effectief family planning initiatieven kunnen zijn weet ik niet, ik heb daar geen duidelijke statistische gegevens over kunnen vinden, in ieder geval niet op landenniveau. Misschien is er iemand die daar meer verstand van heeft en daarover een reactie zou willen schrijven. Hoe dan ook, het zal jaren duren voor zulke programma’s op gang komen en vruchten af gaan werpen. De meeste ontwikkelingsorganisaties geven er geen prioriteit aan, dat geldt niet alleen voor ngo’s als Simavi, Akvo en Aqua for All, maar ook voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ergo: voorlopig moeten we het kinderondervoedingeffect op een andere manier te lijf.   Oplossing? En daarom ben ik erg blij met de reactie van Dhr. Holtslag. Het lijkt me dat hij een realistische, werkbare oplossing heeft: watervoorziening niet alleen voor drinkwater, maar ook voor kleinschalige irrigatie, ten behoeve van de voedselproductie. Slechts 3% van het Afrikaanse landbouwareaal is geïrrigeerd, en de opbrengst per ha. is het laagste van de wereld. Er zouden dus legio mogelijkheden moeten zijn om de productie flink op te voeren. Het is niet voldoende om alleen voor eigen gebruik te produceren, want dan komt er geen geld binnen en kan de pomp niet gerepareerd worden, geen kunstmest gekocht, etc. En behalve toegang tot fysieke hulpmiddelen moeten de mensen ook kennis van zaken hebben. Van landbouw, maar ook van transport en opslag, marketing, kostenberekening, etc. Er moet dus massaal ingezet worden op de overdracht van praktisch toepasbare kennis.  Het is geen nieuws dat de kwaliteit van het lager onderwijs in Afrika in het algemeen bedroevend is. Bovendien gaan kinderen uit arme families of helemaal niet naar school, of slechts een paar jaar. Ze leren dan een heel klein beetje lezen en schrijven. In rurale gebieden zouden ze de kinderen er meer aan hebben als ze op de lagere school iets leerden over landbouw, dan kunnen ze daarmee in hun levensonderhoud voorzien. Het kan natuurlijk zijn dat de streek eigenlijk helemaal niet geschikt is voor landbouw, of dat er te weinig grond is, en dan is het soms beter om naar de stad te verhuizen. Dan zouden de kinderen iets anders moeten leren, iets waarmee ze in de stad een inkomen kunnen verdienen. En daarmee kom ik op mijn volgende controversiële stelling: Kinderen uit arme families leren op school niets waarmee ze geld kunnen verdienen.      Graag uw reactie!


[1] Zie de World Health Reports 2009 en 2003

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel