Door:
Eva de Vries

27 april 2010

Categorieën

Tags

Crossend door een oorlogsgebied in een luxe landcruiser, overdag in de vluchtelingenkampen en ’s nachts in een duur hotel en een douanier extra biljetten in de hand drukken om toegang te krijgen tot een stuk no man’s land. Humanitaire hulpverlening bestaat uit dilemma’s. Op de Afrikadag, die op 24 april in Den Haag werd gehouden, presenteerde Rik Konijnenbelt (Verslaggever RTL Nieuws) de stellingen en het publiek participeerde middels stemkastjes. Tineke Ceelen (Directeur Stichting Vluchteling) was uitgenodigd om haar altijd prikkelende mening te geven. ‘Ik bestrijd het cynisme’, vertelde ze. ‘Hulp helpt. Ik zou er allang mee gestopt zijn als ik niet zeker wist dat wij een verschil maken.’ De eerste stelling van het debat luidde: Het is geoorloofd reiskosten van journalistieke media te vergoeden zodat ze publiceren over de werkgebieden van Stichting Vluchteling. Konijnenbelt: ‘Ik ben het er niet mee eens. Ik hecht heel veel waarde aan de onafhankelijkheid van de pers. Als een verhaal belangrijk genoeg is dan maken (en betalen) we het zelf wel.’ Ceelen: ‘Het is wel eens voorgekomen, maar liever niet. Het is tenslotte het geld van donateurs. We faciliteren journalisten wel vaak zodat ze toegang hebben tot minder toegankelijke gebieden. In dat geval wil ik wel genoemd worden, zo werkt het gewoon.’ Netwerk, Pauw en Witteman, De Volkskrant. Ceelen is sowieso een graag en veel geziene gast in de media. Ze plaatst Stichting Vluchteling graag in de belangstelling: ‘Zonder beeld geen ramp’. Als er grote veiligheidsrisico’s zijn voor hulpverleners is het beter om met locals te werken. Ceelen: ‘Het is een moeilijk dilemma. In Koerdistan hebben we bijvoorbeeld alleen gewerkt met lokale hulpverleners, maar de vraag is of dit wel ethisch is. Toen ik begon met dit werk vielen er bijna nooit blanke slachtoffers, maar dat is nu wel anders. Eigenlijk is de vraag of het leven van een local je minder waard is dan dat van een blanke. Feit is dat we sowieso werken met zoveel mogelijk locals omdat de expertise gewoon aanwezig is. Maar met acute crises, zoals de Tsunami of Haïti, worden veel westerlingen ingevlogen, puur omdat er dan bakken met geld beschikbaar zijn. Het doel heiligt uiteindelijk alle middelen. Als er smeergeld betaald moet worden om vluchtelingen te kunnen helpen, dan moet dat maar. Ceelen: ‘Het is moeilijk om hier ‘ja’ of ‘nee’ op te zeggen. Dit speelt altijd. Overal moet je centen voor neer tellen.’ Iemand in het publiek attendeert de aanwezigen op Linda Polmans Crisiskaravaan waarin zij de sector afschildert als een business waarbij hulporganisaties elkaar voor de voeten lopen en een wedstrijdje doen wie de meeste mondjes kan vullen. Ceelen: ‘Als ze een karikatuur wil maken van ons werk dan moet ze dat maar doen. Als je alle aandacht richt op de negatieve aspecten, kun je zo’n boek ook schrijven over de Nederlandse gezondheidszorg. Gezien de omstandigheden waarin wij werken is het onmogelijk om geen fouten te maken. Ik vind wel dat humanitaire hulporganisaties de plicht hebben om te erkennen dat ze soms de mist in gaan.’ Het is effectiever als alle hulporganisaties zich samenvoegen in plaats van elkaar beconcurreren, ze staan immers voor hetzelfde doel. Ceelen: ‘Nee. Hoe groter de organisatie, hoe minder overzicht en structuur aanwezig is. Ik heb gewerkt bij grote jongens als Memisa, Rode Kruis en SNV en dat wil ik nooit meer’. Een moment voor Rik Konijnenbelt om in te grijpen: ‘Maar er zijn zoveel organisaties! Omvergereden worden door de witte landcruisers is het grootste risico dat je loopt in een conflictgebied!’ Ceelen: ‘Meer onderlinge samenwerking is inderdaad nodig, ook hier in Nederland. Maar blijf realiseren dat we wel concurrenten zijn en strijden om de zelfde subsidiepot.’ Konijnenbelt: ‘Ik was in Haïti en tientallen hulporganisaties wilden hún flesjes water uitdelen aan dezelfde groep omstanders.’ Ceelen: ‘Laten we vooropstellen dat dit soort praktijken tot de uitzondering behoren. Deze situaties vloeien voort uit een verwoeste infrastructuur en te veel beschikbaar geld.’ Ontwikkelingsorganisaties zijn commerciële bedrijven. Werknemers dienen dan ook meer dan een modaal inkomen te verdienen. Eens: 10% Oneens: 90% Iemand in de zaal verkondigt het ‘belachelijk’ te vinden dat mensen ‘werkzaam in de hulp’ zoveel verdienen. ‘Het komt toch voort uit idealisme? Ik schrok van de salarissen van directeuren in deze sector!’ Ceelen: ‘Salarissen moeten wel bescheiden zijn maar de onderkant van de marktconforme salarissen is zeker reëel. Mensen in deze sector moeten goed verdienen omdat ze goed en zwaar werk verrichten én ervoor zorgen dat de gedoneerde euro’s goed besteed worden.’ Eigen volk eerst. Nu we zelf te kampen hebben met een economische crisis moeten we bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en noodhulp. Eens: 10 % Oneens: 90 %. Ceelen: ‘Het is schandalig als we in ons oneindige rijkdom zouden bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. De mazzelbelasting moet in stand gehouden worden, het is tenslotte puur toeval en geluk dat onze wieg hier stond en niet in Darfur, Somalië of Irak.’

‘Controle over je portemonnee is controle over je keuzes’

Door Eva Huson | 23 januari 2020

In Nepal bindt een dappere vrouwenbeweging de strijd aan met hulpafhankelijkheid en weigert ze principieel fondsen van grote, buitenlandse geldschieters. Een interview in de shift the power-reeks over hoe je als kleine hulporganisatie prima het heft in eigen hand kunt nemen.

Lees artikel

Het Malinese huis van democratie is aan verbouwing toe

Door Ayaan Abukar | 22 januari 2020

Vóór de crisis in 2012 was Mali op het oog een modeldemocratie, maar door migratie en geweld in het noorden is het land nu van geopolitieke betekenis. En het ligt in een van de drie focusregio’s van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Een tweeluik over het Malinese partnerschap: om te beginnen de politieke achtergrond, ter plekke geschetst.

Lees artikel

Samenwerken in Mali

Door Marc Broere | 20 januari 2020

De komende twee weken staat Mali centraal in ons project ‘Samenspraak en Tegenspraak: de oogst.’ Voor de crisis in 2012 was Mali op het oog een goed functionerende democratie dat weinig in de schijnwerpers stond, maar door de migratie en het geweld in het noorden is het land nu van geopolitieke betekenis. Ook ligt het in een van de drie focusregio’s van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid.

Lees artikel