Skip to content

 

Door:
Eva de Vries

20 april 2010

Categorieën

Nu de Migranten Alliantie naar overheidsfinanciering kan fluiten moet er gezocht worden naar alternatieven om het hoofd boven water te houden. Tijdens een debat georganiseerd door Stichting Oikos discussiëren vertegenwoordigers van migrantenorganisaties over MFS-II, Nederlandse ontwikkelingssamenwerking en de toekomst van hun organisaties. ‘Wij-zij denken’ en slachtoffergedrag domineerden: ‘Het gaat erom erbij te horen maar wij worden altijd buitengesloten.’ ‘De MFS-II uitslag sloeg in als een bom’, zegt Sam Pormes (voorzitter TitanE en oud-politicus voor Groen-Links). ‘In de beleidsnotitie van Koenders in 2008 werd vermeld dat migranten een belangrijke positie innemen, maar blijkbaar is financiering een brug te ver.’ Al is de eerste teleurstelling en woede van de afwijzing wat gezakt de afgelopen weken, ongeloof is er nog steeds. Harde werken niet beloond ‘De emancipatiemarathon is succesvol geweest, we kunnen de autochtoon bijna perfect kopiëren en we weten precies wat ze graag willen horen. En nóg lukt het ons niet’, betoogt Pormes met een cynische ondertoon. ‘We hebben onszelf de afgelopen jaren inhoudelijk en organisatorisch op de kaart gezet en er is gebleken dat remittances (geldtransacties naar ontwikkelingslanden) stabieler zijn dan de investeringen van bedrijven in ontwikkelingslanden.’  Ook panellid Radj Bhondoe (directeur Seva Network Foundation) uitte zijn boosheid, al voegde zijn bijdrage weinig toe aan het interview met Vice Versa twee weken geleden (link). Pormes richt zijn pijlen verder op de Nederlandse ontwikkelingssector. Hij vraagt zich af waarom er zo weinig ruimte is om de belangrijke positie van migrantenorganisaties te erkennen. ‘Het Nederlands beleid is gebaseerd op uitsluitings- in plaats van insluitingscriteria en er worden steeds meer verantwoordelijkheden weggehaald bij het maatschappelijk middenveld. Wij zijn, wederom, buiten de boot gevallen.’ Iemand uit de zaal zoekt naar een creatieve verklaring: ‘Misschien zijn we teveel ingeburgerd, hebben we de emancipatiemarathon te hard gerend. Nu zijn we gedwongen te werken in een keurslijf en dit gaat ten koste van onze creativiteit.’ Financiering niet nodig? ‘We zitten hier met ambivalente gevoelens, boos maar hoopvol’, opent Ineke Bakker (Directeur Stichting Oikos) de deur naar een positieve blik op de toekomst. Panellid Herman Kotte (directeur Linkis: Laagdrempelige Initiatieven en Kenniscentrum voor Internationale Samenwerking) stelt dat het WRR Rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ veel praktische handvatten biedt. Hij vindt dat migrantenorganisaties uit moeten gaan van hun eigen kracht, ze kunnen opereren zonder financiering van de overheid. Daarnaast zou een kenniscentrum over migranten en ontwikkeling een grote vooruitgang zijn. ‘Het is een uitdaging om hiermee aan de slag te gaan’, zegt Kotte. De ambivalentie van samenwerking Om de migrantenorganisaties op de been te houden pleit Pormes onder andere voor een goede samenwerking tussen grote NGO’s, diasporagroepen en migrantenorganisaties. Over de mate van samenwerking en verzelfstandiging zijn de meningen verdeeld. Zeki Sheku (Directeur Stichting Mondiale Samenleving) staat aan Pormes’ zijde. Uit de zaal roept iemand dat migranten zichzelf juist verder isoleren als ze teveel samenklonteren en bijvoorbeeld een apart kenniscentrum opzetten. Bhondoe beargumenteert dat migrantenorganisaties juist speciale aandacht nodig hebben: ‘Hier moet ruimte voor komen, ook in het overheidsbudget.’ Richting vernieuwing ‘Maar hoé moet de samenwerking tussen organisaties in de landen van herkomst plaatsvinden?’ Verschillende vragen uit de zaal, gesteld door Soedanese, Burundese en Molukse vertegenwoordigers van migratie- en diasporaorganisaties, ontlokken Joep Van Zijl (medewerker bij Cordaid) tot het geven van praktische voorbeelden en tips. ‘Ons werk in Soedan kan niet uitgevoerd worden zonder de hulp van migranten- en diasporaorganisaties. Betrek ons bij jullie werk, ga het debat met ons aan en laten we kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen.’ Pormes ziet vooral een rol weggelegd voor migranten bij de monitoring en evaluatie van projecten: ‘Wij kennen de cultuur van ons land, waarom kunnen grotere organisaties dit niet aan ons overlaten?’ Na een pessimistisch begin lijkt er toch ruimte te zijn voor een positievere blik, alternatieve financieringsmogelijkheden en innovatieve ideeën. Bakker benadrukt het doorzettingsvermogen waar migranten hun hele leven op bouwen. ‘Als het niet door de voordeur kan, dan maar door de achterdeur, en anders door een zolderraam. Hoe dan ook, we komen er wel.’

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel

Het veldkantoor in verandering

Door Manon Stravens | 11 maart 2020

Ontwikkelingsorganisaties reppen aldoor over lokaal eigenaarschap, maar waarom maken Europeanen dan nog steeds de dienst uit in veel veldkantoren? ‘Wij zouden zelf ook vreemd opkijken als er in Nederland een Zimbabwaan wordt ingevlogen om met de vakbond of een ngo te werken.’ Een rondgang langs ICCO, Hivos en de Leprastichting.

Lees artikel
Scroll To Top