Door:
Manon Stravens

19 april 2010

Categorieën

Manon Stravens werkt op het regiokantoor van ICCO in Bamako (Mali). Voor Vice Versa houdt ze een weblog bij over ontwikkelingssamenwerking in de praktijk en over het wonen in Afrika. Op dit moment is ze op reis in Liberia waar ze onder de indruk is van de plaatselijke Hell’s Angels. ‘Nooit geweten dat ontwikkelingswerkers en motorrijders samen een vuist voor een betere wereld kunnen maken.’ Ik heb mijn fiets laten overvliegen uit Nederland. Ben in negen minuten op mijn werk en uiterst in mijn nopjes. Typisch Nederlands. Behalve dat Malinezen echt niet snappen hoe je jezelf in die hitte op een fiets kan hijsen, is fietsen in Bamako – en in de meeste Afrikaanse hoofdsteden eigenlijk – gewoon zelfmoord. Onverantwoord rijgedrag van de groene passagiersbusjes en – volgens de gemiddelde bewoner van Bamako vooral dat van jonge brommerrijders- maakt mijn geluk een levensbedreigende bezigheid. Daar waar ik in Mali dus maar meega in het afschieten van ongezouten scheldkanonnades richting deze jongelui, heb ik de zaak afgelopen week eens van de andere kant kunnen bekijken. Nooit geweten dat ontwikkelingswerkers en motorrijders samen een vuist voor een betere wereld kunnen maken. Toenemend gehijg Ik ben op dit moment in Liberia: op reis voor ICCO om onze partners te bezoeken en enig inzicht te krijgen in de impact van ons werk. Doorgaans een uitdagende taak, vooral met het toenemende gehijg van het Nederlandse publiek in mijn nek. Hoe maak je jouw bijdrage aan vrede zichtbaar? Van een school kan je een foto maken, van een verzoeningsproces niet. Toch zijn er mooie voorbeelden. Liberia is alweer ruim zeven jaar de oorlog voorbij. Een land lang in puin en trauma, maar onder leiding van de eerste vrouwelijke Afrikaanse president – kritisch gevolgd door maatschappelijke organisaties – weer gestaag in opbouw. Vele initiatieven ontspruiten om de nog altijd fragiele vrede te bewaren en het vertrouwen te herstellen tussen de verschillende groepen in het land. Ruim de helft van de Liberianen is jonger dan 25 jaar en velen zijn tijdens de oorlog gerekruteerd en gedrogeerd om te dienen in het leger van Charles Taylor of de rebellen. We kennen de verhalen. Nu zijn de meesten teruggekeerd, hebben hun wapen ingeleverd en moet er brood op de plank. Bij gebrek aan goede scholing en werkgelegenheid, was de investering van ontwapeningsgeld in een motor geen onlogische keuze. Zeven stadsritjes per dag en je bent al boven de fameuze 1 dollargrens uit. It feeds me, it feeds my woman! Geef ‘m eens ongelijk. Zorgenkindjes Tegelijkertijd zijn deze knullen zorgenkindjes. Met de helm aan het stuur (in Mali bestaan overigens niet eens helmen) in plaats van op het hoofd, en een gekocht rijbewijs op zak, wordt een serieus ongeluk al snel fataal. En de politie aast op de jongens, soms om de regels te handhaven, volgens de motorrijders meestal om er zelf wat aan te verdienen. Niet zelden dat een geschil tussen politie en motorrijder uitloopt op een bloedig handgemeen. Dit soort spanningen en wantrouwen zijn extra kritiek in een post conflict land als Liberia. In het hart van Liberia, Gbarnga (Bong District), de voormalige parkeerplaats van Charles Taylor, ontmoeten we de Bong Motorcyclist Union (BMU), drie knullen en een meisje, zelf motorrijders. Hun kantoor is klein en kleurig, behangen met foto’s, posters van Obama, vlaggen en hier en daar een memorial van een verongelukte (en zelfs vermoorde) jongen. De BMU blijkt politie, justitie, jeugdzorg en Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR) ineen. Ze bemiddelen in conflicten tussen rijders onderling en met de politie, geven verkeerslessen, psychosociale hulp en voorlichting over HIV/aids. Een team trekt er regelmatig op uit om een helmencampagne te voeren of nachtrijders te overtuigen beter niet ’s nachts te rijden. Met het inkomen uit een eigen motorshop en een dagelijkse vrijwillige 10 Liberty dollartax per motorrijder verlenen ze kleine diensten. Zo droegen ze bij aan de begrafenis van een van de verongelukte jongens en steunden ze de familie. Allemaal sleutelrollen in een land waar het justitie-en politieapparaat in opbouw is en een CBR waarschijnlijk nooit zal bestaan. Inspirerend Ik vond het gesprek enorm inspirerend en ben aangestoken door het enthousiasme en de bevlogenheid van de jongeren, hun ideeën en plannen, inclusief die voor een nieuw model helm. Met ontwikkelingssamenwerking kunnen we alle kanten op! Wellicht moet ik hier mijn door ICCO voorgeschreven makelaarsrol eens in praktijk gaan brengen want de Hell’s Angels kunnen er nog wat van leren. Voer voor een stedenbanduitwisseling! Moet ik intussen niet van mijn fiets gereden worden uiteraard.

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel

De Utstein coalitie voegde de daad bij het woord

Door Ron Keller | 20 juli 2020

Er is geen enkel samenwerkingsverband geweest dat zo uniek en invloedrijk was als de Utstein coalitie (U4) van vier vrouwelijke ministers voor ontwikkelingssamenwerking, waaronder de Nederlandse Eveline Herfkens. Dat schrijft oud-topambtenaar Ron Keller als reactie op de recensie die Paul Hoebink schreef over een recentelijk verschenen boek over de U4.

Lees artikel