Skip to content

 

Ronde drie in het MFS-II debat in Desmet Studio’s. Na de pijlenregen op Bram van Ojik tijdens de eerste debatronde en de politieke invalshoek in de tweede, lijkt het nu tijd voor een blik op de toekomst. Of toch niet? ‘Ik ben hier naartoe gelokt met het verhaal dat dit debat zou gaan over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking’, stelt Hans Rijneveld (directeur MDF) middenin de discussie. Hij deelt de tafel met Jack van Ham (directeur ICCO), Evelijne Bruning (directeur The Hunger Project) en Peter van Lieshout de auteur van het WRR rapport Minder pretentie, meer ambitie. Voorafgaand aan de onderbreking van Rijneveld zijn het de kritische kanttekeningen bij MFS-II die wederom het debat domineren. Bruning komt terug op de uitleg van Van Ojik over de toetsingsprincipes. ‘Het is ronduit verbijsterend dat de thematiek van ontwikkelingsorganisaties niet is meegenomen in de besluitvorming van het ministerie.’ Vanuit de zaal moet Van Ojik opnieuw van zich afbijten: ‘Het is juist goed dat de overheid niet op thema’s stuurt. Dit zou betekenen dat ieder nieuw kabinet zou beslissen op welke thema’s ontwikkelingsorganisaties zich moeten richten.’ Onophoudelijke kritiek Bruning noemt ook de bureaucratie als groot obstakel: ‘Deze manier van werken kost teveel tijd en dit gaat ten koste van het uiteindelijke doel: duurzame armoedebestrijding.’ Dit punt werd tevens aangestipt tijdens de tweede debatronde en werd door John Verhoeven in zijn gesproken column cynisch ‘horden lopen’ genoemd. ‘Ik schaam me bijna dat ICCO door is naar de volgende ronde’, bekent Van Ham, alle kritiek om zich heen gadeslaand. Het staat als een paal boven water dat de meeste aanwezigen in de zaal verbaasd of zelfs woedend zijn over de uitslag van de eerste ronde in MFS-II en hier graag opheldering over willen hebben. Winnaar of niet, Van Ham doet nog een schepje bovenop de berg kritiek: ‘De ene dag roept een politicus dit, de andere dag weer wat anders. Het is erg moeilijk voor een organisatie om hier flexibel mee om te gaan.’ Iets later relativeert hij de onophoudelijke kritiek alsnog: ‘Als je het van tevoren al een belachelijk systeem vindt, stap er dan gewoon uit. Dit geneuzel moet echt ophouden!’ Inhoud graag! Van Lieshout onderneemt een eerste poging om de discussie een andere richting op te duwen. ‘Het is pijnlijk om te horen dat het debat niet gaat over het doel van het geld. Er worden alleen maar vragen gesteld over de formele criteria van het Ministerie. Kunnen we het hebben over de inhoud?’ Rijneveld haakt hier op in en gaat in op het oorspronkelijke thema van deze debatronde. ‘De essentie van de verandering van de ontwikkelingssector zit ‘m in een mentaliteitsverandering in West-Europa en daar doen we veel te weinig aan’. Hij beargumenteert verder dat versnippering in de sector niet per se inefficiënt is: ‘Wederzijds begrip is nodig zodat een veelzijdig palet van NGO’s, overheidsinstanties en bedrijven effectief kan samenwerken’. Ideaal toekomstbeeld De debatleider stuurt aan op een gerichter antwoord op de vraag: ‘Wat is uw ideale toekomstbeeld?’ Bruning grijpt haar kans om te verwoorden wat er zou moeten veranderen aan het huidige systeem: ‘Niet elke vier jaar een nieuw kader!’ Ze pleit ervoor dat organisaties de kans krijgen om hun werk te kunnen doen. Volgens Bruning zijn organisaties drukker met het ministerie dan met hun eigen werk: ‘Er is sprake van een doorgeslagen verantwoording.’ Van Ham vraagt zich af hoe lang dit systeem houdbaar is in de praktijk. ‘80 procent van de middelen is in bezit van 20 procent van de wereldbevolking. Een belangrijk deel van het beschikbare geld moet dus gebruikt worden om de boel er anders uit te laten zien.’ Met ‘anders’ bedoelt Van Ham radicaal anders: ‘We moeten pleiten voor alternatieve economische systemen, effectievere handel en vernieuwende internationale betrekkingen.’ ‘Lees het WRR rapport maar’ Van Lieshout kan onmogelijk in een notendop vertellen hoe hij de toekomst van ontwikkelingssamenwerking ziet en terecht verwijst hij naar het WRR rapport. Van Lieshout noemt een aantal belangrijke speerpunten: ‘Het is belangrijk dat we de rol, betekenis en doelen van het maatschappelijk middenveld duidelijker gaan formuleren. Zo staat ook de vraag óf NGO’s civil society nog wel vertegenwoordigen ter discussie evenals de kwestie rondom de precieze toegevoegde waarde van NGO’s.’ Minder pretentie, meer ambitie, de drang naar inhoudelijke discussies en stoppen met ‘dat geneuzel.’ Men lijkt het over eens dat er íets grondig moet veranderen in de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Het nieuwe kabinet zal bepalen welke koers er wordt gevaren…

De democratie moet leveren wat ze belooft 

Door Marc van Dijk | 05 februari 2020

In het Westen staat de democratie onder druk, in het mondiale Zuiden is ze als ideaal aan slijtage onderhevig. Experts uit drie continenten bieden bouwstenen, voor democratie voorbíj verkiezingen, een sociaal pact en een democratische nationale identiteit. ‘Doorbreek de dynamiek die nu dominant is: “de sterkste steeds sterker maken”.’ 

Lees artikel

In Mali is water een levensstroom

Door Marc Broere | 03 februari 2020

Hoe help je ngo’s en burgers in Mali beter voor hun rechten op te komen als het gaat om water en sanitatie? Het partnerschap Watershed gebruikt een heel palet aan activiteiten om de grondoorzaken op te lossen. ‘Je kunt migratie of geweld niet stoppen, als je het waterprobleem niet óók aanpakt.’

Lees artikel

En wat als Rutger Bregman los zou gaan op internationale samenwerking?

Door Dirk Jan Koch | 30 januari 2020

In deze column-serie licht Dirk-Jan Koch eens per twee maanden een onderwerp uit waar hij mee bezig is in het kader van zijn onderzoeksproject ‘ongeplande effecten van internationale samenwerking’. Deze keer: wat zijn de bijwerkingen van de verzakelijking van de sector?

Lees artikel
Scroll To Top