Particuliere ontwikkelingsorganisaties lopen vandaag de dag aan de leiband van de Nederlandse overheid en zijn hun onafhankelijkheid kwijt. Dat schrijft Paul Hassing, ontwikkelingsdeskundige en ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken, als reactie op het artikel ‘Niet verdoezelen’ over het succes van de Groene Sint actie. Hij doet een oproep aan de ngo-sector om zich niet langer te laten gijzelen door de regelgeving en procedures van de subsidiegever. De interpretatie van het succes van de Groene Sint dekt in mijn beleving slechts een deel van de achterliggende perceptie. Wat dient voorrang te hebben: het succes van een politieke actie (duurzame chocolade) versus het uitvoeren van projecten? Eindelijk weer eens iets positiefs, schrijft Marc Broere. Maar is dat zo? Wat is er aan de hand in de Nederlandse ngo-sector? De nieuwe MFS II aanvraag heeft veel verliezers opgeleverd en veel winnaars. Het WRR-rapport spreekt van de noodzaak van een nieuw subsidiemodel voor de ngo-sector. Wat heeft het een met het ander te maken, zou je je kunnen afvragen. Er is geen ngo meer in Nederland te vinden (waar is de uitzondering?) die het bilaterale beleid ter discussie durft te stellen. Of hebben ze de kennis niet meer in huis? Een bilateraal beleid dat door hetzelfde ministerie wordt uitgevoerd die mede bepaalt wie er voor subsidie in aanmerking komt. Daartegenover vindt de Nederlandse ngo sector wel dat er veel kritischer gekeken moet worden naar het multilaterale beleid, zeg maar het steunen van Wereldbank, VN en internationale agentschappen. Inderdaad worden die gefinancierd door het ministerie en zijn daardoor een concurrent van de ngo-wereld voor de schaarse OS-middelen. Maar iedereen die een beetje bekend is met het multilaterale beleid weet dat in essentie de middelen van de multilaterale organisaties bilateraal besteed worden en dus de facto een bilateraal beleid voeren. Is het dan zo dat hun beleid wel vragen oproept en dat van Nederland niet? Is Nederland dan zoveel beter? Onafhankelijkheid kwijt? Het lijkt er steeds meer op dat de Nederlandse ngo-sector aan de leiband loopt van de Nederlandse overheid. Organisaties die soms voor driekwart gesubsidieerd worden door het ministerie kunnen toch moeilijk nog als onafhankelijk worden aangemerkt? Die allemaal rapporteren op basis van hun bijdrage aan de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen en aan de vier prioriteiten van de vorige minister. Die allemaal gedwongen worden om op dezelfde manier aan het ministerie te rapporteren. Die steeds meer mensen moeten inzetten om aan de rapportageverplichtingen te voldoen. Die klagen dat ze aan niets anders meer toe komen. Die een aparte verantwoording hebben aan hun eigen donoren en een aan het ministerie en daardoor intern een gespleten leven leiden. Die intern mensen moeten ontslaan als de subsidie minder wordt. Dit soort ngo’s zijn hun authenticiteit en onafhankelijkheid allang kwijt. Zij zijn angstige organisaties geworden. Daarom is het zo verrassend dat er een gezamenlijke actie komt zoals de Groene Sint. Gelukkig zijn er toch nog mensen binnen deze ngo’s die onafhankelijk kunnen blijven denken en met iets authentieks kunnen komen. Maar is dit niet de uitzondering die de regel bevestigt? Laat ik dan toch in de woorden van Marc Broere, positief eindigen met een oproep aan de ngo-sector. Laat u niet langer gijzelen door de regelgeving en procedures van de subsidiegever. Beperk hun bijdrage tot niet meer dan het bedrag dat u uit de charitatieve markt ophaalt. Stel als voorwaarde aan de gever voor het accepteren van de subsidie dat de verantwoording aan uw eigen donoren ook voor hun bepalend is. En lobby ervoor dat het niet te besteden bedrag aan ngo’s in Nederland aan de overheden in ontwikkelingslanden wordt overgemaakt opdat zij zelf kunnen bepalen welke rol het maatschappelijk middenveld in die landen zou kunnen spelen. Dat zal de betrokkenheid van de burger aan ontwikkelingssamenwerking ten goede komen. Een kwestie van volwassen worden van de sector. Te lang, veel te lang is de sector door de subsidiegever gepamperd. En de Zuidelijke ngo’s zullen opgelucht adem halen. Eindelijk eens volwassen verhoudingen dat recht doet aan hun professionaliteit. Wordt vervolgd! Paul Hassing is werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse zaken. De bijdrage is geschreven op persoonlijke titel als reactie op het artikel: ‘Niet verdoezelen’

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel