Door:
Irene de Vries

8 april 2010

Categorieën

Irene de Vries studeert geneeskunde en is afgestudeerd in de medische antropologie en sociologie. Voor Vice Versa houdt ze een weblog bij vanuit Suriname waar ze werkt als co-assistent. ‘Waar we in Nederland bij een griepje ons bed induiken met een paracetamolletje en niet veel baat zien in andere middelen gaat de Surinaamse patiënt niet naar huis voor hij meerdere recepten in handen heeft.’ Maandag. Wanneer ik het terrein van de RGD-poli* in Flora op kom fietsen zijn de houten banken voor het gebouw, zoals elke ochtend, al gevuld met mensen. Patiënten kunnen zich tussen 7 en 9 uur ’s ochtends aanmelden en dan is het wachten op de dokter. Die laatste is meestal niet voor negenen aanwezig. Geduldig schuiven de patiënten door naar een volgende bank wanneer daar plaats vrijkomt. Tot ze bij de bank voor de spreekkamer van de dokter aankomen. ‘Eerstvolgende alstublieft.’ ‘Wat kan ik voor u doen?’’ ‘Griep dokter.’ De dokter neemt twee seconden de tijd om een long te beluisteren. ‘Oké, dan krijg je van mij een grieppakket.’ Waar we in Nederland bij een griepje ons bed induiken met een paracetamolletje en niet veel baat zien in andere middelen (griep wordt immers veroorzaakt door een virus en een virus moet door het lichaam zelf worden opgeruimd, want daar heeft de biomedische geneeskunde geen medicijnen tegen), gaat de Surinaamse patiënt niet naar huis voor hij meerdere recepten in handen heeft: hoestdrank, neusdruppels, paracetamol, vitamientjes… Logisch, als ik uren op een consult bij de dokter had gewacht zou ik ook niet vertrekken zonder een dergelijk pretpakket. Op dinsdagochtend wordt consultatiebureau gehouden. Baby’s worden gewogen, gemeten en krijgen hun prikjes. De zuster geeft voorlichting aan de ouders over voeding en ontwikkeling. In een andere hoek van de babykamer zitten enkele zusters in brandschoon wit onderuitgezakt met elkaar te kletsen. Die smetteloos witte uniformen, daar blijf ik met bewondering naar kijken. Zeker nu ik zelf ervaring met een Surinaamse wasmachine heb. Zit hij nou met me te flirten? De man tegenover me zegt dat hij een recept komt halen voor vriendin. Een vriendin? Zijn vriendin? Hij vertelt me dat hij al enkele jaren in Frans Guyana woont en dat het leven daar zoveel beter is. ‘Is uw vrouw ziek?’ ‘Nee mijn vrouw woont in Guyana.’ Hij zegt me dat ik mooi ben en vervolgens dat hij een huis heeft en daar op dit moment alleen verblijft, want zijn vrouw is nu in Parijs. Mmm, ik vraag me nog steeds af wie die vriendin nou is en wat haar mankeert. Hij zegt me opnieuw dat ik mooi ben. Ik geloof dat ik hier maar even niet op reageer, schrijf een recept uit en schud hem vriendelijk de hand. Woensdag. Op de stoel naast hem probeer ik niet net zo onderuitgezakt te gaan zitten als de huisarts en zijn patiënten. Loshangende draden aan het plafond, aan de muur hangen vergeelde posters met een boodschap over HIV en in de hoek van de spreekkamer staat een onderzoeksbank met plastic eroverheen; ik geloof niet dat deze ooit gebruikt wordt. Er wordt op de deur geklopt. ‘Ik ben er hoor dokter.’ Het is de schizofrene zwerver die elke dag langskomt. De huisarts heeft een deal met hem gemaakt: de man gaat elke maand zijn spuitje antipsychoticum halen bij het psychiatrisch ziekenhuis en komt dan dagelijks voor zijn pilletje akineton naar de poli. In ruil daarvoor geeft de huisarts hem iedere keer een paar SRD waar hij eten van kan kopen. Je kunt veel zeggen over deze huisarts, over zijn behandelingen en (naar Nederlandse maatstaven) onprofessionele houding, maar zijn hart voor de mensen is groot. Elke donderdagochtend bezoekt de huisarts het Lotjeshuis. Dit kindertehuis biedt een tijdelijke opvang voor kinderen die niet door hun ouders verzorgd kunnen worden, omdat deze bijvoorbeeld in de gevangenis zitten, in de psychiatrie of hun kinderen verwaarlozen. Ik ben onder de indruk van het tehuis: het is goed onderhouden, er is veel speelgoed & speelruimte aanwezig en de kinderen worden liefdevol verzorgd door de zusters en vrijwilligers. De vraag is voor hoe lang. Vanwege de financiële crisis zet de grootste sponsor na deze maand de subsidie stop. Ze is vijftien jaar en laat de huisarts lachend de uitslag van haar test zien: positief. Ze is zwanger. Tegen haar wil, maar abortus is illegaal in Suriname. ‘Gebruik je geen pil?’ vraagt de dokter. Ze lacht. ‘Of condooms?’ Ze lacht. ‘ Weet je wel hoe je zwanger wordt?’ Ze lacht opnieuw. De huisarts lacht nu ook en schrijft twee middelen voor zodat ze thuis zelf aan de slag kan: 80 tot 90% kans op abortus, verzekert hij. Op vrijdagochtend is er een vroedvrouw in de praktijk voor het controleren van de zwangeren uit de buurt. Van over de rand van haar bril spreekt ze de vrouwen, die vaak alleen een lagere schoolopleiding hebben genoten, streng toe. Waarom ze vorige keer niet zijn komen opdagen? Waarom ze pas bij 30 weken zwangerschap voor het eerst op controle komen? Alle standjes eindigen steevast met ‘mijn lieve schat.’ Het is toch al de vraag of haar boodschap aankomt, de vorige zwangerschappen deden deze vrouwen precies hetzelfde. Die avond sta ik in de Starzz, een rasechte Surinaamse discotheek. Het is een uitgaansgelegenheid met alleen maar creolen en nog nooit zag ik zoveel porno op een dansvloer. Meisjes die in een onderbroekje voorovergebogen met hun billen staan te schudden en jongens die daar met hun edele delen keihard tegen aan staan te beuken. Het is een geweldige avond met fantastische muziek, maar ik vraag mij af hoeveel meisjes er volgende maand op het spreekuur staan voor een abortus. *RGD = Regionale Gezondheidsdienst, een grote door de overheid gefinancierde stichting die primaire gezondheidszorg nastreeft voor met name de on- & minvermogenden (mensen die geen geld hebben voor een verzekering of behandeling en daarom een on- of minvermogendenkaart krijgen) en ziekenfondspatiënten. De meeste huisartsen in Suriname werken voor de RGD, verspreid over ruim 40 poliklinieken. Mijn poli bevindt zich in Flora, een echte volkswijk in Zuidelijk Paramaribo die slecht bekend staat. De meeste patiënten hebben nauwelijks opleiding genoten.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel