Door:
Taco van der Mark

7 april 2010

Categorieën

Tags

Taco van der Mark is hoofdredacteur van Terra-magazine, het tijdschrift van Terre des Hommes. Voor Vice Versa doet hij de komende twee weken verslag van zijn reis naar Haïti waar hij kijkt hoe de hulpverlening na de aardbeving is verlopen. Vandaag deel 2. Na de ontvoering van twee medewerksters van het Rode Kruis en verschillende carjacks zijn de veiligheidsinstructies voor medewerkers van ngo’s aangescherpt. Iedereen moet in Port-au-Prince voor zes uur ’s avonds binnen zijn en medewerkers van Terre des Hommes mogen niet de stad in, zegt veiligheidscoördinator Emmanuel. Ik kan dus niet rondkijken in de opvangkampen in de stad. Terre des Hommes Lausanne coördineert overigens ook geen kampen in Port-au-Prince, maar daarbuiten, in Léogane, Petit Goave, Grand Goave en Les Cayes. Daar ga ik volgende week naar toe. Tot slot zegt Emmanuel dat het handig is om een bundeltje dollars of Gourdes bij me te hebben. Altijd handig bij een overval. Hij drukt me op mijn hart in geval van een ontvoering niet de held uit te hangen. Dat laatste zal me niet zo veel moeite kosten. Rottend afval In de benauwde hitte van de Haïtiaanse hoofdstad krijg ik niet het gevoel dat er gevaar dreigt. Als we bij een eettentje rijst met kip kopen, is de sfeer gemoedelijk. Er komt een dronken man naar me toe die geld vraagt om gin te kopen. En hij belooft iets voor mij mee te nemen. Tres gentil, zeg ik. Mijn afwerende houding is geen probleem. Hij praat wat over Nederlands voetbal en loopt weer verder. In de omgeving waar we hem tegen komen, valt de schade van de aardbeving mee. Dat is heel anders in het centrum van de stad. Mijn God, wat is de chaos hier groot. Van de eeuwenoude kathedraal staat één muur overeind, iets verderop is het presidentieel paleis precies in het midden in elkaar gezakt. Tal van huizen liggen plat en overal op straat ligt puin. Groepjes mannen en vrouwen met gele helmen zijn in het kader van het ‘cash for work’-programma aan het opruimen, maar wat een werk is dat. Er is zoveel te doen. Ook is er de stank van het overal aanwezige rottende afval, het lawaai van toeterende vrachtwagens en de kleurrijk beschilderde taptaps, de taxibusjes. En er zijn onwaarschijnlijk veel mensen op straat. De een sjouwt grote watertanken op het hoofd of neemt ze onder de arm mee op de brommer, de ander verkoopt fruit, weer anderen bedelen of proberen dollars te wisselen. De stad zindert van een nerveuze bedrijvigheid en gespannenheid die je het liefst zo snel mogelijk achter je wilt laten. Hoe zullen de mensen in de vele opvangkampen zich niet voelen? De benauwdheid in hun tenten of onder hun plastic zeilen moet bijna ondraaglijk zijn. Belle Ange Hoe meer ik van Port-au-Prince zie, hoe dieper ik onder de indruk ben. Werkelijk in alle wijken en daarbuiten heeft de aardbeving zijn sporen achtergelaten. Sommige huizen en gebouwen zijn met de grond gelijk gemaakt terwijl in andere gevallen alleen de muren zijn blijven staan. Iedereen, van hoog tot laag en van jong tot oud, is geraakt door de aardbeving. Niet voor niets maken Haïtianen onder elkaar de wrange grap dat de aardbeving de meest democratische gebeurtenis uit hun geschiedenis is. In het zuiden van de stad is de wijk Carrefour ook zwaar getroffen. Dit was de wijk die vlak na de aardbeving door ngo’s werd gemist om hulp te geven. Gelukkig werd dat snel hersteld. Maar ik snap de vele oproepen om hulp die ik op huizen en gebouwen tegen kom. ‘Help us rebuilding. We have lost everything’, lees ik ergens. Het is in Carrefour dat ik haar zie liggen. Aan de kant van de weg, met haar hoofd afgewend naar een muur. Ze heeft een blauwe jurk aan, haar benen zijn licht gekromd en haar voetzolen wijzen naar de hemel. Ze lijkt me vrij oud, maar ik kan er naast zitten. Hoe lang ligt ze hier al? De dood, zo dichtbij en tegelijkertijd ook zo normaal. Want het cliché van het leven dat altijd doorgaat, is gewoon waar. Je moet elke dag weer zorgen voor je dagelijks eten, drinken en onderdak. Niemand lijkt haar dus te zien. Of, meer waarschijnlijk, de gewenning maakt dat je gewoon doorloopt. Terwijl een dood mens natuurlijk nooit went. Ze krijgt bij deze een naam: Belle Ange. Je wordt niet vergeten.

Zomernummer Vice Versa is uit

Door Marc Broere | 09 juli 2020

Het extra dikke zomernummer van Vice Versa is uit en staat weer boordevol interviews, reportages, achtergrondverhalen, beeldverhalen, essays en columns. Een overzicht van de artikelen.

Lees artikel

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel