Door:
Taco van der Mark

5 april 2010

Categorieën

Taco van der Mark is hoofdredacteur van Terra-magazine, het tijdschrift van Terre des Hommes. Voor Vice Versa doet hij de komende twee weken verslag van zijn reis naar Haiti waar hij kijkt hoe de hulpverlening na de aardbeving is verlopen. Vandaag deel 1. Een onvervalst salsabandje verwelkomt de passagiers van vlucht 837 uit New York op het drukkend warme vliegveld van Port-au-Prince. De gezichten staan ontspannen, er klinkt gelach, mensen slaan elkaar op de schouder en er wordt vrolijk gesjanst met weelderige Haïtiaanse vrouwen. Wie terug naar huis gaat, heeft genoeg reden om een feestje te vieren. Zeker als iedereen van de familie nog leeft. Zoals de vrouw en vier kinderen van Jean Donald (40) die in Port-au-Prince ongedeerd bleven. Vandaag gaat hij ze eindelijk weer zien, na een jaar afwezigheid, en zijn gezicht straalt. Bij het ophalen van de bagage slaat de relaxte sfeer snel om. Ik voel karren tegen me aan duwen, porrende ellebogen in mijn zij en mensen schreeuwen door elkaar heen. Tot overmaat van ramp doet de lopende band het niet en dus rest het grondpersoneel niets anders dan de enorme koffers en tassen op grote hopen te smijten. Een waar pandemonium breekt los. Philip, Haïtiaan die in New York woont, gelooft zijn ogen niet en klaagt over het gebrek aan structuur. Maar de chaos heeft ook een aantrekkelijke, lichtvoetige kant. Want deze zwetende, gestreste en druk gebarende mensenmassa wordt gedragen door een brede glimlach. Wat een heerlijk land!, zeg ik tegen mijn buurvrouw. En ik meen het. Haïti is chaotisch, antwoordt ze. Maar dat is ook direct de charme van dit land. Love it or hate it. Leeg hoofd Haïti vraagt één ding van je, had David van Terre des Hommes Lausanne me voor vertrek gezegd. “Heb niet te veel ideeën in je hoofd, het loopt altijd anders dan je denkt. Surrender,” zei hij met een brede grijns. Behorende tot de eerste golf van hulpverleners die vlak na de aardbeving in Port-au-Prince aankwam, kon hij het weten. Leef bij het moment en wees flexibel, was het motto. David heeft niets te veel verteld, zo blijkt vanochtend. De geplande persconferentie van OCHA (UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs) van 09.00 uur gaat niet door. Alle aandacht gaat immers naar de Haïti-conferentie in New York, zegt een vermoeide Amerikaanse voorlichtster. En weg is ze, in rap tempo naar een volgend overleg. Welkom op LogBase, het epicentrum van OCHA waarvandaan alle acties van de in Haïti werkzame ngo’s in zogeheten clusters worden gecoördineerd. Het uitgestrekte terrein pal naast het vliegveld in de hoofdstad telt talloze witte barakken waar vergaderingen plaatsvinden, bewapende VN-militairen en wordt vergeven van het lawaai door vliegverkeer. In een van de barakken spreek ik Marc South van International Federation Red Cross, verantwoordelijk voor onderdak en levensbenodigdheden van de naar schatting 1.3 miljoen mensen in opvangkampen. Ngo’s moeten elkaar informeren waar ze mee bezig zijn en vooral inspelen op de behoeften van de bevolking, zegt hij. Kaartjes aan de wand laten zien dat het qua hulp in de meeste gebieden in Port-au-Prince redelijk goed gaat. Al houdt hij zijn hart vast als de regens en orkanen hier straks huis gaan houden. Maar hoe staat de onderlinge samenwerking er voor in de landelijke gebieden? Antonella Scifo – in het verleden werkzaam voor Terre des Hommes Zwitserland en tegenwoordig voor een kleine Italiaanse ngo – heeft haar twijfels. Ze vertelt over haar inspanningen om een ingestort ziekenhuis te herbouwen een kilometer of vijftig buiten de hoofdstad. Druk overleg met onder meer de directeur van het ziekenhuis en met lokale autoriteiten volgde. Uiteindelijk kon haar ngo aan de slag. Tenminste, daar had het alle schijn van. Totdat een grote speler er zich mee begon te bemoeien. Zij hadden het geld en de kennis om het ziekenhuis te helpen. Scifo vertelt dat ze moest vechten voor haar project. Gelukkig liep het goed af, al gaan ze het project nu wel met zijn tweeën draaien. Communicatie is alles.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel