Door: Alette Paul
22 mei 2015

Tags

Alette en Kees
In deze voorlaatste blog in het kader van MP Watch, de masterclass van Woord en Daad, gaan Alette Paul en Kees Knulst in op de rol die het Dutch Good Growth Fund (DGGF) kan gaan spelen in het vooruit helpen van ondernemingen in ontwikkelingslanden. In deze blog is er vooral aandacht voor kleine, lokale ondernemingen. Is het nieuwe paradepaardje van minister Ploumen voldoende toegerust om de spreekwoordelijke wedloop uit te lopen? 

Sinds 1 juli 2014 heeft Nederland er een financieringsfonds bij: het Dutch Good Growth Fund. Dit fonds is het symbool van de Aid for Trade-agenda van Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het fonds is goed voor een totaalbudget van € 700 miljoen, ruim 6 procent van de netto ODA-besteding (official development assistance) van Nederland in 2015.

Who benefits?

Het DGGF richt zich nadrukkelijk op de private sector, met name het midden- en kleinbedrijf (MKB). Iedere Nederlandse ondernemer die kansen ziet in ontwikkelingslanden, in de vorm van investeringen dan wel export (respectievelijk betitelt als ‘spoor 1’ en ‘spoor 3’), kan een beroep doen op dit fonds wanneer hij of zij de financiering daarvan niet rond kan krijgen.

Kan ook het lokale MKB in ontwikkelingslanden aanspraak maken op financiering uit dit fonds? DeRijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), medeverantwoordelijk voor de implementatie van het DGGF, aarzelt man en paard te noemen: ‘Tevens moedigen wij fondsbeheerders aan om met innovatieve ideeën te komen die bijdragen aan de toegang tot financiering voor lokale mkb-ondernemers in ontwikkelingslanden en opkomende markten.’ In tegenstelling tot de voorwaarden die gelden voor het MKB, is voor investeringsfonden (‘spoor 2’) niet vereist dat zij in Nederland gevestigd zijn.

Het valt te bezien of zulk vaag taalgebruik ook daadwerkelijk resulteert in een verbeterde toegang tot financiering voor lokale ondernemers in het Zuiden. Toegegeven, er zijn voorbeelden die de insteek van de RVO lijken te bevestigen. Het Grofin SGB Fund, gevestigd in Mauritius, heeft een financieringsaanvraag ingediend om financiering te kunnen bieden aan ‘relatief kleine MKB’ers in negen Afrikaanse landen’, waaronder Uganda, Kenia en Zuid-Afrika, bedoeld voor (startende) ondernemingen in onder andere de landbouw- en onderwijssector. De reactietermijn van de RVO is overigens al een half jaar verstreken. Toch gaan er geruchten dat de investeringen al vanaf deze zomer uitgerold zullen worden. In die zin is er nauwelijks sprake van transparantie.

Financiering onder voorwaarden

Een van de voorwaarden voor financiering uit het DGGF is dat de aanvrager een in Nederland gevestigde MKB’er is met ‘substantiële activiteiten’ in eigen land. Daarnaast moet de ondernemer een goed businessplan kunnen overleggen en voldoende eigen financiële middelen kunnen inbrengen. Last but not least, de investering moet ontwikkelingsrelevant zijn en plaats vinden in een van de 68 DGGF-landen. Zoals eerder genoemd, geldt de eerste voorwaarde alleen voor spoor 1 en 3, en niet voor buitenlandse investeringsfondsen.

De ontwikkelinsgrelevantie houdt in dat de financiering gericht is op het verhogen van economische groei, het creëren van werkgelegenheid en het duurzaam overdragen van techniek, vaardigheden, kennis en innovatie ter bevordering van lokale productie. De betekenis van het begrip  ‘ontwikkelingsrelevantie’ is verder weinig gespecificeerd en behoeft verdere uitwerking van de minister.

Kritische noot  

In haar blog van 8 mei refereerde Nelline Boers al kort aan de doelstellingen van het DGGF. Volgens haar is het onduidelijk hoe de uitrol van het Fonds er momenteel voorstaat. Dat is niet de enige onzekerheid die dit project van Ploumen karakteriseert.

Het zou goed zijn als inzichtelijk wordt gemaakt wie waarvoor financiering heeft aangevraagd, al dan niet met reden van toewijzing. Dit kan het voor toekomstige aanvragers gemakkelijker maken om aan de eisen te voldoen. Bovendien kan dan door de diverse betrokkenen in het maatschappelijk middenveld worden gecontroleerd of de subsidies ook daadwerkelijk ontwikkelingsrelevant zijn.

Dat brengt ons bij een tweede aandachtspunt, namelijk hoe ontwikkelingsrelevant de projecten zijn die inmiddels zijn goedgekeurd. Het is nog wat vroeg om na te gaan welke resultaten er met deze investeringen zijn geboekt. Het is van groot belang om die resultaten steeds nauwkeurig te evalueren en te documenteren. Ook voor de ontvangers van het geld. Een gegeven paard mag men weliswaar niet in de bek kijken, maar ook van hen zou een evaluatie meer dan welkom zijn.

Een derde punt van kritiek heeft te maken met het revolverende karakter van het fonds. Er mag maximaal 10 miljoen aangevraagd worden, als garantie of investering. De voorkeur gaat daarbij uit naar een combinatie van investeerders, wat de risico’s voor het DGGF indamt. Tegelijkertijd wordt in een document over de rol van Triple Jump en PriceWaterhouseCoopers, de partijen die verantwoordelijk zijn voor de implementatie van spoor 2, gesproken over de inzet van een deel van het DGGF-budget als ‘seed capital’. Dat suggereert dat zelfs de DGGF-beheerders er niet volledig zeker zijn dat iedere euro van die €700 miljoen terugverdiend zal worden.

Paradepaard op stal?

In de Tweede Kamer is vandaag de dag relatief weinig aandacht voor het fonds waar toch een aanzienlijk bedrag in zit. Het is blijkbaar geen ‘hot topic’, in tegenstelling tot onderwerpen zoals TTIP. Toch is er in het verleden veel aandacht geweest voor het fonds.

Tijdens het debat over het DGGF op 3 december 2013 was er behoorlijk wat kritiek van de andere politieke partijen. Er werden maar liefst 12 moties ingediend, die er vooral op gericht waren om het fonds ‘ontwikkelingsvriendelijker’ te maken. De VVD hield de touwtjes strak en wilde weinig toegeven, wat onder andere resulteerde in het verwerpen van 7 van de 12 moties.  Hoewel de VVD een grote voorstander was van het fonds, hoor ze er zelden meer over. Het lijkt erop alsof dit paardje toch op stal beland is.

Het fonds is ontegenzeggelijk een paradepaardje van de VVD, een ambitieus middel om de overgang van hulp naar handel te faciliteren. De VVD is immers niet van plan nog één cent te geven; lenen is de norm. In dat opzicht zou het ontbreken van het revolverende karakter van het DGGF Joost Taverne van de VVD op z’n minst één slapeloze nacht moeten opleveren. Actie van VVD-zijde is geboden, nu de liberale volbloed gestaag maar zeker lijkt te veranderen in een kreupele knol.

‘Kan er iemand Zorgpersoneel als ontwikkelingsproject nemen?’

Door Selma Zijlstra | 21 november 2017

Gisteren vond het Global Health Café over het wereldwijde tekort aan zorgpersoneel plaats. Afrikaanse experts benadrukten het belang van investeringen in zorgpersoneel – ook via ontwikkelingshulp. Alleen moet dat wel op de juiste manier gebeuren.

Lees artikel

‘Adopteer een SDG’: méér dan zes maanden vrolijke aandacht

Door Linde-Kee van Stokkum | 20 november 2017

Komende woensdag en donderdag staat de begrotingsbehandeling van minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de agenda. Volgens Linde-Kee van Stokkum is het initiatief ‘Adopteer een SDG’ een goede gelegenheid om scherpte in de begrotingsbehandelingen aan te brengen.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: De jonge generatie wetenschappers biedt hoop

Door Marc Broere | 17 november 2017

Tijdens de Student Research Award afgelopen woensdag bleek het merendeel van de excellente scripties over thema’s als armoede, ongelijkheid en klimaatverandering te gaan. Onder studenten en jonge wetenschappers zijn mondiale vraagstukken hot. Dat biedt hoop, schrijft Marc Broere.

Lees artikel