Door: Marc Broere
19 mei 2017

Categorieën

Tags

Marc Broere kan zich goed voorstellen dat betrokken burgers zich momenteel beter thuisvoelen in de klimaatbeweging dan bij ontwikkelingsorganisaties.

Wanneer Willem Zevenbergen het had over armoedebestrijding sprak hij altijd over ‘het front’. De voormalig topambtenaar van Buitenlandse Zaken en directeur van SNV (en vader van de huidige directeur van Cordaid, Kees Zevenbergen), zag de strijd tegen armoede en ongelijkheid als een oorlog. Hij had groot respect voor ministers die zich vaak aan het front vertoonden, zoals Jan Pronk, en naar de mensen luisterden om wie het ging. Zevenbergen kon daarentegen slecht tegen bewindslieden die dat niet deden, zoals Eveline Herfkens, en vanuit een ivoren toren dachten te weten hoe het moest.

De vergelijking met een front vind ik een interessante. Je zou kunnen stellen dat er binnen de mondiale samenwerking twee fronten zijn. In de eerste plaats het Zuidelijke front, dat wat we vroeger ‘ontwikkelingslanden’  of ‘derde wereldlanden’ noemden. Over de strategie die je moet volgen om de strijd tegen armoede en ongelijkheid aan dit front te winnen, heb ik wel een paar gedachten. Goede internationale samenwerking is gebaseerd op de hulpvraag van de lokale bevolking en stelt mensen in staat om met een steuntje in de rug zélf uit een armoedecirkel te komen of voor hun rechten op te komen. Daarnaast heb je geduld nodig om noemenswaardige veldslagen aan dit front te winnen. Te vaak worden kansrijke projecten en campagnes nog voordat ze de kans krijgen om in de bloei te geraken tenietgedaan, omdat er weer een nieuwe hype of beleidsprioriteit is waar ontwikkelingsorganisaties dan als kuddedieren achteraan rennen. Op deze manier is er in de geschiedenis van de ontwikkelingssamenwerking veel kapitaal verloren gegaan en zijn veel kansen onbenut gebleven. Gelukkig heeft dit Zuidelijke front het afgelopen decennium versterking gekregen door de inzet van verse troepen, zoals de koplopers uit het bedrijfsleven en sociaal ondernemers.

Dan is er nog een ander, net zo belangrijk front, namelijk het Noordelijke front. Het gaat aan dit front om het voeren van acties en campagnes, om bewustwording van consumenten, over het voeren van coherent beleid. Bijvoorbeeld om onderdelen van het Nederlandse beleid die kwalijk zijn voor ontwikkelingslanden te bestrijden. Dus geen wapens exporteren naar dictaturen, geen belastingontduiking faciliteren en niet aan landroof in Afrika doen. Het is een goede zaak dat we de afgelopen jaren weer een heropleving van het Noordelijke front hebben gezien. Er zijn successen geboekt om onderwerpen als de rol van Nederland als belastingparadijs op de politieke en publieke agenda te krijgen, en coherentie is een belangrijk en integraal onderwerp geworden van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid.

Goede bevelhebbers nodig

Om de strijd voor een betere wereld te winnen, is het essentieel dat beide fronten over goede bevelhebbers beschikken. Wat mij zorgen baart is dat we in Nederland niet zoveel aansprekende generaals meer hebben. Binnen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking werken veel deskundige vakmensen en de aanwas van jong talent is groot. Maar de sector kent een weinig creatief en vooral erg defensief en op zichzelf  ingesteld officierencorps, enkele positieve uitzonderingen daargelaten.

De afgelopen jaren hebben ze zich te vaak verschanst in loopgraven en schuttersputjes. Ze waren niet in staat om tegenstand te bieden aan het bezuinigingsoffensief van het kabinet Rutte II. Hoewel organisaties samen een achterban van vele honderdduizenden Nederlanders vertegenwoordigen, deden ze nauwelijks een poging om betrokken burgers te mobiliseren tegen de bezuinigingen om te laten zien dat er nog steeds een ruim maatschappelijk draagvlak bestaat voor mondiale samenwerking.

Daar plukken we nu toch de wrange vruchten van. Van een gezamenlijke verdediging, laat staan tegenaanval, was geen sprake. Een van de weinige momenten van eensgezindheid en teamspirit was de laatste ledenvergadering van branchevereniging  Partos waar wél een gezamenlijk en ‘ferm’ besluit werd genomen door de samengekomen directeuren, namelijk niet ingaan op het verzoek van minister Ploumen om de directiesalarissen in de sector naar beneden bij te stellen. Stoer hoor.

Ondertussen laat de klimaatbeweging keer op keer zien hoe het wél moet, zoals afgelopen weekend nog met een aansprekende en publicitair succesvolle actie in Amsterdam tegen de sponsorrelatie van het Van Gogh Museum met olieproducent Shell. Ik kan me goed voorstellen dat betrokken burgers zich daar op dit moment  meer thuisvoelen dan in de ontwikkelingssector. In de klimaatbeweging hebben de officieren net iets meer verstand van moderne oorlogvoering dan binnen ontwikkelingsorganisaties, zo lijkt het.

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa en lokaalmondiaal. Marc Broere is auteur van verscheidene boeken over ontwikkelingssamenwerking, waaronder het in 2004 verschenen 'De bewogen beweging -50 jaar mondiale solidariteit' (met Hans Beerends), het in 2009 verschenen 'Berichten over armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking' en het in 2013 verschenen 'Minder hypes, meer Hippocrates.' (met Ellen Mangnus)

Hulp en handel: er is geen weg meer terug

Door Selma Zijlstra | 22 mei 2017

De afgelopen vier jaar vond er een kleine beleidsrevolutie plaats: hulp en handel kwamen voor het eerst bij elkaar onder één minister, binnen één departement. In het eerste artikel van deze hulp- en handelsreeks: de prioriteiten van Ploumen.

Lees artikel

Een speciale universiteit voor vrouwen

Door Kathleen Ferrier | 22 mei 2017

Kathleen Ferrier blogt over haar ere-hoogleraarschap aan de Aziatische Universiteit voor Vrouwen (AUW) in Bangladesh.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel:  het front

Door Marc Broere | 19 mei 2017

Marc Broere kan zich goed voorstellen dat betrokken burgers zich momenteel beter thuisvoelen in de klimaatbeweging dan bij ontwikkelingsorganisaties.

Lees artikel