Door: Marc Broere
26 mei 2017

Categorieën

Tags

NGO’s als de grootste vijand van het lokale bedrijfsleven in ontwikkelingslanden? Marc Broere over een schaduwkant die nog weinig bekend is.

Hij is een echte pionier in Nederland als het gaat om private sectorontwikkeling in ontwikkelingslanden: Harm van Oudenhoven. In 2005, toen Agnes van Ardenne nog minister voor Ontwikkelingssamenwerking was, won Harm de eerste Business in Development Challenge, een internationale prijsvraag voor creatief ondernemen tegen armoede. Uit de hele wereld kwamen 800 ideeën binnen om door opzetten van bedrijfjes in ontwikkelingslanden werkgelegenheid te scheppen en zo de armoede te bestrijden. Harm won met zijn plan om samen met zijn kompaan Maurits de Koning een lokale chocoladefabriek in de Nicaraguaanse stad Matagalpa op te zetten. Hij woonde daar met zijn gezin omdat zijn vrouw Anita er voor een ontwikkelingsorganisatie werkte als genderdeskundige. Het ondersteunen van lokaal Midden- en Kleinbedrijf uit het budget van ontwikkelingssamenwerking is nu een vanzelfsprekendheid geworden, maar was twaalf jaar geleden nog echt nieuw. Vooral veel Nederlandse NGO’s moesten er niets van hebben.

Ik heb Harm in de loop der jaren meerdere malen opgezocht in Nicaragua om over hem en zijn lokale chocoladefabriek (El Castillo del cacao) te schrijven. Na een aantal jaar, toen Nederlandse en internationale NGO’s inmiddels ook private sectorontwikkeling hadden ontdekt en het een nieuwe hype aan het worden was, vertelde hij me eens over een schaduwkant van ontwikkelingssamenwerking die ik nog niet kende. Onder het mom van armoedebestrijding werd het lokale bedrijfsleven in Nicaragua weggeconcurreerd. Harm legde uit hoe dat gaat. ‘Nederlandse ontwikkelingsorganisaties gaan bijvoorbeeld cacaoproductie stimuleren onder coöperaties waarmee ze al langer samenwerken. Deze coöperaties krijgen trainingen en voorlichting. Om investeringen te doen, krijgen ze toegang tot kapitaal en technische expertise uit ontwikkelingshulpgeld en worden ze geholpen bij het vinden van buitenlandse markten. Gewone Nicaraguaanse familiebedrijfjes hebben deze voordelen niet. Op deze manier is er sprake van oneerlijke concurrentie.’

Harm merkte cynisch op dat ontwikkelingssamenwerking eigenlijk de grootste vijand was van het lokale bedrijfsleven. ‘Ik kan met mijn gezin nog altijd terug naar Nederland, maar voor een Nicaraguaans familiebedrijfje, vader met zoon of moeder en dochter, is dat een heel ander verhaal.’

Wat hij ook gezien had, was dat de Duitse multinational Ritter Sport de hele cacaomarkt in het gebied rondom Matagalpa aan het opkopen was voor een prijs die boven de wereldmarktprijs lag. ‘Ze willen bewerkstelligen dat boeren hun cacao alleen nog maar aan hen verkopen’, vertelde Harm. Het curieuze was dat de Duitse multinational hiervoor een samenwerkingsovereenkomst was aangegaan met de Deutsche Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeid (GIZ), zeg maar de SNV uit Duitsland. ‘Het is natuurlijk prachtig dat de boeren zulke hoge prijzen krijgen’, vertelde Harm,  ‘maar GIZ vergeet de negatieve aspecten. Kleine bedrijfjes zoals wij kunnen hierdoor bijna niet meer aan cacao komen of moeten er nu veel meer voor betalen. Daardoor is de prijs van onze chocoladerepen het afgelopen jaar verdubbeld.’

Harm sprak toen al waarschuwende woorden. ‘Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat Ritter tot in lengte der dagen een prijs betaalt die hoger ligt dan de wereldmarktprijs. Ik ben bang dat ze de prijs weer laten zakken als ze eenmaal het monopolie op cacaobonen in handen hebben.’

 

9 jaar later

Het is inmiddels 9 jaar later en interessant om te kijken wat er nadien gebeurd is. Harm is nog steeds mede-eigenaar van de chocoladefabriek, maar keerde met zijn gezin terug naar Nederland en vertrok later voor enkele jaren naar Indonesië waar hij voor SNV als global coffee and cacao coördinator ging werken. Nu woont hij weer in Nederland en heeft hij samen met Maurits de Koning een eigen chocolademerk (Zoen Chocolade, gemaakt van bonen uit hun eigen Nicaraguaanse chocoladefabriek) die hij onder andere in zijn eigen winkel in Leiden verkoopt. De repen van El Castillo del Cacao zijn inmiddels in heel Nicaragua verkrijgbaar, evenals in een paar buurlanden.

De concurrentie met ‘gesubsidieerde’ ondernemingen gaat rustig door, vertelde Harm me onlangs. Coöperaties worden geholpen om eigen productie op te zetten, krijgen toegang tot internationale trade fairs, en krijgen gratis machines en technische hulp.  Van een echte marketing zie je echter weinig terug. Ze verkopen meestal alleen aan een of twee bevriende klanten in het buitenland. Bij sommigen ligt de lokale productie alweer plat. ‘Het is meer verhaal dan substantie, om het zo maar te zeggen’, aldus Harm.

Zijn voorspelling over Ritter Sport is eveneens uitgekomen. De Duitse multinational wist de lokale cacaomarkt te monopoliseren, maar daarna was het snel over met het sociale imago van het bedrijf. Nu heeft Ritter zelf een grote cacaoplantage aangelegd en bouwt het langzaam de hoge prijs af die ze aan de boeren betaalden. Volgens Harm verwacht het bedrijf dat het over een paar jaar niet meer nodig is om cacao van de Nicaraguaanse boeren te kopen, omdat ze alles dan van hun eigen plantage kunnen halen.

Harm trok een ietwat zure conclusie waar ik weinig aan toe kan voegen. ‘Het is natuurlijk een voorbeeld wat je in de hele wereld ziet: de cacao industrie heeft de laatste  jaren enorm gegild over een komend tekort aan cacao. Ontwikkelingsorganisaties en investeringsfondsen gingen samen met bedrijven en coöperaties overal cacao aanplanten en verbeteren. Nu is er weer een overschot.  Super voor de industrie, maar de boer is voor de zoveelste keer de verliezer.’

Misschien is het tijd om eens een IOB evaluatie uit te zetten naar de ongewenste neveneffecten van dit soort ontwikkelingssamenwerking. Het binnen de sector onderschreven principe van do no harm (met een knipoog naar het laatste woord van deze Engelse term gezien de hoofdrolspeler van deze column) lijkt hier bepaald niet gerespecteerd te worden, om het nog maar voorzichtig uit te drukken.

Vanaf maandag 22 mei gaan we de balans opmaken van het hulp en handelsbeleid van minister Ploumen. Op vrijdag 16 juni gaan we het komende kabinet vast de nodige munitie aanreiken over wat het beste behouden kan blijven en wat beter veranderd zou kunnen worden.

Het merk ‘Refugee’

Door Ayaan Abukar | 20 juni 2017

Neem ze liever op als volwaardig lid van de samenleving, dan te labelen

Lees artikel

Handel en Hulp: 10 lessen en 1 hartekreet

Door Ruerd Ruben | 19 juni 2017

Op basis van het congres ‘Hulp en Handel -de balans en de toekomst’, van afgelopen vrijdag, zette professor Ruerd Ruben zijn tien belangrijkste lessen en éen hartenkreet op een rij.

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: Tussen feiten en fictie

Door Marc Broere | 16 juni 2017

Ook binnen de wereld van ontwikkelingssamenwerking is het gebruik van alternatieve feiten in opkomst en vindt steeds meer framing plaats, schrijft Marc Broere in deze Vrijdagmiddagborrel.

Lees artikel