Foto door Brett Clashman

Foto door Brett Clashman

 

Vanavond debatteert de Tweede Kamer over het Nederlandse wapenexportbeleid van 2015. De Kamerleden en de minister zullen zich buigen over controversiële kwesties: de leveranties van Nederlandse bedrijven aan Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten, evenals de doorvoer van wapenleveranties van bevriende naties aan staten in het Midden-Oosten. Deze landen maken deel uit van een coalitie die betrokken is in het conflict in Jemen, en die onder vuur ligt vanwege de vele burgerdoden die het maakt.

 

Wapenleveranties aan coalitie Jemen

Nederland is een belangrijk wapenexporterend land. Het staat in de top 10 van wapenexporterende landen wereldwijd over de periode 2000-2015, volgens een lijst van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI). Ruim 16 procent van Nederlandse wapenleveranties gaat naar het Midden-Oosten, aldus het gezamenlijk Rapport Wapenexportbeleid 2015, dat de ministeries van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken in juli de kamer aanboden. Verschillende Nederlandse wapenleveranties trokken verleden jaar de aandacht, en een aantal hebben geleid tot Kamervragen. Het gaat om de verstrekking van wapenexportvergunningen aan Nederlandse bedrijven voor de levering van radar- en communicatiesystemen voor marineschepen die aan Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten (V.A.E.) geleverd worden, de levering van verouderd Nederlands materieel aan Jordanië en de doorvoer van pantservoertuigen en munitie van bevriende staten aan Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.

Deze landen maken deel uit van de coalitie van staten die de begin 2015 verdreven Jemenitische president Abd-Rabbuh Mansour Hadi steunen in zijn conflict tegen de Houthi’s. Deze militante beweging zegt op te komen voor de onder voormalig president Ali Abdullah Saleh gemarginaliseerde sji’itische bevolking van noordelijk Jemen. President Hadi leidde een moeizaam transitieproces nadat voormalig president Ali Abdullah Saleh in 2012 aftrad als gevolg van demonstraties tegen zijn regime. Hadi week uit naar Saudi-Arabië nadat de Houthi’s eind 2014 de hoofdstad Sanaa innamen en er vijandigheden losbarstten tussen de Houthi’s en de getrouwen van president Hadi, wiens machtsbasis in het voornamelijk soennitische zuiden van het land ligt.

 

Burgerdoden

Hoewel er formeel geen wapenembargo loopt tegen de coalitie van soennitische staten die sinds maart 2015 de milities van president Hadi met luchtbombardementen en een grondoffensief steunt, is de verkoop van wapens aan deze landen controversieel doordat de coalitie regelmatig in het nieuws is vanwege bombardementen op burgerdoelen zoals ziekenhuizen. Hierbij vallen veel burgerdoden. Vorige week nog kwam Saudi-Arabië in opspraak nadat bij een bombardement op een rouwceremonie meer dan 140 overwegend burgerdoden vielen.

Amnesty International houdt leden van de coalitie daarbij medeverantwoordelijk voor de humanitaire crisis die in Jemen is ontstaan door een zee- en luchtblokkade die de coalitielanden instelden na de machtsovername van de Houthi’s. Deze blokkade bemoeilijkt ook de invoer van voedsel en medicijnen. Dit zou een schending van internationaal humanitair recht kunnen betekenen, dat zegt dat partijen in een conflict hulporganisaties bewegingsvrijheid dienen te verlenen zodat humanitaire hulp de getroffen bevolking kan bereiken.

Volgens Oxfam Novib zijn er sinds het begin van de vijandigheden meer dan 3500 burgers gedood en ruim 6500 gewond geraakt, zijn 3.1 miljoen mensen voor het geweld op de vlucht geslagen en is 80% van de bevolking afhankelijk van noodhulp.

Volgens het rapport zijn om deze reden de Nederlandse criteria voor wapenexportvergunningen aan Saudi-Arabië en de V.A.E. in de loop van 2015 verscherpt en werden negen aanvragen voor wapenleveranties aan deze landen geweigerd. Het is daarom wrang dat uit hetzelfde rapport blijkt dat sinds de verscherping van de criteria wel sprake was van doorvoer van klein-kaliber munitie uit België en Tsjechië aan deze landen. Daarbij werden er via Nederland gepantserde voertuigen uit Canada aan Saoedi-Arabië geleverd.

Europese wetgeving bepaalt dat de Nederlandse autoriteiten wapenexport aan staten buiten de EU of de NAVO dient te toetsen op basis van de naleving van internationale verdragen van het doelland, diens respect voor mensenrechten en humanitair recht, en diens interne situatie en internationale rol. Besluiten tot weigering worden vervolgens gedeeld met EU-lidstaten, NAVO-landen plus Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland (de zogenaamde EU/NAVO+). Hetzelfde principe geldt voor militaire apparatuur dat door bevriende naties over Nederlands grondgebied vervoerd wordt. Volgens Stop Wapenhandel worden worden wapenleveranties afkomstig van landen uit de EU/NAVO+ aan derden in de praktijk echter niet gecontroleerd omdat van deze landen ervan uit wordt gegaan dat deze zelf een nauwkeurige afweging gemaakt hebben met kennisneming van eventuele Nederlandse bezwaren. Nederlandse bezwaren worden dus niet altijd door deze landen gevolgd.

 

Marineschepen naar Egypte en de V.A.E.

Even controversieel zijn wapenexportvergunningen voor leveranties bedoeld voor Egypte en de V.A.E. Het gaat om de levering van radar en communicatiesystemen door Nederlandse bedrijven aan Egypte voor 34 miljoen en aan de V.A.E. ter waard van 72 miljoen. De systemen zijn bedoeld voor marineschepen die door derde landen aan Egypte en de V.A.E. geleverd worden.

Sinds in 2013 protesten tegen het afzetten van president Mohamed Morsi hardhandig door het leger uiteen werden opgebroken, geldt er een niet-bindend en een, volgens Amnesty International, vaak gebroken Europees embargo op de levering van militaire apparatuur aan Egypte. Het land kent een instabiele interne politieke situatie, maar wordt ook steeds meer een doorvoerland voor bootvluchtelingen naar Europa en kampt voorts met een door Islamitische Staat geïnspireerde opstand in de Sinaï.

In de begeleidende Kamerbrief van de wapenexportvergunning aan Egypte verdedigt de overheid haar keuze met het argument dat de Egyptische marine in tegenstelling tot de landmacht niet ingezet wordt voor de overheidsrepressie die er sinds 2013 heerst. Hoewel Egypte vooralsnog geen aandeel heeft in de bombardementen op Jemen, heeft het evenals de V.A.E. wel een actieve rol in de zeeblokkade van Jemen die de invoer van hulpgoederen bemoeilijkt. Het is daarom niet ondenkbaar dat de marineschepen in een rol zullen worden gezet die bijdraagt aan de huidige humanitaire crisis.

In juli 2016 spanden vredesorganisatie PAX, Stop Wapenhandel en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NCJM) een rechtszaak aan om de levering van de marineschepen aan Egypte te voorkomen, maar de zaak werd in augustus door de rechter niet ontvankelijk verklaard omdat de organisaties niet als partij werden erkend. Volgens Stop Wapenhandel is de uitkomst van deze uitspraak dat slechts wapenbedrijven zelf bezwaar kunnen maken tegen de export van wapens. In een reactie op dit artikel heeft NCJM aangegeven tegen de uitspraak in hoger beroep te zijn gegaan. De rechtszitting zal plaatsvinden op 1 december.

 

F-16’s naar Jordanië

Wapenleveranties aan Jordanië hebben eveneens tot ophef geleid. Met Jordanië heeft Nederland sinds 2013 twee contracten ter waarde van 21 en 81 miljoen. Het gaat om de export van verouderde luchtverdedigingsvoertuigen, respectievelijk vijftien F-16 jachtbommenwerpers en de daaraan verwante levering van luchtgrondraketten. Een laatste levering van F-16’s staat voor 2017 gepland.

De overheid motiveert in beide gevallen de afgifte van wapenexportvergunningen door te stellen dat de Jordaanse land- en luchtmacht niet in verband gebracht kunnen worden met enige mensenrechtenschendingen in het land. Jordanië is bovendien een bondgenoot van Nederland in de strijd tegen IS, en heeft daarmee een stabiliserende werking in de regio.

Jordanië is wel lid van de coalitie in Jemen, maar heeft tot nu toe een meer ondersteunende rol gespeeld. Daaraan lijkt verandering te komen nu de Qatarese nieuwszender Al-Jazeera vorige maand op basis van Jordaanse regeringsbronnen berichtte dat Jordaanse gevechtsvliegtuigen in Jemen bombarderen. Hoewel het bericht vooralsnog niet door andere media is overgenomen, heeft het geleid tot Kamervragen over de wenselijkheid van de levering van gevechtsvliegtuigen aan Jordanië.

Naar verwachting zullen deze onderwerpen vanavond stof voor debat worden, alsook de discussie voeden in hoeverre de huidige EU-wetgeving in staat is om haar beoogde doel van harmonisering van wapenexportbeleid onder Europese lidstaten te volbrengen.

 

Lees Ploumen erkent lacune Nederlands wapenexportbeleid

Arjan Breukel

Arjan Breukel is recent afgestudeerd als arabist en Midden-Oostendeskundige en schrijft voor de redactie van Vice Versa over actualiteiten in het Midden-Oosten.

De illusie van Afrikaanse grensbewaking

Door Joris Tielens | 18 april 2018

De EU-projecten voor grensbewaking in Afrika om migratie naar Europa te verkleinen, kunnen ook de regionale mobiliteit bìnnen Afrika beperken – die vele malen groter is. Sommige experts twijfelen aan het effect van de miljardenprojecten, anderen zien grenzen ontstaan die er nooit waren. Klein onderzoek naar een nog schimmig speelveld.

Lees artikel

‘Meedoen is een mensenrecht’

Door Manon Stravens | 16 april 2018

Met zijn boek ‘de peuterindustrie’ zette Ewoud Poerink de misstanden in de kinderopvangsector op de kaart. Nu is hij aangetreden als coördinator van de Dutch Coalition on Disability and Development (DCDD). ‘Het begrip beperking wordt al snel op het bord van de kleine christelijke organisaties geschoven. Maar het is de lakmoesproef voor heel de samenleving: hoe gaan we om met de meest kwetsbaren onder ons?’

Lees artikel

Vrijdagmiddagborrel: De veryupping van de internationale samenwerking

Door Marc Broere | 13 april 2018

De internationale samenwerking is aan het veryuppen, schrijft Marc Broere vandaag in zijn Vrijdagmiddagborrel. Ook voor veel ontwikkelingsorganisaties geldt dat echt schrijnende armoede iets is waar ze liever van wegkijken.

Lees artikel