Door: Manon Stravens
7 mei 2018

Nederland is ‘kampioen SRGR’, maar seksuele en reproductieve gezondheid en rechten realiseren voor mensen met een beperking blijkt geen vanzelfsprekend. ‘Ik kan wel lobbyen voor distributiecentra van condooms, maar als die niet rolstoeltoegankelijk zijn, dan sluit je mensen uit. 

Gedwongen anticonceptie, abortus of sterilisatie. Verwijderde baarmoeders om de menstruatie te stoppen. Het zijn wijdverbreide praktijken waarvan vrouwen en meisjes met een beperking vaak slachtoffer worden, als gevolg van het taboe op hun seksualiteit. Catalina Devandas Aguilar, VN-rapporteur voor mensen met een beperking, vroeg er tijdens haar bezoek aan Den Haag eind vorig jaar al aandacht voor: ‘We denken dat mensen met een beperking geen seksueel leven hebben en verwachten niet dat ze kinderen krijgen of een stelletje kunnen vormen.’ Als rolstoelgebruiker èn moeder van drie kinderen kreeg ze constant de vraag hoe ze dat ‘redde’, vertelde ze eerder in een Vice Versa-interview.

De cijfers zijn schokkend. Kinderen met een beperking lopen een viermaal groter risico om slachtoffer van seksueel geweld te worden dan kinderen zonder beperking. Zestien tot dertig procent van de jonge mannen met een beperking en veertig tot 68 procent van de jonge vrouwen komt vóór hun achttiende in aanraking met seksueel geweld. Toegang tot goede zorg, erkenning en informatie over hun seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) is dan ook bijzonder belangrijk voor deze kwetsbare groep, aldus Devandas.

Nederland is ‘kampioen SRGR’, aldus Ewoud Poerink, coördinator van DCDD, de Nederlandse
coalitie voor handicaps en ontwikkeling. Met de ondertekening in 2016 van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap is Nederland verplicht om ook in buitenlandse hulpprogramma’s mensen met een beperking te bereiken. Dat blijkt nog geen vanzelfsprekendheid, ook niet voor organisaties die zich specifiek met SRGR bezighouden. Maar de bewustwording groeit.

 

Distributiecentra van condooms

Er is een groeiende aandacht voor mensen met een beperking, zegt Melodi Tamarzians, jongerenambassadeur voor SRGR bij Buitenlandse Zaken – een functie die in 2015 door het ministerie en jongerenorganisatie Choice in het leven is geroepen. ‘Maar ik realiseer me dat deze groep nog steeds vaak wordt vergeten. Ook ik maak me daar schuldig aan.’ Als ambassadeur slaat ze een brug tussen beleid en jongeren en geeft ze hen een stem. Ze pleit onder meer voor goede, op jongeren gerichte zorg, toegang tot veilige abortus, met bijzondere aandacht voor zorg tijdens rampen. ‘Ik betrek jongeren in mijn lobby, neem ze mee, maar zou ook jongeren met een beperking erbij moeten betrekken. Dan krijg ik beter in beeld wat hun behoeften zijn. Want ik kan wel lobbyen voor distributiecentra van condooms, maar als die niet rolstoeltoegankelijk zijn, dan sluit je mensen uit.’

Verschillende ontmoetingen drukten Tamarzians met haar neus op de feiten. Op reis in Ethiopië sprak ze met gehandicapte studenten die een rolstoeltoegankelijke ruimte hadden geregeld voor hun computerlessen. Een Pakistaans meisje in een rolstoel vertelde op een conferentie hoe lastig het voor haar is om hardop te zeggen dat zij ook seksuele behoeften heeft. Vrouwen met een beperking krijgen te maken met dubbele discriminatie, aldus Tamarzians. ‘In sommige landen mag je dan geen moeder zijn. Of als de nadruk op het opbouwen van een sterke natie ligt, moet je gezond zijn om daaraan bij te dragen. Met een handicap wordt dan al snel aangenomen dat je dat niet kunt.’

Ook in Nederland heersen nog steeds vooroordelen, weet ze: ‘Dat rolstoelgebruikers minder slim zouden zijn of geen kinderwens hebben.’ Ze betrapt zichzelf ook weleens op ‘gedachten die zijn gebaseerd op niets’. En er is zelfuitsluiting. ‘Als jongere worstel je sowieso met je seksualiteit’, zegt Tamarzians. ‘In onze samenleving, die is gestoeld op perfectie, kan ik me voorstellen dat je met een handicap sneller denkt dat het niet voor je is weggelegd.’

 

Sinds de workshop in Zimbabwe

‘We komen weinig mensen met een beperking in onze programma’s tegen’, zegt directeur Zoë Nussy van jongerenorganisatie Choice (voluit: Choice for Youth and Sexuality). In haar pleidooi voor het ‘betekenisvol betrekken van jongeren bij beleid van ngo’s en overheid’, richt Choice zich specifiek op seksuele minderheden en jonge meiden. ‘Maar inderdaad niet op jongeren met een beperking.’ Dat lijkt een blinde vlek voor een organisatie die toch al 21 jaar bestaat. Een situatie tijdens een workshop in Zimbabwe lijkt daar nu verandering in te hebben gebracht. Toen bleek een van de deelnemers blind te zijn. ‘We hebben ter plekke een nieuwe methode in de vorm van een balspel bedacht’, zegt Nussy, ‘om hem toch erbij te betrekken.’ Sindsdien heeft Choice een checklist ontwikkeld waar trainingsmateriaal aan moet voldoen. ‘Zodat de informatie voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk is.’

Bij het realiseren van SRGR voor mensen met een beperking komt veel kijken, blijkt ook uit het verhaal van Rutgers, dat seksuele gezondheid als speerpunt heeft, in Nederland en in het buitenland. De stichting bestaat dit jaar een halve eeuw, maar heeft pas sinds een jaar of tien programma’s in het buitenland voor mensen met een beperking, vertelt Marieke Ridder, hoofd internationale programma’s. Zo is een curriculum voor dove mensen in Vietnam in ontwikkeling. En op verzoek van het Indonesische ministerie van Onderwijs is de module aldaar ook voor blinden, doven en jongeren met een geestelijke beperking geïntroduceerd. ‘Dat is inmiddels overgenomen door het ministerie, die er ook budget voor heeft vrijgemaakt’, zegt Ridder.

‘Er bestaan verschillende gradaties van mentale handicaps’, zegt Ridder. ‘Als organisatie moet je dan toch tot een soort gemene deler in de programma’s komen.’ In veel landen is het onderwijs al beperkt. Seksuele voorlichting is helemaal sporadisch aanwezig, laat staan dat die toegankelijk is voor iedereen, voegt ze toe. ‘Seksualiteit bespreekbaar maken onder jongeren is sowieso niet makkelijk – voor deze groep al helemaal niet. Je moet ook de docenten meekrijgen en allerlei vooroordelen wegpoetsen. Dat vraagt extra investeringen.’ Als dit programma succesvol is, ligt opschaling in het verschiet.

Niettemin is SRGR heel belangrijk voor deze groep, zegt Ridder. ‘Mensen met een beperking krijgen eerder te maken met grensoverschrijdend seksueel gedrag. Jongeren met een mentale beperking zijn nòg kwetsbaarder, omdat ze niet altijd begrijpen wat wel en niet kan en mag. Ze kunnen in de war raken en niet goed grenzen aangeven.’

 

De strijd tegen stigmata

Rutgers werkt in achttien landen. ‘Elk land heeft een specifieke aanpak nodig, omdat het niveau van de infrastructuur, organisatie en kennis verschilt’, zegt Marieke Ridder. Maar in veel landen is het principe ‘kinderen met een rugzakje’ niet aanwezig. ‘Om die groep te bereiken, kun je niet mainstreamen. Je komt sowieso op speciale scholen terecht.’

Volgens jongerenambassadeur Tamarzians is een mensenrechtenbenadering alléén onvoldoende om SRGR inclusief te krijgen. Specifieke benoeming, aandacht en extra budget zijn noodzakelijk. ‘En in humanitaire situaties is het al lastig om SRGR te verkrijgen, laat staan dat het eenvoudig is voor mensen met een beperking.’ Tamarzians: ‘Zo moeten artsen en gynaecologen bij mensen met een mentale beperking nadenken over hoe zij de informatie verstrekken.’ En de strijd tegen stigmata vergt een lange adem. ‘We moeten een duidelijke boodschap uitdragen. Want als de kliniek wel rolstoeltoegankelijk is, maar de arts je vervolgens aankijkt met een blik die zegt dat jij geen seks mag hebben, dan kom je ook niet verder.’

Zichtbaarheid kan helpen, denkt ze. ‘Veel van die jongeren zitten op speciale scholen, je ziet ze niet. Laat ze meedoen op reguliere scholen, laat zien dat zij ook aan rolstoelbasketbal kunnen doen en behoeften hebben. Geef ze vaker een rol in films. Zo kon de Afro-Amerikaanse gemeenschap zich ook emanciperen.’

De boodschap van VN-rapporteur Devandas is duidelijk: ‘Begin eens te werken met organisaties voor mensen met een beperking. Zij kunnen je helpen mensen met een beperking te vinden en je programma’s met soms simpele aanpassingen toegankelijk te maken’, zo vertelde ze Vice Versa in het decemberinterview. ‘Daarna kun je denken aan beleidsbeïnvloeding. Maar begin gewoon te luisteren naar die organisaties.’

Manon Stravens

Manon Stravens (1977) is freelance journalist met een achtergrond in ontwikkelingssamenwerking. Ze schrijft voor diverse media, onder meer het Financieele Dagblad. In 2015 verscheen haar boek ‘De opstand van Boko Haram’. Eerder werkte ze voor ICS en regiokantoor ICCO West-Afrika in Mali.

Losgezongen perspectieven

Door Paul Hoebink | 24 mei 2018

Als laatste reactie op de nota van minister Kaag, vandaag de beurt aan Paul Hoebink -kenner van de geschiedenis van het Nederlandse beleid bij uitstek. Wat valt de Nijmeegse wetenschapper op? Volgens Hoebink stelt de nota vooral teleur vanwege zijn oppervlakkige analyse en weinig vernieuwende aanpak.

Lees artikel

Verdienen aan de SDGs staat centraal in nota Kaag

Door Barbara van Paassen | 23 mei 2018

Na de eerste schrik over de enorme nadruk op eigenbelang in de nieuwe nota van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, ziet Barbara van Paassen van ActionAid nog een hoop kansen voor een goede uitwerking. Te beginnen met een gezamenlijke visie op ‘grondoorzaken’. Alleen dan investeert het nieuwe beleid écht in perspectief van diegenen die dit het hardst nodig hebben – in het bijzonder vrouwen.

Lees artikel

Nota Kaag loopt met een boog om grondoorzaken heen

Door Daniëlle Hirsch | 22 mei 2018

Het nieuwe beleid van minister Kaag lijkt zich vooral te richten op het versterken van het verdienmodel van Nederland, schrijft Danielle Hirsch, directeur van Both ENDS, in deze opiniebijdrage. Bovendien kiest de minister ervoor om met een grote boog om de kernopdracht van het Nederlandse klimaatdossier heen te lopen: minder fossiel.

Lees artikel