Een kerkgenootschap of een groepje particulieren dat een vluchteling financieel steunt en wegwijs maakt in de samenleving – dat is het idee van private sponsoring. In Canada is het een succes; in Nederland willen organisaties het uitproberen. Staatssecretaris Harbers zal de mogelijkheden onderzoeken, maar wil niet méér vluchtelingen toelaten. Kan dit Canadese model slagen in Nederland?

Vorig jaar verdronken 4.742 vluchtelingen in de Middellandse Zee, het jaar daarvoor ruim vijfduizend. Overheden erkennen dat er meer alternatieve veilige en legale routes moeten komen voor vluchtelingen. Bijvoorbeeld via hervestiging, waarbij regeringen kwetsbare vluchtelingen uitnodigen en de overtocht regelen. Maar in de praktijk laten landen maar weinig vluchtelingen via hervestiging toe; in Nederland tot dusver vijfhonderd per jaar en 750 vanaf 2018. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zoekt opvang voor 1,2 miljoen mensen die acuut behoefte hebben aan een veilige plek. Daarvan wordt één procent via hervestiging opgevangen.

Een van de manieren om dat aantal iets te vergroten zou private sponsoring van vluchtelingen kunnen zijn, als aanvulling op opvang door de overheid – het wordt ook wel gemeenschapssponsoring genoemd. Canada staat bekend als uitvinder van het systeem, waar het als succesverhaal geldt. Het gaat zo: Een sponsor (een moskee- of kerkgenootschap, een buurtgezelschap of andere groep particulieren van ten minste vijf personen) stelt zich garant voor de opvang van een vluchteling of van een heel gezin, voor minstens een jaar. Vaak gaat het om familie van de sponsor. De asielprocedure wordt van tevoren uitgevoerd, als de vluchteling aankomt met het vliegtuig krijgt die direct een permanente verblijfsvergunning. Sponsoren betalen bijna negenduizend euro voor een volwassene of 21.000 euro voor een gezin met drie kinderen. Naast geld voor huisvesting en levensonderhoud biedt de sponsor ook emotionele opvang en helpt met de taal, het vinden van werk en het wegwijs maken in de samenleving.

Canada voerde in 1979 het Private Sponsorship of Refugees Program in om Vietnamese bootvluchtelingen op te vangen. Sindsdien kwamen er meer dan driehonderdduizend mensen via private sponsoring in Canada terecht. Vanaf de zomer van 2015 reisden in korte tijd veertigduizend Syrische vluchtelingen naar Canada, van wie bijna de helft met hulp van private sponsoren overkwam. Dat betekent ook dat tienduizenden Canadezen een nauwe band hebben met vluchtelingen.

 

Positieve houding

Een evaluatie door de Canadese overheid liet zien dat gesponsorde vluchtelingen vaak beter af zijn dan vluchtelingen die door de overheid opgevangen worden. Ze komen minder vaak bij de voedselbank en zijn minder afhankelijk van uitkeringen. Gesponsorde vluchtelingen zouden beter integreren, door de hechte band die ze opbouwen met hun sponsor. Aan de andere kant versterkt sponsoring gemeenschappen in Canada en zorgt het voor een positievere houding onder Canadezen ten aanzien van vluchtelingen en migratie.

Samen met de UNHCR richtten de regering van Canada, de Open Society Foundation, de Radcliffe Foundation en de Universiteit van Ottawa eind 2016 het Global Refugee Sponsorship Initiative (GRSI) op; een centrum dat andere landen wil helpen om ook private sponsoring in te voeren, gebaseerd op de Canadese ervaring. Het doel van het Initiative is om de capaciteit van landen voor hervestiging flink te vergroten.

In Europa vind je verschillende vergelijkbare initiatieven. Groot-Brittannië is in 2016 begonnen met een programma voor gemeenschapssponsoring. De Europese Commissie riep in september alle lidstaten op om proefprojecten te beginnen. Duitsland en Ierland kondigden aan binnenkort ermee te beginnen en andere landen – zoals Frankrijk en Spanje – volgen mogelijk. Buiten Europa zijn Argentinië, Australië en Nieuw-Zeeland begonnen met programma’s.

Ook in Nederland zijn er plannen. Een alliantie van organisaties – Pax, Humanitas, Kerk in Actie, Raad van Kerken, Justice and Peace, Oxfam Novib en VluchtelingenWerk Nederland – wil private sponsoring ook in Nederland mogelijk maken. Met een proefproject wil ze uitproberen in welke vorm dat het beste kan. De Canadese ambassade en het Haagse UNHCR-kantoor bespraken het idee met de organisaties.

 

Binnen de kaders

Ook de eerste gesprekken met de overheid zijn gevoerd. Een woordvoerder van Mark Harbers (VVD), de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, laat weten dat op dit moment onderzocht wordt ‘of een sponsorschapsprogramma zou kunnen bijdragen aan verbeterde inburgering en integratie van mensen die op andere gronden toch al naar Nederland komen. De staatssecretaris wil de mogelijkheden verkennen binnen bestaande kaders.’ Dat wil zeggen dat hij geen extra vluchtelingen wil laten komen boven op het aantal dat Nederland nu via hervestiging toelaat. Ook Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie toonde interesse. Zijn woordvoerder laat weten dat zij het idee onderzoeken, maar dat het nog te vroeg is voor conclusies.

Evelien van Roemburg van Oxfam Novib is enthousiast over private sponsoring. Maar ze zegt, in reactie op de staatssecretaris, dat het wèl de bedoeling van de alliantie is om het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt te vergroten door private sponsoring mogelijk te maken. ‘We moeten de verantwoordelijkheid voor het opvangen van vluchtelingen in de wereld eerlijker verdelen. In Libanon is een op de vier mensen vluchteling, in Oeganda is onlangs de miljoenste vluchteling uit Zuid-Soedan gekomen. Nederland neemt, in vergelijking met deze veel armere landen, zeer weinig vluchtelingen op. Private sponsoring is een van de manieren om ons aandeel iets te vergroten. Het geeft de ontvangende gemeenschap een grotere rol en kan bij Nederlanders voor meer begrip voor vluchtelingen zorgen.’

Ook Ariane den Uyl, van VluchtelingenWerk Nederland, is positief over het idee: ‘Het biedt particulieren die vinden dat Nederland meer vluchtelingen moet opvangen de mogelijkheid zelf eraan bij te dragen.’ Maar Den Uyl plaatst er een kanttekening bij. ‘De overheid is verantwoordelijk voor opvang van vluchtelingen, goede asielprocedures en rechtsbescherming. Private sponsoring moet niet in de plaats komen van opvang van vluchtelingen door de overheid.’ En mag dus niet ten koste gaan van bestaande programma’s voor gezinshereniging of hervestiging. Dat gebeurt in Engeland wel: de vluchtelingen die daar gesponsord worden, komen uit het aantal dat de overheid accepteert voor hervestiging. In Canada is additionaliteit wel een beleidsprincipe: gesponsorde vluchtelingen komen náást hervestiging door de overheid en boven op de reguliere opvang van vluchtelingen.

 

Maatwerk

Een andere vraag is wie de gesponsorde vluchtelingen selecteert. In Canada bepaalt de sponsor dat voor een belangrijk deel; die draagt mensen voor – vaak familie –, waarna de Canadese immigratiedienst ter plekke bepaalt of ze worden toegelaten. De Nederlandse organisaties zien die zogenoemde ‘naming’ niet zitten. Liever zien ze een voordracht door de UNHCR, zoals nu ook gebeurt met kandidaten voor hervestiging door de overheid.

Andrea Vonkeman, hoofd van de UNHCR in Nederland, is groot voorstander van private sponsoring en wil onderzoeken hoe het in Nederland ingezet kan worden. ‘Een van de grote voordelen is een betere integratie van vluchtelingen. De opvang is maatwerk. Sponsoren helpen met een netwerk opbouwen, werk vinden, betere relaties in de gemeenschap. Maar het Canadese model is geen blauwdruk, we moeten zoeken naar een passend systeem.’ Zij vindt ook dat voordracht van kandidaten door haar organisatie verstandig is. ‘De criteria van de UNHCR voor selectie gaan over welke mensen het meest bescherming nodig hebben. Denk aan mensen wier leven bedreigd wordt omdat ze politiek actief zijn of tot een minderheid behoren.’

Anneke Smit twijfelt erover. Haar naam verraadt Nederlandse wortels, maar ze is geboren in Canada en onderzoeker migratierecht aan de universiteit van Windsor. Ze adviseert sponsorgroepen en zit ook zelf in een sponsorgroep die binnenkort een Syrische familie verwelkomt in Ontario.

‘In Canada speelt naming een belangrijke rol in het betrekken van de sponsor’, zegt ze via Skype. Het feit dat sponsoren een vluchteling persoonlijk uitkiezen versterkt de band. En het motiveert sponsoren om geld uit te geven aan vluchtelingen. Smit erkent dat daardoor mogelijk niet de meest kwetsbare vluchtelingen worden geselecteerd. ‘Het gaat vaak om directe familieleden, terwijl jongeren, ouderen of andere kwetsbare mensen achterblijven. Er is een zekere spanning tussen enerzijds de meest kwetsbare mensen bereiken en anderzijds de sponsor geïnteresseerd houden.’

Nieuwe initiatieven in Europa moeten hierbij stilstaan, zegt Smit, net als bij de vraag of private sponsoring bestaande programma’s – zoals gezinshereniging – niet in de weg zit. Dat beaamt Ariane den Uyl van VluchtelingenWerk. ‘Er zijn Canadezen die zelf afreizen naar landen waar vluchtelingen zijn, om ze uit te zoeken; dat voelt niet goed.’ VluchtelingenWerk zou sponsoring willen openstellen voor mensen die niet voor gezinshereniging in aanmerking komen, zoals grootvaders en -moeders, ooms en tantes en andere bekenden. Evelien van Roemburg, van Oxfam, denkt dat selectie door de UNHCR een keuze van sponsoren daarna niet in de weg hoeft te zitten.

 

Papierwinkel

Het grootste knelpunt in het Canadese programma is de lengte van procedures, vertelt Anneke Smit. Sponsoren moeten een aanvraag indienen met gedetailleerde plannen voor huisvesting, waar de vluchteling het eerste jaar zal wonen. En Canadese emigratieambtenaren moeten ter plekke mensen voordragen. Canada heeft in de zomer van 2015 extra ambtenaren naar Libanon gestuurd om Syrische vluchtelingen te registreren, waardoor de procedure toen maar enkele weken duurde. Maar zodra de regeringsdoelstelling van 25.000 vluchtelingen was behaald, zijn die ambtenaren weer vertrokken, waardoor het nu veel langer duurt.

De Canadese regering beperkte onlangs zelfs het aantal gesponsorde vluchtelingen tot duizend per jaar, omdat de ambtenaren het niet aankonden. Voor vluchtelingen van elders duurt de procedure soms drie tot vier jaar voor ze het vliegtuig kunnen nemen, in sommige Afrikaanse landen nog langer, zegt Anneke Smit vanuit Canada. ‘Het komt vaak voor dat tegen die tijd vluchtelingen een andere route hebben gekozen of dat sponsoren zijn afgehaakt. Sponsoren moeten ook wat dit betreft met respect behandeld worden.’

De procedure kan korter, zegt Andrea Vonkeman, door duidelijke afspraken tussen sponsor, ontvangend land en herkomstland. ‘UNHCR heeft het vertrouwen van herkomstlanden in de selectie van mensen. Daardoor kan het sneller gaan.’ Vonkeman zegt ook dat bij sponsoren een goede voorbereiding van belang is. ‘Ze moeten weten waaraan ze beginnen. Er moet een trainingsprogramma komen om te zorgen voor goede kwaliteit van opvang door de sponsor. Je kunt dat niet zomaar overlaten aan een clubje vrijwilligers.’

 

Kerken

In Canada, zegt Anneke Smit, bestaat het merendeel van de sponsoren uit kerkelijke groepen. ‘Zij zorgen voor consistentie in de opvang. Voor Nederland zou je goed moeten nagaan of er ook dergelijke lokale groepen zijn die het kunnen dragen.’

Er zijn in Nederland ook veel kerkelijke organisaties betrokken bij het initiatief, reageert Ariane den Uyl. ‘Maar daarnaast is in Nederland veel meer door de overheid georganiseerd dan in Canada, zoals de verplichting voor gemeenten om maatschappelijke begeleiding te organiseren.’ VluchtelingenWerk speelt daarin een grote rol. ‘En dat kunnen we ook doen bij gesponsorde vluchtelingen.’ Er werken dertienduizend vrijwilligers bij VluchtelingenWerk, actief in driekwart van de Nederlandse gemeenten. ‘Vrijwilligers worden ondersteund en getraind door professionals, die in de gemeenten goed de weg kennen.’

Een zorg van Den Uyl is dat vluchtelingen te veel afhankelijk worden van hun sponsor. ‘Financiële afhankelijkheid is niet goed; beter is private sponsoring waarbij sponsor en overheid de kosten delen. De overheid moet betrokken blijven, ook als vangnet, mocht de sponsor in gebreke blijven. Gesponsorde vluchtelingen moeten dezelfde rechten houden op voorzieningen als andere vluchtelingen.’ Dit soort zaken moeten volgens haar goed vastgelegd worden in afspraken met de overheid.

Het zijn zulke afspraken waarop Evelien van Roemburg met smart wacht. ‘We willen graag beginnen met een proefproject, zodat we kunnen leren welke vorm het beste is.’ Andrea Vonkeman van UNHCR denkt dat een proefproject kan aantonen dat private sponsoring een win-winsituatie is, voor vluchtelingen en voor sponsoren, waardoor Nederlanders vluchtelingen als een positieve bijdrage aan de samenleving zullen zien. ‘Het zijn geen gelukzoekers, maar mensen in nood.’

Hetzelfde geluid komt uit Canada. Anneke Smit: ‘Ik weet niet of in de toekomst het aantal vluchtelingen langs deze weg heel groot zal worden, maar elke extra deur die opengaat is meegenomen. De ervaring in Canada is dat het vooral van belang is voor gemeenschappen in Canada. Het is een manier om mensen te betrekken bij elkaar en bij de vluchtelingen, om begrip en respect te creëren voor vluchtelingen en om het anti-immigratiesentiment te veranderen.’

Joris Tielens

Joris Tielens is wetenschapsjournalist en IMPACT Reporter over internationale samenwerking, mondiale duurzaamheid, voedselzekerheid, landbouw, klimaatverandering, waterbeheer of biodiversiteit.

Minister Kaag presenteert beleidsnota

Door Marc Broere | 18 mei 2018

De langverwachte beleidsnota van minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is uit. Vice Versa zet de belangrijkste punten uit de nota op een rijtje. Meest opvallend is dat de term beleidscoherentie uit het vocabulaire van het nieuwe beleid is geschrapt.

Lees artikel

Gun jongeren erotische intelligentie, zelfvertrouwen en vaardigheden om van seks te genieten

Door Vice Versa | 18 mei 2018

De nieuwe internationale richtlijnen voor seksuele educatie van UNESCO zijn een grote stap vooruit, schrijft Doortje Braeken, seksuele gezondheidsexpert, in deze bijdrage. We hebben alleen nog een lange weg te gaan voordat plezier hebben in seks evenveel aandacht krijgt als de negatieve kanten zoals risicogedrag, seksueel geweld en andere duistere spelonken van seks en seksualiteit. 

Lees artikel

Dromen van een rechtvaardig migratiebeleid – Vice Versa Voorjaar 2018

Door Lys-Anne Sirks | 16 mei 2018

Ons voorjaarnummer is uit, boordevol prachtige nieuwe verhalen uit alle hoeken van de wereld. Het debat over vluchtelingen en migratie lijkt al jarenlang op slot te zitten en te zijn gegijzeld door de politieke waan van de dag. Het is tijd om die vicieuze cirkel teniet te doen. Vice Versaging op reportage, deed onderzoek, en wil het debat van nieuwe brandstof voorzien, met lessen uit Palermo, Libanon, en Friesland.

Lees artikel