Door: Eva Huson
26 februari 2018

Tags

Fotobijschrift.  V.l.n.r.: ambassademedewerkers Judith Adokorach (Kampala), Naisola Likimani (Nairobi), Lydia Atomssa (Addis Abeba) en Mushfiqua Satiar (Dhaka).

Wereldwijd springen Nederlandse ambassades in de bres om seksuele vrijheid te verdedigen. Hoe doen ze dat precies? Vice Versa vraagt het vier ambassademedewerkers ter plaatse, de voelsprieten van het Nederlandse postennetwerk.

Het ochtendprogramma zit er net op als ambassademedewerkers Judith Adokorach, Naisola Likimani, Lydia Atomssa, en Mushfiqua Satiar plaatsnemen aan de ronde vergadertafel in Leiden. Allen werken op de Nederlandse post in hun land en allen zijn verantwoordelijk voor de portefeuille Seksuele en Reproductieve Rechten en Gezondheidszorg, een van de stokpaardjes van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Hoe je dat doet, strijden voor seksuele vrijheid en gezondheid, bespreken ze hier, tijdens de zogenoemde ‘terugkomweek’ van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Seksuele rechten op de kaart zetten in ontwikkelingslanden klinkt als een pittige klus. Is dat het ook?

Judith Adokorach (Kampala): ‘Mensen veronderstellen vaak dat seksualiteit in Oeganda zozeer een taboe-onderwerp is dat het eigenlijk onbegonnen werk is. Dat is gelukkig niet zo, integendeel. Oegandezen hunkeren naar meer informatie over seksualiteit en seksuele gezondheid. Als ik over het platteland reis, klampen ouders me soms aan. Ze willen met hun kinderen over zwangerschap en veilige seks praten, maar weten niet goed hóe.’

Mushfiqua Satiar (Dhaka):Zo is het ook in Bangladesh. Wij zijn een overwegend islamitisch land en mijden onderwerpen rondom het lichaam en seksualiteit. Ik weet nog goed dat ik zelf voor het eerst menstrueerde. Ik wist werkelijk niet wat me overkwam. Niemand had me er ooit iets over verteld. In paniek ben ik naar mijn oudere broer gegaan en zei: “Er is iets ergs gebeurd, volgens mij heb ik me gesneden.” Via mijn werk hoop ik de jeugd van nu zulke ellende te besparen door te zorgen dat hun vragen worden beantwoord. Want natuurlijk willen jongeren weten wat een natte droom is of hoe je maandverbandjes gebruikt.’

Lydia Atomssa (Addis Abeba): ‘Sommige projecten zijn heel eenvoudig. In Ethiopië gaan veel meisjes niet naar school omdat ze simpelweg geen maandverband hebben. Dat kun je relatief makkelijk verhelpen door herbruikbare verbandjes te introduceren. Natuurlijk is het niet altijd zo simpel. Sommige moeders houden hun dochters thuis uit angst dat ze op school zwanger raken. Om dat op te lossen gebruiken we bewustwordingsprojecten en leggen we iets uit over zwangerschap. Wanneer word je zwanger en wanneer niet? Dat bespreken we niet alleen met de meisjes en hun moeders, maar ook met leraren en klasgenoten. Zoiets vraagt om een lange adem, maar uiteindelijk bereik je er veel mee. Want je verandert niet alleen het leven van die meisjes, maar van heel de samenleving.’

Naisola Likimani (Nairobi): ‘Precies. Ik krijg vaak de vraag of seksuele gezondheid wel een prioriteit is, omdat Kenia al met zoveel problemen worstelt. Ik begrijp die vraag, maar antwoord altijd volmondig “ja”. Mede door culturele en religieuze barrières is ons werk lastig, maar het is niet onmogelijk. Sterker nog, in Kenia zit er echt schot in de zaak. Ik zie dat er een politieke wil is om veranderingen door te voeren. Het helpt daarbij dat internationale agenda’s zoals de duurzame ontwikkelingsdoelen thema’s als seksuele en reproductieve gezondheid en jongeren wereldwijd op de kaart zetten.’

In hoeverre passen jullie de beleidswensen uit Den Haag aan op jullie land?

Likimani: ‘Deels. Soms hoor ik mensen zeggen dat seksuele rechten “westers” zijn, dat ze Afrikaanse landen worden opgedrongen. Dat is een misvatting. Ze worden ons niet opgelegd, we willen ze zelf. Neem lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender Kenianen en Kenianen met een intersekseconditie, de zogenoemde lhbti-gemeenschap. Hun roep om hun rechten te beschermen, komt vanuit henzelf. Ze staan de Nederlandse ambassade daarom ook met raad en daad bij.’

Satiar: ‘Wat Nederland op papier graag wil, kan niet altijd in de praktijk. Neem seksuele voorlichting. In Nederland wordt daar op tijd mee begonnen, op een aan de leeftijd aangepaste wijze. In Bangladesh kan dat echt pas vanaf groep 8. Over seksualiteit praten met kinderen jonger dan twaalf jaar is sociaal niet geaccepteerd. Als plaatselijk ambassademedewerker voel je dit soort grenzen goed aan en pas je je boodschap daarop aan.’

Likimani: ‘Zo’n cultureel-religieuze radar is onmisbaar als je goede resultaten wilt boeken. Neem SheDecides (een door oud-minister Ploumen geïnitieerde internationale beweging die ervoor strijdt om vrouwen en meisjes de kans te geven zelf te kiezen of zij kinderen willen, hoeveel en met wie, red.). In Nairobi kregen we vanuit Den Haag het verzoek om ermee aan de slag te gaan. Abortus is een gevoelig onderwerp, dus als je bij het Keniaanse ministerie van Gezondheid wilt aanschuiven, moet je niet meteen met de deur in huis vallen. In eerste instantie spraken we daarom niet over de mogelijkheden voor veilige abortus, maar over het voorkomen van onveilige abortus. Dat is een minder beladen formulering en raakt aan geaccepteerde gezondheidsdiscussies, zoals over het voorkomen van moedersterfte. Dankzij die aanpak kregen we een voet tussen de deur en konden we naderhand ook het gesprek over veilige abortus aangaan. Op zo’n moment ben ik trots dat ik dit werk doe en dat ik mijn eigen land help om zo’n moeilijk onderwerp bespreekbaar te maken.’

Is de overheid een partner of een obstakel in jullie werk?

Adokorach: ‘In Oeganda voert de overheid een deel van onze programma’s uit. Soms via de nationale wegen, vaak ook via gemeenten en districten. Die samenwerking vind ik belangrijk, want zo versterk je de bestaande beleidsstructuren. De afgelopen wereldbevolkingsdag is daar een mooi voorbeeld van. Toen hield de Nederlandse ambassadeur een kritische toespraak over onze snelle bevolkingsgroei. Ik zat naast Oegandese ambtenaren van de Nationale Bevolkingsraad en die stootten elkaar glunderend aan: de ambassadeur zei precies wat zij de regering al jaren duidelijk proberen te maken. De mannen juichten de ambassadeur toe, omdat ze wisten dat het beklijft als een land als Nederland – als “derde stem” – zoiets hardop zegt. En inderdaad, geloof het of niet, de president heeft nu de slotzin van de ambassadeur overgenomen: “Uganda needs books before babies.”’

Atomssa: ‘Natuurlijk is de overheid niet altijd je partner. In Ethiopië worstelt het ministerie van Onderwijs met seksuele voorlichting vanwege de seksuele minderheden die hierin aan bod komen. In zo’n geval bereik je weinig als je gaat lobbyen om seksueel onderwijs in het nationale curriculum te krijgen en kun je beter van onderop naar boven werken. Wij steunen daarom hulporganisaties die direct contact hebben met docenten en hen leren hoe je seksuele voorlichting geeft.’

Satiar: ‘Precies. Zo hebben we het in Bangladesh ook aangepakt. Seksuele voorlichting is nu nog steeds een gevoelig onderwerp, maar we boeken vooruitgang. Onlangs heeft de regering voorgesteld om de voorlichtingstraining op te nemen in het docentenonderwijs. Daar ben ik ontzettend trots op. Tegelijkertijd zijn we er nog niet. Ik vind het jammer dat de Bengaalse vertegenwoordiging in New York en Genève – de posten waar veel internationale onderhandelingen plaatsvinden – vrij conservatief is als het gaat om seksuele gezondheid. Haar uitspraken stroken niet altijd met wat er in Bangladesh gebeurt.’

Nederlandse ambassades werken ook met hulporganisaties. Hoe is dat nu de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in jullie landen krimpt?

Adokorach: ‘In Oeganda zijn een paar pittige wetten aangenomen die met name het werk van lhbti-organisaties bemoeilijken. De Nederlandse ambassade organiseerde vorig jaar een bijeenkomst in Kampala voor hulporganisaties om deze wetten gezamenlijk uit te pluizen. Hoe ziet de nieuwe regelgeving eruit? Welke gevolgen heeft dat op je organisatie? En wat zijn de mazen in de wet? Op die manier help je organisaties om hun werk te doen en bied je ze een veilige omgeving waarin ze vrij kunnen samenkomen en spreken. Dat laatste is momenteel geen vanzelfsprekendheid in Oeganda.’

Likimani: ‘Vanuit Nairobi proberen we ook zulke bewegingen op gang te brengen. We worden daarin gesterkt door wetten rondom burgerparticipatie. Die verplichten de regering om bij groepen zoals jongeren, sekswerkers of homoseksuelen te rade te gaan. Wat hebben zij nodig en wat verwachten ze van hun regering? We stimuleren deze groepen om zich te verenigen en hun stem te laten horen.’

Atomssa: ‘Het helpt dat hulporganisaties regeringen ook vaak helpen als het om dit thema gaat. In Ethiopië kwam de regering onlangs met nieuw gezondheidsbeleid en daarin wordt geregeld dat gezondheidsdiensten op scholen worden aangeboden. Dankzij de strategische partnerschappen hebben hulporganisaties hier al ervaring mee en kunnen ze precies uitleggen wat wel en niet werkt. Op die manier ondersteunen hulporganisaties de overheid om nationale voorzieningen te verbeteren en maken ze de weg vrij voor beleidskeuzes die voorheen gevoelig waren.’

Religie drukt vaak een stevige stempel op seksualiteit. Hoe gaan jullie daarmee om?

Adokorach: ‘Religie is invloedrijk, maar in de praktijk worden religieuze regels niet altijd nageleefd. Niet iedereen wil of kan aan seksuele onthouding doen en dat moet je respecteren. Daarom ben ik ontzettend blij dat er steeds meer religieuze pioniers opstaan. In Oeganda pleit nu een hiv-positieve priester voor seksuele voorlichting en betere gezondheidsvoorzieningen. “We moeten reëel zijn”, is zijn argument. Zoiets bevestigt voor mij dat er verandering op til is, óók binnen die contreien.’

Satiar: ‘Zo zit het ook in Bangladesh. Abortus is bij ons verboden, maar “menstruatieregulatie” is wel toegestaan: de medische mogelijkheid om menstruatie op te wekken tot twaalf weken na de laatste natuurlijke menstruatie. We hadden niet gedacht dat we daar religieuze kopstukken bij zouden kunnen betrekken, maar het tegendeel bleek waar. We werken nu nauw met hen samen, een aangename verrassing.’

Atomssa: ‘Ik geloof in een holistische benadering. Die is cruciaal als je verandering wilt teweegbrengen. In Ethiopië ondersteunen we projecten met moslimgemeenschappen over vrouwenbesnijdenis en we betrekken religieuze kopstukken daar zo vroeg mogelijk bij. Ik geef toe dat het flink wat overredingskracht vergt, maar als je deze leiders eenmaal weet te overtuigen, springen ze voor je in de bres.’

En hoe zit dat in eigen kring: vertellen jullie familie en vrienden over je werk?

Likimani: ‘Mijn familie weet heel goed wat ik op de ambassade doe, mede omdat ik me via mijn vorige baan ook al inzette voor veilige abortusmogelijkheden in Kenia. Mijn werk voelt niet als iets dat in strijd is met wat mijn omgeving wenst. Seksuele en reproductieve rechten zijn gewoonweg mensenrechten. Sterker: ook de Keniaanse wet staat abortus in bepaalde gevallen toe, maar in de praktijk ontbreken de bijbehorende diensten. Bovendien rust er nog steeds een taboe op. Via mijn ambassadewerk help ik mee om zulke wetten te realiseren en help mijn land vooruit.’

Adokorach: ‘Zo denk ik er ook over. Het werk dat ik op de ambassade doe, zie ik als een poging om mijn samenleving een betere plek te maken voor iedereen, voor alle Oegandezen. Dat is een doel waar ik volledig achter sta. Hiervoor werkte is als vroedvrouw en ik vind het dus niet lastig om over seksuele gezondheid te praten. Mijn twee kinderen weten precies wat ik doe en waarom ik dat doe.’

Satiar (lachend): ‘Ik praat ook graag over al deze onderwerpen, maar mijn puberzoon denkt daar tegenwoordig anders over. Hij heeft de leeftijd bereikt waarop hij niet meer over seksualiteit wil praten met zijn moeder.’

Tot slot: als jullie straks terug zijn op jullie post, op welke kwestie zullen jullie je dan storten?

Satiar:Ik hoop dat het ons lukt om adolescenten beter te bereiken. Zij zijn momenteel een moeilijk bereikbare groep voor ons, die nog te weinig gebruikmaakt van gezondheidsvoorzieningen. Dat komt deels door een gebrek aan kennis, deels door voorzieningen die ontbreken of niet goed bij hun wensen passen. Gelukkig staat dit ook op de radar van de regering en weten jongeren zich steeds beter te verenigen. Ik ben optimistisch.’

Atomssa: ‘Daar sluit ik me bij aan. Met de kennis van jongeren tussen de vijftien en negentien jaar zit het in Ethiopië wel goed, maar ze komen nog te weinig in de gezondheidsklinieken. In de nieuwe gezondheidsstrategie stelt de regering voor om die diensten ook via scholen aan te bieden. Dat stemt me hoopvol, want zo maak je zorg laagdrempelig en dichtbij.’

Likimani:Veilige abortus ligt me na aan het hart. Ik hoop dat de strafwetten worden aangepast in lijn met de nieuwe grondwet, die veilige abortus nu onder bepaalde omstandigheden toestaat. Ik hoop dat het ons zal lukken om abortus uit de taboesfeer te halen en dat er daadwerkelijk veilige abortusmogelijkheden komen. Dat is mijn ultieme wens voor Kenia.’

Adokorach: ‘Groepen waarvoor ik me graag hard maak zijn minderheden zoals homoseksuelen en sekswerkers. Die verdienen meer aandacht dan de Oegandese overheid ze nu geeft. Kijk naar hiv-infecties. Die liggen landelijk rond de zeven procent, maar lopen binnen die groepen op tot wel dertig procent. Hier gaat dus iets mis en we moeten er echt iets aan doen. Uiteindelijk hoop ik dat Oeganda een samenleving wordt waar ruimte is voor iedereen. Val je op hetzelfde geslacht? Prima. Wil je aan seksuele onthouding doen? Prima. Wil je wel seks voor het huwelijk? Ook prima. Die seksuele vrijheid gun ik mijn land echt vanuit het diepst van mijn hart.’

Op vrijdagmiddag 16 maart vindt het volgende Global Health café plaats, in het Humanity House in Den Haag. Deze staat in het teken van SRGR en hoe je adolescenten bereikt. De voertaal van het café is Engels. Aanmelden kan via http://hetnieuwe.viceversaonline.nl/events/global-health/

Amref Flying Doctors, Cordaid, het KIT, KNCV Tuberculosefonds, Wemos en Vice Versa hebben het initiatief genomen voor het project ‘Mondiale gezondheid: naar een grensoverschrijdende behandeling.’ Vier keer per jaar organiseren we een Global Healh café waarin we de trends op het gebied van mondiale gezondheid bespreken en telkens één onderwerp echt uitdiepen. Daarnaast produceert de redactie van Vice Versa artikelen over de trends, achtergronden en actualiteit binnen het beleidsterrein van mondiale gezondheid, en is er ruimte voor blogs van professionals en studenten.

 

Eva Huson

Eva Huson is freelance journalist

Minister Kaag presenteert beleidsnota

Door Marc Broere | 18 mei 2018

De langverwachte beleidsnota van minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is uit. Vice Versa zet de belangrijkste punten uit de nota op een rijtje. Meest opvallend is dat de term beleidscoherentie uit het vocabulaire van het nieuwe beleid is geschrapt.

Lees artikel

Gun jongeren erotische intelligentie, zelfvertrouwen en vaardigheden om van seks te genieten

Door Vice Versa | 18 mei 2018

De nieuwe internationale richtlijnen voor seksuele educatie van UNESCO zijn een grote stap vooruit, schrijft Doortje Braeken, seksuele gezondheidsexpert, in deze bijdrage. We hebben alleen nog een lange weg te gaan voordat plezier hebben in seks evenveel aandacht krijgt als de negatieve kanten zoals risicogedrag, seksueel geweld en andere duistere spelonken van seks en seksualiteit. 

Lees artikel

Dromen van een rechtvaardig migratiebeleid – Vice Versa Voorjaar 2018

Door Lys-Anne Sirks | 16 mei 2018

Ons voorjaarnummer is uit, boordevol prachtige nieuwe verhalen uit alle hoeken van de wereld. Het debat over vluchtelingen en migratie lijkt al jarenlang op slot te zitten en te zijn gegijzeld door de politieke waan van de dag. Het is tijd om die vicieuze cirkel teniet te doen. Vice Versaging op reportage, deed onderzoek, en wil het debat van nieuwe brandstof voorzien, met lessen uit Palermo, Libanon, en Friesland.

Lees artikel