journalistiek over mondiale samenwerking
 Word Abonnee!
Een themanummer over landrechten, met achtergronden en reportages uit onder meer Colombia, Irak, Mozambique, Indonesië en Mongolië.

Noodhulp en de structurele aard van crises: Somalië

Door Anne Rensma

Jowhar, Somalië, 2014 (© World Humanitarian Summit, Flickr)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op woensdag 29 maart werd de nationale actiedag van Giro555 voor de dreigende hongersnood in enkele Afrikaanse landen en Jemen afgesloten met een ingezameld bedrag van meer dan dertig miljoen euro. Somalië is, naast Jemen, Nigeria en Zuid-Sudan, één van de landen die volgens de VN zo snel mogelijk humanitaire hulp nodig hebben om de 20 miljoen mensen die in deze regio door enorme voedseltekorten met de dood bedreigd worden te ondersteunen. Voor het land in de hoorn van Afrika zullen de Nederlandse bijdragen in 2017 ruim verdubbelen. Noodhulp is ook hier onmisbaar, maar hoe moeten we omgaan met structurele oorzaken en katalysators van dit soort crises?

 

Sinds El Niño in 2015 is de situatie in het oosten van Afrika op schrijnende wijze verslechterd – overstromingen en periodes van droogte zorgen ervoor dat de voedselzekerheid in snel tempo achteruit is gegaan. Het Food Security and Nutrition Analysis Unit (FSNAU), in 1994 geïnitieerd door het World Food Programme van de VN, stelde in oktober vorig jaar vast dat bijna drie miljoen mensen in Somalië getroffen zullen worden door een voedselcrisis die als een fase 3 of fase 4 werd aangeduid, respectievelijk een crisis of een noodsituatie. Het Famine Early Warnings System vermeldde in maart dat wanneer de regen halverwege 2017 uitblijft, het risico op een fase 5, een hongersnood, in de regio’s Bay, Bakool en de rurale binnenlanden in het noorden groot is.

 

De fragiele situatie in Somalië

Zes jaar geleden, in 2011, verkeerden drie regio’s in Somalië volgens de VN in hongersnood. De voedselcrisis werd veroorzaakt door droogte, maar werd ‘verergerd door conflict tussen rivaliserende groeperingen’, zo vermeldde de BBC. Hulporganisaties hadden nauwelijks toegang, omdat Al-Shabaab de hongersnood ontkende en verschillende hulporganisaties op haar gebied de toegang weigerde.

 

In 2014 waarschuwden de VN al dat ‘de fragiele voedselsituatie, zonder een snel ingrijpen, in een aantal maanden zou kunnen verslechteren’. Een combinatie van weinig regenval, hoge voedselprijzen en een voortdurend conflict konden ervoor zorgen dat Somalië weer in een crisissituatie terecht zou komen. Destijds waarschuwde Philippe Lazzarini van UNOCHA dat ‘de parallellen met de pre-hongersnoodperiode in 2010 zorgwekkend waren’. Het land was nog niet volledig hersteld van de hongersnood in 2011.

 

In Somalië speelt mee dat een groot deel van de mensen ontheemd is. Volgens UNOCHA zijn er in Somalië vanaf eind 2014 ongeveer 60.000 Somali teruggekeerd uit Kenia en Yemen, nadat ze gevlucht waren voor de gewelddadige conflicten in het land. Het overgrote deel van deze teruggekeerde vluchtelingen lijkt opvang te zoeken in de stedelijke gebieden, die sowieso al onder druk staan. In Somalië verblijven in totaal zo’n 1,1 miljoen ontheemden in informele, geïmproviseerde kampen. UNOCHA vermeldt in een overzicht van de humanitaire noden in het land dat veel personen die aan acute ondervoeding lijden in deze gebieden verblijven.

 

Crisis als nieuwe realiteit

Crises worden met de jaren steeds moeilijker te controleren en blijken steeds lastiger te duiden. UNOCHA heeft het in haar driejarenplan over ‘het nieuwe normaal’, waarbij crises voor grote groepen mensen bij de realiteit van hun dagelijks bestaan zijn gaan horen. Dit maakt het steeds moeilijker om te bepalen hoeveel tijd er nodig is om de gevolgen van een bepaalde crisis te verlichten.

 

‘Humanitaire hulp is ontworpen om kort, maar krachtig op te treden, maar dat correspondeert steeds minder met de werkelijkheid,’ stelt Thea Hilhorst, hoogleraar noodhulp en wederopbouw aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. ‘Tegenwoordig zijn veel crises verweven met andere problemen en het onderscheid tussen wat wel en wat geen crisis is, wordt steeds vager. Bovendien duren crises tegenwoordig vaak langer. Als je het hebt over vluchtelingen: mensen zijn tegenwoordig gemiddeld 17 jaar vluchteling. Je kan niet iemand 17 jaar lang alleen maar “in leven houden”. Noodhulp kan zich hier niet toe beperken.’

 

Structurele oorzaken en complexe gevolgen

In het strategische driejarenplan dat het Office for Coordination of Humanitarian Affairs van de Verenigde Naties (UNOCHA) in 2014 presenteerde wordt uitgelegd dat humanitaire rampen in de toekomst veel regelmatiger zullen voorkomen. Natuurverschijnselen als droogte en overstromingen worden genoemd, maar ook zal het aantal conflicten in veel gebieden toenemen. Bovendien wordt benadrukt dat noodtoestanden in de toekomst veel complexer zullen worden: de weerbaarheid van lokale gemeenschappen staat onder druk door onder andere economische ongelijkheid, bevolkingsgroei, politieke onrust en migratiegolven.

 

Door klimaatverandering zullen landen als Somalië in de toekomst steeds vaker moeten opboksen tegen terugkerende droogtes, zo is te lezen in een artikel van New York Times. De gevolgen van La Niña in 2016 zijn merkbaar door het uitblijven van regenval en extreme droogte. In Somalië mislukte het Deyr-seizoen, van oktober tot en met december, van 2016 en ook de prognoses voor de komende maanden zien er niet veelbelovend uit. Het Operational Plan for Famine Prevention uitgebracht door UNOCHA in februari 2017 verwacht toenemende rivaliteit om natuurlijke bronnen als water en voorziet zodoende nog meer lokale spanningen.

 

Structurele oorzaken stellen het noodhulpsysteem voor een uitdaging. Geef je noodhulp, of ben je bezig met een lange termijn-ontwikkeling? Alex Awiti, directeur van het East-Africa Institute en gespecialiseerd in hongersnood, stelt in een uitzending van Inside Story van Al Jazeera van begin vorige maand, dat ‘de reactieve manier waarop humanitaire rampen worden bestreden, zonder op een structurele wijze te werken aan het bouwen van een levensonderhoud waarin mensen weerbaar zijn, ervoor zorgt dat je over vijf jaar weer op hetzelfde punt bent.’

 

Op een plek waar de nood hoog is, moet je acute hulp bieden en structureel helpen als je daar een mogelijkheid toe ziet, stelt Thea Hilhorst. ‘Ik zeg wel eens: as relief oriented as necessary and as developmental as possible. Je moet voortdurend de vinger aan de pols houden. Het probleem is alleen dat wanneer organisaties in de noodhulp-modus terechtkomen, ze daar niet meer zo eenvoudig uitkomen.’ Bovendien zijn ‘de grenzen vaag en wordt de hulp vaak gedicteerd door de beschikbare middelen.’

 

Dat hulpverlening laat op gang komt is volgens Hilhorst niet helemaal waar en heeft eerder te maken met het feit dat het voor organisaties lastig is om te bepalen waar en wanneer er precies hulp nodig is. Het is niet zo dat organisaties en experts nog niet op de hoogte waren van de problematiek. Juist het feit dat crises tegenwoordig vaak extreem gecompliceerd zijn en meerledige oorzaken hebben, maakt het voor hulpverleners lastig om te schakelen en de focus te verleggen.

 

Nederlandse bijdragen

In een kamerbrief van 3 april 2017 heeft demissionair minister Ploumen aanvullende informatie gegeven over de Nederlandse bijdragen aan Somalië, Zuid-Sudan, Jemen en Nigeria. De minister geeft aan dat het voorziene noodhulpbudget voor dit jaar, gezien de ernst van de situatie, uitgebreid zal worden en dat de totale Nederlandse hulp voor de vier landen op 42 miljoen euro zal uitkomen, gefinancierd uit het Relief Fund. De minister geeft aan dat bij het toewijzen van de bijdragen is gekozen voor ‘organisaties die snel hulp kunnen bieden’ en die ‘de beste mogelijkheden voor toegang tot hulpbehoevenden hebben’.

 

Nederland zal ook ongeoormerkte bijdragen van 227 miljoen euro leveren via VN-organisaties en het Rode Kruis, die hun fondsen flexibel kunnen gebruiken op plekken en in situaties waar ze nodig blijken. Met ongeoormerkte bijdragen hebben organisaties de mogelijkheid om hun hulp flexibel in te zetten en zijn structurele oorzaken van rampen wellicht te verzachten.

 

 

 

 

Anne Rensma

Email: redactie@viceversaonline.nl

Anne heeft een bachelor Franse taal en cultuur afgerond aan de UU en loopt momenteel stage bij Vice Versa.

  • HPax Vierlanden

    ‘Door klimaatverandering zullen landen als Somalië in de toekomst steeds vaker moeten opboksen tegen terugkerende droogtes”.

    Neen, tegen hun noodlottige demografische groei.

    ‘Somalia’s population is expanding at a growth rate of 1.75% per annum and a birth rate of 40.87 births/1,000 people.[3] The total fertility rate of Somalia is 6.08 children born per woman (2014 estimates), the fourth highest in the world, according to the CIA World Factbook’

Dossiers