Door: Bram Buscher
21 juni 2016

Tags

bramWe leven in een tijd waarin het niet meer te ontkennen valt dat de economie grote negatieve gevolgen heeft voor biodiversiteit, ecosystemen, klimaat en natuurlijke hulpbronnen. Dringende actie is nodig om de impact terug te dringen en zo mogelijk positief te maken. Volgens velen kun je de kapitalistische groei-economie verenigen met natuurbehoud door natuur tot kapitaal te verheffen. Zo kan natuurbehoud uitgedrukt worden in termen die economen, beleidsmakers en CEO’s kunnen begrijpen. Volgens hoogleraar Bram Büscher is ‘natuurlijk kapitaal’ echter een gevaarlijke mythe die het zicht op de echte vragen versluiert.

Natuurlijk kapitaal is ‘hot’. Om een paar voorbeelden te geven: De Nederlandse overheid heeft in 2013 een ‘Uitvoeringsagenda Natuurlijk Kapitaal’ vastgesteld tot “behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit”. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft vorig jaar een ‘Programma Natuurlijk Kapitaal Nederland’ gelanceerd, waarin onderzocht wordt “waar natuur en economie elkaar kunnen versterken en op welke manier ondernemers en overheden daar concreet mee aan de slag kunnen”. Het RIVM wilde niet achterblijven en bracht afgelopen jaar een ‘Atlas Natuurlijk Kapitaal’ uit, waarmee het een bijdrage wil leveren “om duurzaam met ons natuurlijk kapitaal om te gaan”.

Op 15 december 2015 organiseerde de ministeries van Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu en Buitenlandse Zaken een ‘werkconferentie Nationaal Natuurlijk Kapitaal’ die ten doel had om innoverende initiatieven en bedrijven te identificeren om zodoende “beter verbinding tussen economie en natuur” te bewerkstelligen. Ten slotte wordt er van op 23 tot 25 november van dit jaar een internationale conferentie in Den Haag gehouden onder de titel ‘Natural Capital – Let’s Talk Business!’. Deze conferentie wil weg van grote beloften over duurzaamheid, maar zich alleen richten op de business case voor natuurbehoud, namelijk dat het geld kan opleveren.

Aannames

Al deze (en veel andere) initiatieven leggen ‘natuurlijk kapitaal’ uit in zo simpel mogelijke termen: als de natuur, het water of de lucht om ons heen. De Atlas Natuurlijk Kapitaal stelt het als volgt: “U komt natuurlijk kapitaal dagelijks tegen: kraanwater voor uw koffie of thee, graan voor uw boterham, een stukje land voor uw moestuin, zonne-energie voor elektriciteit, veiligheid tegen overstromingen. Het zijn diensten die de natuur ons allen levert”. Deze websites en initiatieven zijn daarnaast – vrijwel zonder uitzondering – gebaseerd op de fundamentele aanname dat ‘natuurlijk kapitaal’ de basis kan worden van een toekomstige ‘duurzame economie’.

Uiteraard is het allemaal niet zo simpel. Dat weten ook de mensen achter deze initiatieven. Erger is dat deze twee aannames (natuur als kapitaal en leverancier van diensten, en natuurlijk kapitaal als basis voor een duurzame samenleving) zijn gestoeld op drogredeneringen. Ze zullen de negatieve effecten van onze groei-economie niet op lossen, maar gaan die juist verergeren.

Ten eerste is natuurlijk kapitaal niet zomaar het milieu of de natuur om ons heen. Als dat zo zou zijn, dan zou je het namelijk gewoon ‘natuur’, ‘milieu’ of ‘water’ kunnen noemen. Het feit dat het nu ‘natuurlijk kapitaal’ moet heten, heeft alleen betekenis  in een kapitalistische groei-context. Een context waarin alles in principe ‘kapitaal’ moet worden.

Het is dus belangrijk om duidelijk te zijn over wat ‘kapitaal’ nu precies is. In de volksmond wordt kapitaal vaak simpelweg geduid als ‘hulpbron’, of als ‘middel’. In werkelijkheid is kapitaal een proces, een dynamiek. Kapitaal is namelijk het inzetten van geld (of andere waarde-bronnen) om meer geld (of waarde-bronnen) te genereren. In het kort: kapitaal is ‘waarde in beweging’. ‘Kapitaal’ in een kapitalistische groei-economie wordt nooit ‘zomaar’ ingezet of geïnvesteerd: het doel moet zijn om er meer uit te halen dan er in wordt gestopt. Anders is het geen kapitaal.

Niet onschuldig

Hieruit volgt dat de stap van ‘natuur’ tot ‘natuurlijk kapitaal’ geen onschuldige verandering in terminologie is, een ander woord voor wat feitelijk hetzelfde is. Het is een fundamentele herwaardering en herconceptualisering van de natuur. Natuurlijk kapitaal is het inzetten van de natuur voor kapitalistische groei-doeleinden, tegenwoordig ook wel eufemistisch, ‘groene groei’ genoemd.

De omzetting van natuur in natuurlijk kapitaal is inherent problematisch, omdat het veronderstelt dat verschillende soorten kapitaal (menselijk, financieel, natuurlijk) uitwisselbaar kunnen zijn of worden. In de praktijk betekend dit dat alles uitgedrukt moet kunnen worden in een gemeenschappelijke kwantitatieve noemer: geld.

Complexe, kwalitatieve natuur en ‘ecosysteemdiensten’ laten zich echter nooit adequaat uitdrukken in homogene geldeenheden. En zelfs als zouden we dat proberen, dan zit er een grote spanning tussen de limietloosheid van geld (we kunnen altijd meer geld genereren) en de limieten aan ‘natuurlijk kapitaal’ (we kunnen immers niet eeuwig meer geld-kapitaal omzetten in natuurlijk kapitaal). ‘Natuurlijk kapitaal’ is dus inherent anti-ecologisch en heeft niets te maken met ‘waarde’ geven aan de natuur. Het is het gebruiken van de natuur om meer waarde (en schijnbare legitimiteit) te geven aan een falende kapitalistische groei-economie.

Falende kapitaalmarkt

De tweede aanname is dat natuurlijk kapitaal de basis kan vormen voor een duurzame samenleving. In de praktijk blijkt echter dat ‘natuurlijk kapitaal’ helemaal niet zo aantrekkelijk is voor de meeste bedrijven en overheden. Als het al lukt om een ruwe geldwaarde aan de natuur te geven (wat nooit adequaat lukt), dan blijkt uit recente literatuur dat markten voor ‘natuurlijk kapitaal’ en ‘ecosysteemdiensten’ overwegend falen. In de praktijk zijn het vaak namelijk helemaal geen markten, maar veelal ‘subsidiemechanismes’ en moet de overheid vaak inspringen om de waarde van ‘natuurlijk kapitaal’ enigszins overeind te houden.

De daadwerkelijke investeringen in het behoud van ‘natuurlijk kapitaal’ blijven daarnaast minuscuul, vergeleken bij de investeringen in milieu-onvriendelijke economische activiteiten. De reden is simpelweg dat de laatste veel meer opbrengen en dus beter zijn als kapitaal oftewel ‘waarde in beweging’. Toen Ecuador bijvoorbeeld aangaf dat bedrijven en overheden mochten investeren in het natuurlijk kapitaal van hun regenwoud, bracht dat veel te weinig op en werd oliewinning in het regenwoud weer heel aantrekkelijk.

Vernietigen om te beschermen

Er is echter een nog fundamenteler praktisch probleem en dat is dat de vernietiging van de natuur steeds meer de bescherming van de natuur moet gaan betalen. In de praktijk van veel programma’s die proberen ‘natuurlijk kapitaal’ te beschermen, is het de compensatie van natuurvernietiging die het geld moet opleveren voor natuurbehoud. Investeringen in niet-duurzame economische activiteiten moeten, zo gaat de logica, worden gecompenseerd door gelijke investeringen in duurzame activiteiten.

Deze praktijk – vaak aangeduid als ‘no net loss’: ‘geen netto verlies’ van natuur – levert een onhoudbare paradox op. Als dit de logica is van ‘natuurlijk kapitaal’, dan kan er alleen meer natuur worden beschermd als er meer natuur wordt vernietigd.

Zoals we hiervoor hebben vastgesteld, is dit nu nog een virtueel probleem, omdat de meeste bedrijven helemaal niet in natuurbehoud (willen) investeren. Sterker nog, bedrijven investeren vele malen meer in sterke lobby’s om natuurbeleid zo zwak mogelijk te houden. Als bedrijven (en overheden) echt dachten dat natuurbehoud winst opleverde, zou er weinig noodzaak meer zijn voor deze lobbyactiviteiten.

Van kwantiteit van de groei naar kwaliteit van het leven

De conclusie is duidelijk: natuurlijk kapitaal is geen ‘praktische’ oplossing om natuur te integreren in de economie. Het is een gevaarlijke mythe die niet alleen het milieuprobleem verergert, maar dit verergeren ook nog eens legitimeert.

De vraag rijst vervolgens waarom zoveel intelligente mensen zo dwepen met iets dat zo overduidelijk simplistisch en tegenstrijdig is als ‘natuurlijk kapitaal’? In alle eerlijkheid: ik weet het niet goed. Maar ik kan mij twee antwoorden voorstellen.

Het eerste is dat sommige mensen hier echt in geloven of willen geloven. Ze denken veelal dat ‘het systeem’ toch niet te veranderen is, dus dan moet je proberen het om te buigen in je voordeel. Hier kan ik nog wel enig begrip voor opbrengen, ook al druist het tegen alle logica in.

Het tweede antwoord is dat veel mensen echt wel weten dat het onzin is. Maar door hier aan mee te doen worden veel fundamentelere vragen over het huidige politieke-economische systeem niet gesteld, en hoeven ze deze dus ook niet te beantwoorden.

Maar die vragen moeten juist wel gesteld worden. Moeten we niet af van de fetisj van kwantitatieve groei? Moeten bedrijven niet fundamenteel anders gaan opereren, niet gericht op financiële winst, maar op hun bijdrage aan natuur en mens? En vooral: moeten we niet af van een economie gericht op de eindeloze dynamiek van kapitaal (het inzetten van geld om alsmaar meer geld te genereren)? Moeten we niet toe naar een economie die daadwerkelijk in dienst staat van mens, natuur en de kwaliteit van het leven? Met een beetje verbeelding zijn de antwoorden niet alleen makkelijk, maar eigenlijk ook heel praktisch en logisch.

 Bram Büscher is hoogleraar Sociologie van Ontwikkeling en Verandering aan de  Wageningen Universiteit.

Dit artikel verschijnt deze week tevens in Vork (het platform over en voor mensen die betrokken zijn bij de voedselketen http://www.vork.org/)

 

 

‘Beter één geweldige publicatie dan tien middelmatige’

Door Selma Zijlstra | 18 juli 2017

Hoe zorg je ervoor dat wetenschappers meer doen aan de maatschappelijke bijdrage van hun onderzoek, zonder dat ze bezwijken onder de werkdruk? Vice Versa spreekt erover met Rianne Letschert, rector aan de Universiteit Maastricht.

Lees artikel

Vice Versa Masterclass: Leiderschap in een veranderende wereld

Door Vice Versa | 13 juli 2017

Vice Versa presenteer Masterclass: Leiderschap in een veranderende wereld

Lees artikel

Brief aan de lezer

Door Marc Broere | 07 juli 2017

Brief aan de lezer -Marc Broere’s laatste column voor de zomervakantie

Lees artikel