Door: Joanne Lucas
14 juni 2016

Tags

Joanne lucasWereldwijd is de landbouwsector verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van broeikasgassen en daarmee een significante veroorzaker van klimaatverandering. Tegelijkertijd levert deze zelfde klimaatverandering problemen op voor boeren; problemen die de voedselzekerheid voor de alsmaar groeiende wereldbevolking in gevaar brengen. Dit dilemma leent zich niet voor een simpele oplossing en daarom worden er onder de noemer Climate-Smart Agriculture (CSA) methoden ontwikkeld om  dit vraagstuk integraal aan te pakken. Wat houden deze methoden in, hoe dragen ze bij aan de oplossing van een van de grootste vraagstukken van deze tijd en wie of wat profiteert van deze methoden? De toegenomen populariteit van het CSA concept vraagt om een kritische reflectie.

CSA werd in 2010 geïntroduceerd tijdens de conferentie Landbouw, Klimaatverandering en Voedselzekerheid in Den Haag op initiatief van de Nederlandse overheid en in nauwe samenwerking met de Food & Agriculture Organization (FAO) en de Wereldbank. Door verschillende partijen werd de wens uitgesproken samen te werken aan methoden van landbouw die bijdragen aan voedselzekerheid, adaptatie en mitigatie. Sindsdien is CSA het to-go label voor activiteiten die landbouw en klimaat integreren.

Wat is CSA?

Een eenduidige definitie van CSA bestaat niet; het concept fungeert als verzamelnaam voor methoden, technieken en processen die bijdragen aan meer ‘klimaatslimme’ landbouw. Hierbij kun je denken aan bodem conserverende maatregelen als de Zero Tillage Techniek, maar ook aan betere integratie tussen landbouw, voedsel en milieubeleid of het ontwikkelen van gewassen die beter bestand zijn tegen hitte of droogte. Drie focuspunten staan centraal: 1) het duurzaam verhogen van voedsel productie en hiermee de inkomens van boeren; 2) het werken aan veerkracht en de capaciteit van landbouw-  en voedselsystemen om zicht aan te passen aan klimaatverandering; 3) het zoeken naar kansen om emissies van broeikasgassen te reduceren.

De door de FAO gesteunde Global Alliance for Climate Smart Agriculture (GACSA), met inmiddels 109 leden, werd in 2014 in het leven geroepen en promoot klimaatslimme methoden wereldwijd. Inmiddels dient CSA als richtpunt voor verschillende initiatieven en ontwikkelingsdoelen, zowel binnen mondiale instituties als binnen de wetenschap, het bedrijfsleven en overheidsbeleid. Maar deze toename in populariteit van het concept is niet kritiekloos. Tijd voor een kijkje achter deze verzamelnaam en de organisaties die deze gebruiken.

Technologische innovatie

Innovaties die het mogelijk maken landbouwproductie te verduurzamen, ontwikkelen zich razendsnel. Toch zijn veel boeren niet bekend met deze opties en daarbij garandeert bekendheid geen enthousiasme. De CSA Booster, een vlaggenschipproject van Climate KIC, probeert duurzame innovatie te stimuleren en gaat met boeren, bedrijven en ketenpartners in Europa het gesprek aan over het verduurzamen van de productieketen. Dat is een hele uitdaging, vertelt Madeleine van Mansfeld, verantwoordelijke voor het project. Waar de techniek al veel mogelijk maakt, blijft de implementatie vaak achter. Dit is mede te wijten aan de verscheidenheid van actoren die zich achter het idee moeten scharen; de bereidheid van boeren om transitie in te zetten hangt af van de mate waarin overheden en grote afnemers hen daarin faciliteren, bijvoorbeeld door middel van investeringen.’

Climate KIC is, samen met betrokken partijen, bezig een business case te ontwikkelen waarbinnen klimaatwinst wordt geboekt op het gebied van adaptatie en mitigatie, een positief verdienmodel ontstaat én de bedrijfsvoering van boerenondernemers geoptimaliseerd wordt. De Booster richt zich hierbinnen bewust op grote partijen en intensieve productie; juist hier is veel klimaatwinst te behalen. Van Mansfeld voorziet dat ‘klimaatslimme’ landbouw steeds belangrijker wordt, vooral in deze intensieve industrie. Niet alleen voor de boer zelf, maar ook voor afnemers in relatie tot maatschappelijk verantwoord ondernemen en voor de politiek in het licht van de klimaatconferentie in Parijs. De Booster beoordeelt CSA technieken op hun totale duurzaamheidswinst en probeert deze mogelijkheden vervolgens bij alle partijen op de agenda te krijgen; zodat er stappen gezet kunnen worden richting een minder vervuilende industrie.

Voedsel & ontwikkeling

Naast methode voor duurzame landbouw wordt CSA door veel instituties ook gezien als middel voor het bereiken van ontwikkelingsdoeleinden. Zo beschouwt de FAO CSA als een verzamelnaam waaronder gewerkt wordt aan resilience (weerbaarheid, red.) van boeren en samenlevingen in ontwikkelingslanden. De focus ligt dan op het duurzaam verhogen van de productie en voedselzekerheid, bij voorkeur via mitigerende productiemethoden.

Annemarie Groot (Alterra, Wageningen UR) werkt mee aan dergelijke CSA ontwikkelingsprojecten in India, Nepal, Bangladesh en Pakistan onder het Research Programma on Climate Change, Agriculture and Food Security. Ze onderzoekt manieren om succesvolle CSA technieken en projecten te ‘upscalen’ door deze middels uitgewerkte business cases beschikbaar te maken voor vergelijkbare situaties. In India zijn bijvoorbeeld successen geboekt met de Laser Land Levelling machine; een machine waarmee boeren land egaliseren, waardoor een toename in productie wordt gerealiseerd met gebruik van minder middelen als water, arbeid en brandstof. Deze techniek vereist echter een investering die kleine boeren lastig kunnen opbrengen. Een collectief kan uitkomst bieden; een actieve boerencorporatie koopt de machine aan en verhuurt  deze vervolgens aan leden en niet-leden in de regio. Zo is een duurzame efficiëntieslag mogelijk.

Ook in beleidsvorming rond landbouwstrategie wordt in toenemende mate rekening gehouden met het klimaatprobleem. Jan Verhagen assisteert voor de Verenigde Naties ontwikkelingslanden in de planning van hun nationale adaptatie strategie. Adaptatie aan het klimaat is inmiddels een essentieel onderdeel van de nationale planningscyclus. Omdat landbouw voor de meeste ontwikkelingslanden een belangrijke economische sector is, kan CSA worden ingezet om ontwikkelingsdoelen te halen en tegelijk mitigatie en adaptatie te combineren. Maar een one-size-fits-all methode is hierbij niet wenselijk; de mitigatie opdracht ligt in eerste instantie niet bij ontwikkelingslanden en zou niet de focus moeten zijn van CSA projecten in deze gebieden. De kleine boer draagt nauwelijks bij aan de uitstoot van broeikasgassen en heeft voornamelijk behoefte aan stabilisatie en verhoging van de productie, waardoor een grotere voedselzekerheid bereikt wordt ondanks het veranderende klimaat. In de adaptatie planning kunnen bepaalde CSA methoden deze rol vervullen. Voorbeelden zijn preciezere irrigatie of efficiënte bemesting en het gebruik van gemodificeerde zaden die een stabiele productie opleveren of beter bestand zijn tegen extreme omstandigheden.

De populariteit van CSA opent deuren naar financieringsmogelijkheden. Ontwikkelingslanden kunnen voor financiering van CSA projecten terecht bij het Least Developed Countries Fund, de Wereldbank, het Green Climate Fund, FAO, UNEP of UNDP. Daarnaast groeit de bilaterale steun tussen ontwikkelde- en ontwikkelingslanden; de realisatie dat een mislukte oogst in Afrika ook effecten heeft in Europa dringt door, evenals motivatie om de bijdrage van landbouw aan het klimaatprobleem aan te pakken. Verhagen benadrukt de noodzaak voor deze steun; boeren kunnen het niet alleen en hebben assistentie nodig bij het ontwikkelen van technologie, kennis en capaciteiten.

Een omstreden concept

CSA klinkt als geroepen; innovatie stelt boeren in staat de wereld te voeden en draagt tegelijk bij aan adaptatie en mitigatie van het klimaatprobleem. De ideale win-win situatie en een deel van de oplossing voor de grote vraagstukken van deze tijd. Maar is dit niet te mooi om waar te zijn? Vooralsnog blijft het namelijk onduidelijk wat CSA precies inhoudt. Maakt het efficiënter omgaan met water een productiemethode direct climate smart? En passen genetische gemodificeerde gewassen die beter bestand zijn tegen droogte wel in het plaatje van duurzame, klimaatvriendelijke landbouw? Ben je nog klimaatslim bezig als je kunstmest of bestrijdingsmiddelen gebruikt, methoden die bijdragen aan voedselzekerheid, maar ook aan meer CO2 uitstoot en andere milieuproblemen?

De combinatie van drie ambitieuze doelstellingen (adaptatie, mitigatie en voedselzekerheid) maakt dat trade-offs onvermijdelijk zijn. Deze trade-offs en de gevolgen hiervan zijn verschillend per project.  Hoewel er project-specifieke criteria voor het meten van adaptatie- of mitigatie doelen bestaan, zoals CO2 reducties of toename in weerbaarheid binnen een keten of regio, zijn er geen algemene criteria vastgesteld waaraan voldaan dient te worden bij gebruik van het CSA label. Dit maakt het ingewikkeld vast te stellen wie of wat op welke manier baat heeft bij CSA methoden binnen het scala aan activiteiten onder deze naam. Uitgebreide informatie per project is nodig om vast te stellen waar en op welk niveau de trade-offs zich bevinden. Wetenschappers werken daarom hard aan het ontwikkelen van meetbare criteria om de duurzaamheidswinst en andere effecten van CSA methoden inzichtelijk te maken en te evalueren. Zo ontwikkelt de CSA booster een assessment tool die methoden een waardeoordeel meegeeft op basis van heldere duurzaamheidscriteria. Met deze tool kunnen zowel intensieve als kleinschalige CSA landbouw praktijken worden beoordeeld, en is het mogelijk helderder inzicht te verkrijgen in de effecten op de grond.

In het hedendaagse brede karakter van het begrip schuilt een groot risico, stelt Danny Wijnhoud van ActionAid Nederland. In 2015 ondertekende ActionAid samen met 364 andere organisaties, waaronder Greenpeace en La Via Campesina, een brandbrief waarin er gewaarschuwd wordt voor de gevaarlijke retoriek van CSA. Volgens Wijnhoud wordt deze aangewend voor het greenwashen van landbouwpraktijken die ActionAid beschouwd als alles behalve klimaatvriendelijk. De industriële landbouw zet CSA in om  grootschalige, intensieve en technologie afhankelijke manieren van productie te promoten met nadelige gevolgen voor milieu, klimaat en lokale boerengemeenschappen.  Dit is mogelijk omdat CSA als “concept” niet gekoppeld  is aan duidelijke milieu- en sociale criteria, zoals ActionAid in haar publicatie “Clever name, losing game? (2014) signaleert. Het ontbreken van deze criteria stelt bedrijven zoals McDonalds in staat praktijken te labelen als climate-smart, terwijl het een groot aandeel heeft in de intensieve, vervuilende veehouderij. Ook het ledenbestand van de Global Alliance for Climate Smart Agriculture roept vragen op; het bedrijfsleven is oververtegenwoordigd en telt leden als Yara, ’s werelds grootste bestrijdingsmiddelenfabrikant.

Wijnhoud: ‘Kleine boeren worden in CSA partnerschappen door grote bedrijven aangespoord om cash crops te produceren voor globale ketens. Deze onbewerkte gewassen komen vervolgens terecht in ontwikkelde landen waar de bewerking en waarde toevoeging plaatsvindt. De toegang tot voedsel voor de lokale bevolking komt hierdoor in gevaar en kleine boeren verliezen zelfbeschikking over wat ze produceren. Ze krijgen daarnaast te maken met dure patenten op zaad en zaadveredeling, zijn genoodzaakt om bestrijdingsmiddelen te gebruiken en lopen het risico zo afhankelijkheid te worden van de productie van een bepaald gewas dat prijsfluctuaties of veranderingen in de strategie van grote afnemers hun ondergang kan betekenen’.

Wijnhoud stelt dat dergelijke gevolgen niet worden doordacht of erkent in de promotie van CSA. Hoewel er voorbeelden zijn van CSA projecten met duidelijke positieve sociale-, ecologische- en klimaateffecten, bestaat het risico dat de term een platform biedt aan machtige agro-industriële belangen die meer kwaad dan goed doen. ActionAid heeft daarom besloten CSA niet te gebruiken, maar zich te richten op agro-ecologische landbouw, dat zij beschouwen als daadwerkelijk  klimaatvriendelijk, inclusief en duurzaam.

Ook Marijn Faling (Wageningen UR), die promotieonderzoek doet naar de integratie van CSA in overheidsbeleid, ziet regelmatig een mismatch ontstaan tussen wat er op internationaal niveau wordt gepromoot en wat er lokaal mogelijk is. Voorstellen van de FAO voor bijvoorbeeld stallen die in staat zijn methaan te filteren genoten aandacht gedurende de introductie van CSA maatregelen, maar vonden weinig draagvlak onder kleine nomadische boeren in ontwikkelingslanden. Dit voorbeeld is tekenend voor de context-afhankelijkheid van CSA maatregelen; er bestaat geen one-size-fits-all in het tegengaan van vervuilende landbouw. Tegelijk biedt een paraplu-begrip als CSA ruimte om een breed scala aan maatregelen als ‘klimaatslim’ te labelen, en zo duurzamer te propaganderen zonder wezenlijke (beleid) veranderingen door te voeren.

What’s in a name

Hoe de wereldbevolking op duurzame wijze te voeden blijft onderwerp van een debat met scherpe tegenstellingen. CSA vertolkt een nieuwe stem in deze discussie, maar onduidelijkheid rondom het concept is problematisch. Totdat deze verwarring afneemt, moeten CSA activiteiten met een kritische blik bekeken en geëvalueerd worden. Over één ding zijn experts het eens; klimaatvriendelijke landbouw is een essentieel onderdeel binnen de strijd tegen klimaatverandering. CSA zorgde ervoor dat landbouw opnieuw een stevige plek op de klimaatagenda inneemt; niet alleen als milieuvervuiler maar ook als bron van mogelijke oplossingen. De weg naar deze oplossingen is geplaveid met belangen, uitdagingen en afwegingen die een punt van discussie blijven. Het praten over de meetbare en specifieke criteria van duurzame landbouw voor mens, dier en milieu lijkt daarbinnen een waardevolle eerste stap.

 

Razernij om Trump, stilte over Bolkestein?

Door Ayaan Abukar | 16 januari 2018

In het NRC Handelsblad van 10 januari deed VVD-coryfee Frits Bolkestein de opmerkelijke oproep om immigratie af te remmen door te investeren in geboortebeperking. Ayaan Abukar stelt er de feiten tegenover en legt de hypocrisie van het Nederlandse debat bloot.

Lees artikel

New York sleept olie-industrie voor de rechter wegens klimaatverandering: begin van een wereldwijde trend?

Door Dominique van de Kamp | 12 januari 2018

De stad New York spant een rechtszaak aan tegen Shell, BP, Exxon Mobil, Chevron en ConocoPhilips voor hun bijdrage aan de opwarming van de aarde. Is dit het begin van een nieuwe trend?

Lees artikel

Save the date: Het Grote Palmoliedebat

Door Vice Versa | 08 januari 2018

Je ziet of proeft het niet, maar het is overal. Het zit in onze hazelnootpasta, in onze shampoo en steeds vaker ook in onze benzinetank. Het wordt verwerkt in onze voeding, cosmetica en biobrandstoffen. We hebben het hier over palmolie. Grote stukken regenwoud worden omgehakt om plaats te maken voor de productie van palmolie. Waarom? Palmolie is een supergewas: grote opbrengst, lage kosten.

Lees artikel