Door: Sarah Haaij
19 maart 2018

Tags

Allebei zijn ze historicus, geboren in 1959 en beiden laten van zich horen in het migratiedebat: Leo Lucassen en Arend Jan Boekestijn. De eerste is bekend om zijn pleidooi voor opener grenzen, terwijl de tweede vindt dat migratie op gespannen voet staat met onze democratie. Maar in gesprek met Vice Versa in het Lloyd Hotel blijken de opiniemakers ook verrassend eensgezind.

Door Sarah Haaij en Marc Broere  

Lucassen en Boekestijn zijn sinds het hoogtepunt van het migratiedebat in 2015 – toen een groot aantal mensen op Europa’s grensdeuren klopten  – geen onbekenden bij het publiek. Lucassen is directeur onderzoek aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar migratiegeschiedenis in Leiden. In zijn boeken en opiniestukken is hij wat Boekestijn later ‘de debunker in het migratiedebat’ zal noemen. De historicus die met cijfers, feiten en geschiedenislessen de ‘crisis’ in perspectief plaatst.

Arend Jan Boekestijn is historicus, publicist en voormalig politicus. Van 2006 tot 2009 zat hij voor de VVD in de Tweede Kamer. Met de portefeuille ontwikkelingssamenwerking bezocht hij wereldwijd vluchtelingenkampen en opvangcentra en nu publiceert hij over migratie.

Waar kun je beter in gesprek gaan met deze twee historici dan in het Lloyd Hotel in Amsterdam? Aan de Oostelijke Handelskade, waarvandaan ooit duizenden migranten over de wereld uitwaaierden, om vervolging te ontvluchten of hun geluk elders te beproeven.

Op de klassieke salonstoelen van de bibliotheek steekt Lucassen, wellicht geïnspireerd door de omringende geschiedenis, meteen van wal: ‘Het debat draait aldoor over een klein deel van migratie, het spitst zich toe op migranten aan wie we – om het expliciet te zeggen – een hekel hebben. De migranten van wie we vermoeden dat ze geld kosten of problemen veroorzaken. We hebben het nooit over de Amerikanen, Japanners of Indiase ICT’ers die hierheen en -vandaan migreren.

‘Op deze manier is er de voorbije vijf jaar een apocalyptisch beeld ontstaan. Een idee dat – als we ze niet tegenhouden – de armen uit de derde wereld met miljoenen klaarstaan om deze kant op te komen.’

Boekestijn: ‘Terwijl de aantallen mensen die werkelijk komen juist klein zijn.’

Lucassen: ‘Precies. Het gaat eigenlijk nergens over als je naar de aantallen kijkt; er komen zelfs minder migranten en vluchtelingen dan in de jaren negentig. Maar de zichtbaarheid van de nieuwkomers is veranderd, evenals de context waarbinnen het debat wordt gevoerd: terrorisme, islam. Omdat het de laatste jaren veel moelijker is geworden om naar Europa te komen, kunnen deze mensen niet anders dan in zee gaan met de belabberdste reisorganisatie die er bestaat: de mensensmokkelaar. We kennen de beelden.’

Boekestijn: ‘Daarover zijn we het eens. Ik denk ook dat de aantallen opgeblazen worden en dat er te negatief wordt gedacht over migratie. De rol van de wetenschapper – zoals Leo – is om die mythen te debunken. En dan zie je dat migratie, als we haar enkel wetenschappelijk bekijken, veel voordelen heeft. Zo gaat iemand uit Afrika die hier een baan vindt er qua loon véle malen op vooruit. Daardoor zijn de geldzendingen naar het oude thuisland gigantisch en die worden vrij goed besteed.’

Lucassen: ‘Nu ja, niet altijd.’

Boekestijn: ‘Nee, niet altijd. Maar wel in het algemeen. Het geld wordt in ieder geval efficiënter besteed dan begrotingssteun. Er blijft minder aan de strijkstok hangen.’

Lucassen: ‘Ja, dat denk ik ook. Migratie levert vaak echt veel op.’

Boekestijn: ‘Migratie is duizendmaal beter dan ontwikkelingshulp, zou ik zeggen! Uit onderzoek blijkt dat migratie maar een bescheiden invloed heeft op de lonen van de bestaande werknemers in een land. En dat verdringing op de arbeidsmarkt (het ‘inpikken van banen’, red.) vaak bijna niets voorstelt. Tel er de Europese vergrijzing bij op en dan zeg je: waarover zeuren we eigenlijk?’

 

Apocalyptische beeldtaal

Migratiecijfers worden opgeklopt en de voordelen van migratie onderbelicht; tot zover de eensgezindheid bij de historici. Dat het vervolgens een hele toer is om het publiek ook met deze bril naar migratie te laten kijken weet Lucassen uit ervaring. In het boek Voorbij Fort Europa dat hij samen met professor Henk van Houtum schreef, presenteert hij tien punten voor ‘omdenken over migratie’. Cruciaal volgens de auteurs is dat we meer gebruik moeten maken van werkelijke cijfers over migratie en een minder apocalyptische beeldtaal moeten bezigen.

‘We moeten migratie reguleren, in goede banen leiden. Je kunt niet zomaar pleiten voor het opengooien van de grenzen.’

Maar dat is de wetenschap, zegt Boekestijn, die doet haar best om een beeld van de werkelijkheid te geven. Helaas, volgens hem, loopt de perceptie van migratie niet altijd met de realiteit in de pas. En of we het nu willen of niet: ‘Die perceptie is verschrikkelijk belangrijk.’

Boekestijn: ‘Je hoeft maar naar de verkiezingen in Italië te kijken om de gevolgen ervan te zien. Wat nu in Italië is gebeurd, had je kunnen voorspellen: daar vond een democratische correctie plaats. In Italië zijn er maar ruim zeshonderdduizend illegalen op een bevolking van zestig miljoen; dat zijn er niet erg veel. En toch won er een foute partij (de Lega Nord, red.) die het woord “deportatie” in de mond neemt.

‘Daarom moeten we voorzichtig zijn. We moeten migratie reguleren, in goede banen leiden. Je kunt niet zomaar pleiten voor het opengooien van de grenzen.’

Lucassen: ‘Nee, goed, maar wie doet dat? Wij niet, hoor. Wij schrijven in ons boek nergens iets in de trant van “Sinterklaasje, kom maar binnen met je knecht”. Wat we wel bepleiten zijn ademende grenzen – voor het deel van de mensen dat Europa probeert te bereiken om hier werk te zoeken. We moeten nadenken hoe we de grenzen voor hen poreuzer kunnen maken, zodat ze – in de sectoren waar vraag is – hier kunnen werken. En ook vertrekken, als ze dat willen.

‘Dat is het grote voordeel van dit idee van circulaire migratie. De migranten in Italië laten het nu wel uit hun hoofd om terug te keren; ze investeerden simpelweg te veel in hun tocht, leenden te veel geld, riskeerden hun leven. In feite sluit je die mensen door het Fort-Europabeleid hier op. Laat je de grenzen meer ademen, dan kunnen mensen teruggaan als het hier niet lukt. Zo’n ideaal van mensen die komen om te werken zou de liberaal toch moeten aanspreken?’

Boekestijn, lachend: ‘Ja, natuurlijk, we moeten blijven benadrukken dat migratie nodig is. Maar zonder mee te willen doen aan het over één kam scheren van een groep, zou ik zeggen: immigratie kan niet onbeperkt zijn. De relatie tussen burger en staat en tussen man en vrouw verschilt bij moslims en niet-moslims. En dat levert spanningen op.

‘Kijk maar naar Duitsland, dat veel meer mensen toeliet en nu spanningen in de wijken ondervindt. Dan moet je zeggen: we laten nu wat minder mensen komen, eerst aan de slag met integratie.’

 

 

Lucassen: ‘Ja, we moeten de nadelige kanten van immigratie in het oog houden. De criminaliteit onder kinderen van arbeidsmigranten die ooit uit Marokko kwamen is aanzienlijk hoger – ook als je corrigeert qua leeftijd en opleiding – dan onder autochtone jongeren. Dat moet je benoemen, maar je moet er vooral iets aan doen. Uiteindelijk draait het om een kleine minderheid in een grote groep.’

Boekestijn: ‘Dat is deels een taak voor politici, die moeten het hele verhaal durven te vertellen en niet het makkelijke verhaal, zoals ze nu doen. Benoem de voordelen, evenals de problemen. Politici moeten durven zeggen: het systeem dat we hebben gebouwd is niet oké. Mensen wachten eindeloos in asielzoekerscentra, dat is vreselijk geregeld. We moeten sneller de economische van de politieke vluchtelingen scheiden – en die laatsten werkelijk integreren.

‘Het publiek moet daarvoor wel een totaalbeeld krijgen van een migratiebeleid met ademende grenzen, zodat het duidelijk is dat het draait om regulering en niet om het opengooien van grenzen. De regulering is ook van belang omdat ik denk dat onze verzorgingsstaat niet onbeperkt is.’

Lucassen: ‘Daarover is binnen Europa al goed nagedacht. Een Roemeen mag zich vrij bewegen en op de trein naar Amsterdam stappen. Hij heeft dezelfde rechten als wij, ook sociale rechten. Maar er is wel een drempel; de sociale zekerheid is niet voor iedereen onmiddellijk toegankelijk. Dat kan ook niet, het systeem zou ontploffen.’

Boekestijn: ‘Precies, bij die beperkte toegang tot sociale zekerheid zit de oplossing.’

Lucassen: ‘De regel in de Europese Unie is dat je eerst 26 weken wit werkt voordat je een kortdurende en niet al te hoge uitkering kunt krijgen. En dat gaat goed. Rondom de “Brexit” is het onderzocht, de migratie binnen Europa brengt nauwelijks problemen op de arbeidsmarkt voort. Dit Europese systeem zou als voorbeeld kunnen dienen.’

Boekestijn: ‘Ja, maar alsnog was de aanleiding voor de Britse uittreding de perceptie dat er wel héél veel migranten binnenkwamen, het idee dat door de gifmengers in het publieke debat is misbruikt. Of het nu waar was of niet.’


Brunssum en Libanon

 

Met die woorden is het gesprek terug bij het conflict tussen de werkelijke cijfers en de perceptie die het publiek heeft van de werkelijkheid. Dat conflict werk je niet zomaar de wereld uit, denken beide historici: politici kiezen nu eenmaal voor het kader dat hen op de korte termijn het meest oplevert, terwijl migratie langetermijnvisies behoeft. Hoe valt dat te doorbreken?

Lucassen denkt dat het antwoord uit het maatschappelijk middenveld moet komen – ‘vooral op het lokale niveau’.

Lucassen: ‘Lokaal zijn mensen met zóveel initiatieven bezig, buiten de staat om gebeurt er van alles op het gebied van migratie- en vluchtelingenopvang. Dan denk ik aan Brunssum, waar er verzet was tegen de komst van een asielzoekerscentrum. De voormalige burgemeester Luc Winants (CDA) wilde begrijpen waar die weerstand vandaan kwam. Uiteindelijk is hij met een groep mensen uit de buurt naar Libanon afgereisd om de migratiesituatie ter plekke te bekijken. Daarmee sloeg de sfeer in Brunssum om – ineens werden er kinderfietsjes ingezameld voor toekomstige azc-bewoners.’

Toch klinkt er landelijk een ander geluid. Het regeerakkoord zet juist in op minder opvang in Nederland en meer hulp voor Afrikaanse vertreklanden om daar de grondoorzaken van migratie aan te pakken. Boekestijn vindt dat geen goed idee van zijn eigen partij. ‘Die miljarden zullen Afrika niet helpen’, zegt hij. ‘De landen waar dat geld heengaat zijn geen rechtsstaten. Jongeren willen er weg omdat de toestand uitzichtloos is, omdat er niets verandert. Dan zeggen wij: dan zullen we de rechtsstaat bevorderen. Maar al het onderzoek toont aan dat we daar niet goed in zijn! Dus vertrekken die jongeren alsnog.’

De jongeren uit het voorbeeld van Boekestijn zijn volgens Lucassen bijna genoodzaakt met smokkelaars zaken te doen. Dat is het gevolg van het huidige beleid. ‘Denk je eens in: mede door de Europese grenspolitiek gaan er nu meer mensen dood in de Sahara dan op de Middellandse Zee.’

Regulering van arbeidsmigratie zou die ellende deels kunnen voorkomen, vermoeden beide heren. Lucassen: ‘Denk aan aanmeldcentra in Noord- en West-Afrikaanse landen, waar migranten vooraf worden gescreend. Maar het is een idee dat verder onderzoek behoeft. Hier zijn geen eenvoudige oplossingen voor, dit is moeilijke materie.’

Boekestijn: ‘Nee, er zijn geen duidelijke oplossingen en veel leed zal blijven bestaan. Omdat de politiek zal blijven framen – want dat is wat de politiek doet.’

Vrijdagmiddagborrel: Migratiebeleid met lef loont

Door Marc Broere | 20 april 2018

Een gedurfd beleid op het gebied van migratie en vluchtelingen loont wel degelijk, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel naar aanleiding van een bezoek aan Palermo. Nederlandse politici zouden zich kunnen laten inspireren door burgemeester Leoluca Orlando.

Lees artikel

Asiel bied je niet alleen

Door Vice Versa | 20 april 2018

Stop met ‘Dublin’ en verdeel asielmigranten eerlijk over Europa. En zorg dat lidstaten hun verantwoordelijkheden nemen en niet afschuiven. Dat schrijft Marthe Hesselmans van het wetenschappelijk bureau van D66 in deze opiniebijdrage.

Lees artikel

De illusie van Afrikaanse grensbewaking

Door Joris Tielens | 18 april 2018

De EU-projecten voor grensbewaking in Afrika om migratie naar Europa te verkleinen, kunnen ook de regionale mobiliteit bìnnen Afrika beperken – die vele malen groter is. Sommige experts twijfelen aan het effect van de miljardenprojecten, anderen zien grenzen ontstaan die er nooit waren. Klein onderzoek naar een nog schimmig speelveld.

Lees artikel